Naor de thuusbladziede.

Woordeliest Stellingwarfs – Nederlaans:

 

'e ................................ de
'k ................................ ik
'm ................................ hem
'm ................................ him
'n ................................ een
't ................................ et
't ................................ het
a'k ............................... als ik
aachter ........................... achter
aachteraende ...................... achtereind
aachteran ......................... achteraan
aachterbaand ...................... achterband
aachterbaank ...................... achterbank
aachterbaanken .................... achterbanken
aachterbak ........................ achterbak
aachterbleven ..................... achtergebleven
aachterblieven .................... achterblijven
aachterburen ...................... achterburen
aachterdeure ...................... achterdeur
aachterdocht ...................... achterdocht
aachterdochtig .................... achterdochtig
aachteren ......................... achteren
aachterflappe ..................... achterflap
aachtergatsneve ................... achterneef
aachtergatsnichte ................. achternicht
aachtergevel ...................... achtergevel
aachtergrond ...................... achtergrond
aachtergronden .................... achtergronden
aachterhaeld ...................... achterhaald
aachterhoeks ...................... achterhoeks
aachterhoekse ..................... achterhoekse
aachterholen ...................... achterhouden
aachterienvolgens ................. achtereenvolgens
aachterin ......................... achterin
aachterkaant ...................... achterkant
aachterkaante ..................... achterkant
aachterkaemertien ................. achterkamertje
aachterkamrad ..................... achterkamrad
aachterkommen ..................... achterkomen
aachterkomt ....................... achterkomt
aachterlaoten ..................... achtergelaten
aachterlaoten ..................... achterlaten
aachterlaoting .................... achterlating
aachterlat ........................ achterlaat
aachterliende ..................... achterlijn
aachterlienen ..................... achterlijnen
aachterliggende ................... achterliggende
aachterlik ........................ achterlijk
aachtermekeer ..................... achtereen
aachternaeme ...................... achternaam
aachternaemen ..................... achternamen
aachternao ........................ achterna
aachterneers ...................... achterwaarts
aachterneve ....................... achterneef
aachternichte ..................... achternicht
aachternichten .................... achternichten
aachterof ......................... achteraf
aachterofpattien .................. achterafpaadje
aachterofweggien .................. achterafweggetje
aachteromme ....................... achterom
aachterop ......................... achterop
aachterover ....................... achterover
aachterpaand ...................... achterpand
aachterpoten ...................... achterpoten
aachterrem ........................ achterrem
aachterstaand ..................... achterstand
aachterstanen ..................... achterstanden
aachterste ........................ achterste
aachtersteveuren .................. achterstevoren
aachtertunen ...................... achtertuinen
aachteruut ........................ achteruit
aachteruutgaank ................... achteruitgang
aachtervelg ....................... achtervelg
aachterviel ....................... achterwiel
aachtervolgd ...................... achtervolgd
aachtervolgde ..................... achtervolgde
aachtervolgen ..................... achtervolgen
aachtervolgers .................... achtervolgers
aachtervolgt ...................... achtervolgt
aachtervolk ....................... achterban
aachterwark ....................... achterwerk
aachterweg ........................ achterweg
aachterwege ....................... achterwege
aachterzwaarmen ................... achterzwermen
aachtinge ......................... achting
aambield .......................... aambeeld
aand're ........................... andere
aander ............................ ander
aandere ........................... andere
aanderedaegs ...................... volgende dag
aanderen .......................... anderen
aanderhalf ........................ anderhalf
aanderhalfstiens .................. anderhalfsteens
aanderhalve ....................... anderhalve
aanders ........................... anders
aandersomme ....................... andersom
aandersoortig ..................... andersoortig
aangst ............................ angst
aangsten .......................... angsten
aangstige ......................... angstige
aangstzwiet ....................... angstzweet
aanholend ......................... aanhoudend
aankel ............................ enkel
aankels ........................... enkels
aanlokkelik ....................... aanlokkelijk
aansen ............................ straks
aanst ............................. straks
aarm .............................. arm
aarmbanen ......................... armbanden
aarmdikke ......................... armdikke
aarme ............................. arme
aarme-meensken .................... armen
aarmoede .......................... armoede
aarmoedeval ....................... armoedeval
aarmoedig ......................... armoedig
aarmoedige ........................ armoedige
aarms ............................. armen
aarmslag .......................... armslag
aarmtakken ........................ ellebogen
aarmzalig ......................... armzalig
aarmzalige ........................ armzalige
abbonneerd ........................ geabonneerd
abeneren .......................... abonneren
abominaobel ....................... abominabel
abonnementhoolders ................ abonnementhouders
abselute .......................... absolute
abseluut .......................... absoluut
accepteerd ........................ geaccepteerd
acceptgirokaorten ................. acceptgirokaarten
accordionklub ..................... accordeonclub
accountantsrappot ................. accountantsrapport
achtbaene ......................... achtbaan
achtbaens ......................... achtbaans
achtbaensdiek ..................... achtbaansweg
achtduzend ........................ achtduizend
achte ............................. acht
achtenzeuventig ................... achtenzeventig
achterviel ........................ achterwiel
acrylvarve ........................ acrylverf
actiekuunsner ..................... actiekunstenaar
addernust ......................... addernest
addervere ......................... eikvaren
adderveren ........................ eikvaren
administraosie .................... administratie
administraosiekosten .............. administratiekosten
adresseboek ....................... adressenboek
adresseerd ........................ geadresseerd
adresseerde ....................... geadresseerde
adressies ......................... adresjes
adreswiezigings ................... adreswijzigingen
advekaot .......................... advocaat
adverteensie ...................... advertentie
adverteensiegelden ................ advertentiegelden
adverteensiepuzel ................. advertentiepuzzel
adverteensies ..................... advertenties
adverteensieterieven .............. advertentietarieven
advieskemmissie ................... adviescommissie
ae ................................ och
aekelig ........................... akelig
aekelik ........................... akelig
aekelike .......................... akelige
aekeliks .......................... akeligs
aeker ............................. aker
aemel ............................. zeur
aemelen ........................... zaniken
aende ............................. eind
aende ............................. einde
aende ............................. slot
aendelik .......................... eindelijk
aenden ............................ einden
aendigde .......................... eindigde
aendigen .......................... eindigen
aendigt ........................... eindigt
aenlik ............................ eigenlijk
aenliks ........................... eigenlijk
aentien ........................... eindje
aenties ........................... eindjes
aep ............................... aap
aepegaepen ........................ apengapen
aepeneuten ........................ apennoten
aepespul .......................... apenspel
aepestattien ...................... apenstaartje
aevenseren ........................ opschieten
aeventuren ........................ avonturen
aeventuren ........................ riskeren
aeventuur ......................... avontuur
aeventuurlik ...................... avontuurlijk
aeventuurlike ..................... avontuurlijke
aeventuurliker .................... avontuurlijker
afrike ............................ afrika
agende ............................ agenda
agendes ........................... agenda's
aj' ............................... als je
aj'bi'j ........................... als je bij
aj'daor ........................... als je daar
aj'dat ............................ als je dat
aj'm .............................. als jullie
aj't .............................. als je het
akademische ....................... academische
akademy ........................... academie
akcent ............................ accent
akedemie .......................... academie
akkedeerde ........................ kwam overeen
akkedeerden ....................... overeenstemden
akkedeert ......................... overeenkomt
akkederen ......................... opschieten
akkefietien ....................... akkefietje
akkerlaand ........................ akkerland
akklimatiseren .................... acclimatiseren
akkordionorkest ................... accordeonorkest
akku .............................. accu
aksent ............................ accent
aksentverschoeving ................ accentverschuiving
aksentverschoevings ............... accentverschuivingen
akseptaobel ....................... acceptabel
akseptaosie ....................... acceptatie
aksepteerd ........................ geaccepteerd
aksepteert ........................ accepteert
aksie ............................. actie
aksiegroep ........................ actiegroep
aksiegroepen ...................... actiegroepen
aksies ............................ acties
akster ............................ ekster
akteertelent ...................... acteertalent
akteur ............................ acteur
aktie ............................. actie
aktief ............................ actief
aktiefoto's ....................... actiefoto's
aktiegroep ........................ actiegroep
aktiegroepen ...................... actiegroepen
akties ............................ acties
aktieve ........................... actieve
aktiever .......................... actiever
aktiva ............................ activa
aktiveerd ......................... geactiveerd
aktiveert ......................... activeert
aktiverend ........................ activerend
aktiviteit ........................ activiteit
aktiviteitekemmissie .............. activiteitencommissie
aktiviteiten ...................... activiteiten
aktiviteitenleidster .............. activiteitenleidster
aktrice ........................... actrice
aktualiteit ....................... actualiteit
aktueel ........................... actueel
aktuele ........................... actuele
al ................................ reeds
al ................................ wel
alder ............................. aller
alderaorigst ...................... alleraardigst
alderaorigste ..................... alleraardigste
alderbelangriekste ................ allerbelangrijkste
alderbenauwdst .................... erg bang
alderbeste ........................ allerbeste
alderdeegst ....................... zelfs
aldereerst ........................ allereerst
aldereerste ....................... allereerste
aldereupenst ...................... scherp luisteren
aldergenoegliksten ................ alleraardigst
aldergewoonste .................... allergewoonste
aldergriezelig .................... griezelig
alderhaande ....................... allerhande
alderheijligen .................... allerheiligen
alderheiselikst ................... heel erg
alderheiselikste .................. heel erge
alderheiseliksten ................. verschrikkelijke
alderjongsten ..................... allerjongsten
alderlaeste ....................... allerlaatste
alderleegste ...................... allerlaagste
aldermeenst ....................... allerminst
aldermeerste ...................... allermeeste
aldermooist ....................... allermooist
aldernaosten ...................... allernaasten
alderslimste ...................... allerslimste
alderverschrikkeliksten ........... allerverschrikkelijkst
aldervrundelikst .................. allervriendelijkst
alfebetische ...................... alfabetische
algedurig ......................... steeds
algehiele ......................... algehele
algemien .......................... algemeen
algemiene ......................... algemene
alkehol ........................... alcohol
alkohol ........................... alcohol
alkoholgehalte .................... alcoholgehalte
alkoholist ........................ alcoholist
alkoholisten ...................... alcoholisten
alkoholpromillage ................. alcoholpromillage
allange ........................... allang
allardsoge ........................ allardsoog
allat ............................. best te spreken
allebeide ......................... allebei
alledaegs ......................... alledaags
alledaegs ......................... gewoon
alledaegse ........................ alledaagse
alledrieje ........................ alledrie
allegeer .......................... allemaal
allegere .......................... allemaal
allemachtig ....................... geweldig
allemachtigen ..................... allemachtige
allemachtigen ..................... geweldigen
alleman ........................... iedereen
allemaol .......................... allemaal
allemaole ......................... alle
allemaole ......................... allemaal
allend ............................ alleen
alleraorigste ..................... alleraardigste
allerhaande ....................... allerhande
allerlaeste ....................... allerlaatste
allernoodzaekelikste .............. allernoodzakelijkste
alleruterste ...................... alleruiterste
allervrundelikste ................. allervriendelijkste
allesvreter ....................... alleseter
allien ............................ alleen
alliend ........................... alleen
alliendstaonden ................... alleenstaanden
allienig .......................... alleen
almar ............................. steeds
alpemeer .......................... alpenmeer
alsmar ............................ alsmaar
alsmar ............................ voortdurend
altaor ............................ altaar
altaors ........................... altaars
altemet ........................... af en toe
altemet ........................... misschien
alter ............................. altaar
alteraosie ........................ verwarring
alters ............................ altaren
altied ............................ altijd
altieten .......................... altijd
alvaast ........................... alvast
alwetendhied ...................... alwetendheid
amandels .......................... amandelen
ambachtsluden ..................... ambachtslieden
ambassedeur ....................... ambassadeur
ambtelik .......................... ambtelijk
ambtelike ......................... ambtelijke
ambtener .......................... ambtenaar
ambteners ......................... ambtenaren
ambtsketten ....................... ambtsketting
amelaand .......................... ameland
amerike ........................... amerika
ameteurs .......................... amateurs
ameteurwark ....................... amateurswerk
ammateurs ......................... amateurs
ammeteur .......................... amateur
ammeteurs ......................... amateurs
ammeteurwark ...................... amateurwerk
ammetrice ......................... amatrice
amper ............................. nauwelijks
amper ............................. slechts
amperan ........................... nauwelijks
amrobaank ......................... amrobank
amstelvene ........................ amstelveen
amuseerd .......................... geamuseerd
amuzement ......................... amusement
an ................................ aan
an de haand ....................... aan de hand
anbad ............................. aanbad
anbaden ........................... aanbaden
anbakken .......................... aanbakken
anbeden ........................... aanbeden
anbelaand ......................... aanbeland
anbelangde ........................ betrof
anbelangen ........................ aangaan
anbelangt ......................... aangaat
anbeld ............................ aangebeld
anbelde ........................... aanbelde
anbellen .......................... aanbellen
anbesteden ........................ aanbesteden
anbestedinge ...................... aanbesteding
anbetaelen ........................ aanbetalen
anbetaeling ....................... aanbetaling
anbeud ............................ aanbood
anbeuden .......................... aangeboden
anbevelen ......................... aanbevelen
anbevelingskomitee ................ aanbevelingscommitee
anbid ............................. aanbid
anbidden .......................... aanbidden
anbidding ......................... aanbidding
anbidt ............................ aanbidt
anbieden .......................... aanbieden
anbieding ......................... aanbieding
anbienen .......................... aanbenen
anbienen .......................... aanbinden
anbiezen .......................... aanbenen
anblik ............................ aanblik
anbouw ............................ aanbouw
anbouwd ........................... aangebouwd
anbreken .......................... aanbreken
anbrekt ........................... aanbreekt
anbrengen ......................... aanbrengen
anbreuk ........................... aanbrak
anbreuken ......................... aangebroken
anbrocht .......................... aangebracht
anbunnen .......................... aangebonden
anböd ............................. aanbieding
anböd ............................. aanbod
andacht ........................... aandacht
andachtig ......................... aandachtig
andaenken ......................... aandenken
andaon ............................ aangedaan
andaon ............................ aangericht
andee ............................. aandeed
andelen ........................... aandelen
andiel ............................ aandeel
andielhoolder ..................... aandeelhouder
andiend ........................... aangediend
andiende .......................... aandiende
andienen .......................... aandienen
andient ........................... aandient
andoen ............................ aandoen
andoende .......................... aandoende
andoenlik ......................... aandoenlijk
andot ............................. aandoet
andregen .......................... aandragen
andringen ......................... aandringen
androkken ......................... aandrukken
androkte .......................... aangedrukte
androngen ......................... aangedrongen
andude ............................ aanduidde
anduded ........................... aangeduid
anduden ........................... aanduiden
anduding .......................... aanduiding
andurfd ........................... aangedurfd
andurft ........................... aandurft
andurve ........................... aandurf
andurven .......................... aandurven
andusten .......................... aandurfden
anfietsen ......................... aanfietsen
anfietste ......................... aanfietste
anfloept .......................... aanfloept
anflut ............................ aangestoken (onderweg)
angaf ............................. aangaf
angaf ............................. toereikte
angaon ............................ aangaan
angaon ............................ tekeer gaan
angaonde .......................... aangaande
angaot ............................ aangaat
angaot ............................ betreft
angeft ............................ aangeeft
angelegenheden .................... aangelegenheden
angelegenhied ..................... aangelegenheid
angelusklokke ..................... angelusklok
angenaem .......................... aangenaam
angenaeme ......................... aangename
angeve ............................ aangeef
angeven ........................... aangegeven
angeven ........................... aangeven
angift ............................ aangeeft
angifte ........................... aangifte
angong ............................ aanging
angreenzend ....................... aangrenzend
angreenzende ...................... aangrenzende
angrepen .......................... aangegrepen
angriepende ....................... aangrijpende
angstanjaegend .................... angstaanjagend
angstig ........................... bang
anhaeld ........................... aangehaald
anhaelen .......................... aanhalen
anhaeliger ........................ aanhaliger
anhaelingstekens .................. aanhalingstekens
anhangen .......................... aanhangen
anhanger .......................... aanhanger
anhebben .......................... aanhebben
anheurd ........................... aangehoord
anheurden ......................... aanhoorden
anheuren .......................... aanhoort
anheuren .......................... aanhoren
anheurend ......................... aanhorend
anheven ........................... aangeheven
anhief ............................ aanhief
anholdend ......................... aanhoudend
anholen ........................... aanhouden
anhoolt ........................... aanhoudt
anhul ............................. aanhield
anhullen .......................... aangehouden
anien ............................. aaneen
aniensleuten ...................... aaneengesloten
aniesdraankien .................... anijsdrankje
anieverd .......................... aangespoord
anjaeger .......................... aanjager
ankeek ............................ aankeek
ankeken ........................... aangekeken
ankeken ........................... aankeken
ankem ............................. komende
ankem ............................. volgend
ankem ............................. volgende
ankemjaor ......................... volgendjaar
ankieke ........................... aankijk
ankieken .......................... aankijken
ankikt ............................ aankijkt
anklaampen ........................ aanklampen
anklacht .......................... aanklacht
anklaegd .......................... aangeklaagd
anklaegde ......................... aanklaagde
anklaegen ......................... aanklagen
anklaeger ......................... aanklager
ankleded .......................... aangekleed
ankleed ........................... aangekleed
anklieding ........................ aankleding
ankloppen ......................... aankloppen
anknippen ......................... aanknippen
ankocht ........................... aangekocht
ankom ............................. komende
ankomme ........................... aankom
ankommen .......................... aangekomen
ankommen .......................... aankomen
ankommende ........................ aankomende
ankomst ........................... aankomst
ankomt ............................ aankomt
ankondigd ......................... aangekondigd
ankondigde ........................ aankondigde
ankondiging ....................... aankondiging
ankoop ............................ aankoop
ankopen ........................... aankopen
ankundiging ....................... aankondiging
ankwam ............................ aankwam
ankwammen ......................... aankwamen
anleerd ........................... aangeleerd
anleg ............................. aanleg
anlegd ............................ aangelegd
anleggen .......................... aanleggen
anlegsteiger ...................... aanlegsteiger
anleiding ......................... aanleiding
anleunhusien ...................... aanleunhuisje
anleunhuus ........................ aanleunwoning
anleverd .......................... aangeleverd
anleverde ......................... aanleverde
anleveren ......................... aanleveren
anliggen .......................... aanliggen
anloop ............................ aanloop
anlope ............................ aanloop
anlopen ........................... aanlopen
anlopien .......................... aanloopje
anmaeken .......................... voortmaken
anmaekt ........................... aangemaakt
anmarking ......................... aanmerking
anmarkings ........................ aanmerkingen
anmekaander ....................... aan elkander
anmekeer .......................... aan elkaar
anmeld ............................ aanmeld
anmelded .......................... aangemeld
anmelden .......................... aanmelden
anmelding ......................... aanmelding
anmeldings ........................ aanmeldingen
anmingeld ......................... aangeslingerd
anmingelen ........................ aanslingeren
anmoedigen ........................ aanmoedigen
anmoediging ....................... aanmoediging
annam ............................. aannam
anneks ............................ annex
anneliseren ....................... analyseren
anneme ............................ aanneem
annemelik ......................... aannemelijk
annemelike ........................ aannemelijke
annemen ........................... aannemen
annemer ........................... aannemer
annemers .......................... aannemers
anneumen .......................... aangenomen
anpak ............................. aanpak
anpakken .......................... aanpakken
anpakt ............................ aangepakt
anpakt ............................ aanpakt
anpappen .......................... aanpappen
anpassen .......................... aanpassen
anpassing ......................... aanpassing
anpassings ........................ aanpassingen
anpast ............................ aangepast
anplaant .......................... aanplant
anpriezen ......................... aanprijzen
anprutst .......................... aangeprutst
anraekber ......................... aanraakbaar
anraekberen ....................... aanraakbaren
anraeken .......................... aanraken
anraeking ......................... aanraking
anraekt ........................... aangeraakt
anraekt ........................... aanraakt
anraekte .......................... aanraakte
anranen ........................... aanranden
anraoden .......................... aangeraden
anraoden .......................... aanraden
anraoder .......................... aanrader
anrekt ............................ aangegeven
anreurd ........................... aangeroerd
anreuren .......................... aanroeren
anricht ........................... aanricht
anrichten ......................... aanrichten
anrieden .......................... aanrijden
anrikke ........................... aanreik
anrikkemederen .................... aanbevelen
anrikken .......................... aanreiken
anrikt ............................ aanreikt
anroepen .......................... aanroepen
anruuld ........................... aangerold
anschaf ........................... aanschaf
anschaffen ........................ aanschaffen
anschaft .......................... aanschaft
anschafte ......................... aanschafte
anscheuten ........................ aangeschoten
anschreven ........................ aangeschreven
ansichtkaorte ..................... prentbriefkaart
anslaegen ......................... aanslagen
anslag ............................ aanslag
anslao ............................ aansla
anslaon ........................... aanslaan
ansleuten ......................... aangesloten
ansluten .......................... aansluiten
ansluting ......................... aansluiting
ansprakken ........................ aanspraken
anspraoke ......................... aanspraak
anspreken ......................... aanspreken
ansprekende ....................... aansprekende
anspreuken ........................ aangesproken
anspringen ........................ aanspringen
anstalten ......................... aanstalten
anstaon ........................... aanstaan
anstaonde ......................... aanstaande
anstarken ......................... aansterken
anstarkt .......................... aansterkt
ansteker .......................... aansteker
ansteld ........................... aangesteld
anstelderig ....................... aanstellerig
anstellen ......................... aanstellen
anstelleri'je ..................... aanstellerij
anstellerig ....................... aanstellerig
anstelling ........................ aanstelling
ansteuken ......................... aangestoken
anstikke .......................... aansteek
anstikkelik ....................... aanstekelijk
anstoot ........................... aanstoot
anstormen ......................... aanstormen
anstormende ....................... aanstormende
anstot ............................ aanstoot
anstried .......................... tegenstrijd
anstrupen ......................... aankleden
anstruupt ......................... aangekleed
anstruupte ........................ aangeklede
ansturing ......................... aansturing
anstöt ............................ aanstoot
antal ............................. aantal
antast ............................ aangetast
antegen ........................... anti
antegen ........................... tegemoet
antekenings ....................... aantekeningen
antekens .......................... aantekeningen
antiduuts ......................... antiduits
antifraans ........................ antifrans
antocht ........................... aantocht
antonen ........................... aantonen
antoond ........................... aangetoond
antreden .......................... aantreden
antreffe .......................... aantref
antreffen ......................... aantreffen
antreffen ......................... aantreft
antrekke .......................... aantrek
antrekkelik ....................... aantrekkelijk
antrekkelik ....................... mooi
antrekkelike ...................... aantrekkelijke
antrekkeliker ..................... aantrekkelijker
antrekkeliks ...................... aantrekkelijks
antrekkelikste .................... aantrekkelijkste
antrekken ......................... aantrekken
antrekkingskracht ................. aantrekkingskracht
antrof ............................ aantrof
antroffen ......................... aangetroffen
antrok ............................ aantrok
antrokken ......................... aangetrokken
antugen ........................... aanwenden
antuugd ........................... aangeschaft
antwoordapperaot .................. antwoordapparaat
antwoordmateriaol ................. antwoordmateriaal
anval ............................. aanval
anvalen ........................... aangevallen
anvalen ........................... aanvallen
anvallig .......................... aanvallig
anvalswarken ...................... aanvalswerken
anveegd ........................... aangeveegd
anveerd ........................... aanvaard
anveerden ......................... aanvaarden
anvegen ........................... aanvegen
anvieterd ......................... aansporen
anvieteren ........................ aansporen
anvieterende ...................... aanmoedigende
anvietering ....................... aansporing
anvieteringspries ................. aansporingsprijs
anvliegen ......................... aanvliegen
anvoerd ........................... aangevoerd
anvraogd .......................... aangevraagd
anvraoge .......................... aanvraag
anvraogen ......................... aanvragen
anvreten .......................... aanvreten
anvreug ........................... aanvroeg
anvrotten ......................... ploeteren
anvuld ............................ aangevuld
anvulen ........................... aanvoelen
anvullend ......................... aanvullend
anvullende ........................ aanvullende
anvulling ......................... aanvulling
anvullings ........................ aanvullingen
anwakkeren ........................ aanwakkeren
anwbspelde ........................ anwb-speld
anwees ............................ aanwees
anwenden .......................... aanwenden
anwezegens ........................ aanwezigheid
anwezen ........................... aangewezen
anwezig ........................... aanwezig
anwezige .......................... aanwezige
anwezigen ......................... aanwezigen
anwezigens ........................ aanwezigheid
anwezighied ....................... aanwezigheid
anwies ............................ aanwijs
anwiesbere ........................ aanwijsbare
anwiezen .......................... aanwijzen
anwiezing ......................... aanwijzing
anwiezings ........................ aanwijzingen
anzegt ............................ aangezegd
anzet ............................. aanzet
anzeten ........................... aangezeten
anzette ........................... aanzette
anzetten .......................... aanzetten
anzettings ........................ aanzettingen
anzien ............................ aanzien
anzienliken ....................... aanzienlijken
anzwellen ......................... aanzwellen
anzweven .......................... aanzweven
aodel ............................. adel
aodelike .......................... adellijke
aodellik .......................... adellijk
aodemloos ......................... ademloos
aoderlaoting ...................... aderlating
aol ............................... aal
aole .............................. aal
aolen ............................. alen
aolestreep ........................ rugstreep
aolevormig ........................ aalvormig
aolgladde ......................... aalgladde
aolmoes ........................... aalmoes
aolscholver ....................... aalscholver
aoltien ........................... aaltje
aord .............................. aard
aord .............................. instelling
aore .............................. aar
aoren ............................. aren
aoren ............................. halmen
aorenden .......................... arenden
aorig ............................. aantrekkelijk
aorig ............................. aardig
aorige ............................ aardige
aorige ............................ lieflijke
aoriger ........................... aardiger
aorighied ......................... aardigheid
aorigs ............................ aardigs
aorigste .......................... aardigste
aorzeling ......................... aarzeling
aosem ............................. adem
aosemde ........................... ademde
aosemhaelden ...................... ademhaalden
aosemhaelen ....................... ademhalen
aosemhaeling ...................... ademhaling
aosemt ............................ ademt
aosemtechniek ..................... ademtechniek
aosgieren ......................... aasgieren
aovend ............................ avond
aovendbezuuk ...................... avondbezoek
aovenddieze ....................... avondnevel
aovende ........................... avond
aovendeten ........................ avondeten
aovendmaol ........................ avondmaal
aovendmaolsbeker .................. avondmaalsbeker
aovendopleiding ................... avondopleiding
aovendpergramme ................... avondprogramma
aovendpraot ....................... avondpraat
aovendpraoten ..................... avondpraten
aovendpraoters .................... avondvisite
aovendrittien ..................... avondritje
aovends ........................... avonds
aovenduren ........................ avonduren
aovendvullend ..................... avondvullend
aovendwiend ....................... avondwind
aovens ............................ 's avonds
aoventien ......................... avondje
apat .............................. apart
apat .............................. eigenaardig
apats ............................. aparts
apatte ............................ aparte
apetijteliker ..................... appetijtelijker
apostels .......................... apostelen
appat ............................. eigenaardig
appats ............................ aparts
appatte ........................... aparte
appattement ....................... appartement
appattementen ..................... appartementen
appelsche ......................... appelscha
appelschester ..................... appelschaster
appelsmotse ....................... appelmoes
appeltien ......................... appeltje
appelties ......................... appeltjes
appelvinke ........................ appelvink
apperaot .......................... apparaat
apperaoten ........................ apparaten
apperaotien ....................... apparaatje
apperetuur ........................ apparatuur
appetheker ........................ apotheker
aprilmaond ........................ aprilmaand
aprilnommer ....................... aprilnummer
aptheek ........................... apotheek
apthekers ......................... apothekers
arbeidershusies ................... arbeidershuisjes
arbeidersmeensken ................. arbeidersvolk
arbeidersstaand ................... arbeidersstand
arbeidersvrouwgien ................ arbeidersvrouwtje
arbeidsdienstweigerers ............ arbeidsdienstweigeraars
arbeidstieden ..................... werktijden
arbitraole ........................ arbitrale
archiefinspektie .................. archiefinspectie
archiefstokken .................... archiefstukken
architekteburo .................... architectenbureau
architektonische .................. architectonische
architektuur ...................... architectuur
arf ............................... erf
arfde ............................. erfde
arfden ............................ geërfd
arfenis ........................... erfenis
arfgenaem ......................... erfgenaam
arfgoed ........................... erfgoed
arg ............................... erg
arg ............................... hevig
argement .......................... argument
argementen ........................ argumenten
argens ............................ elders
argens ............................ ergens
arger ............................. erger
argerd ............................ geërgerd
argerde ........................... ergerde
argere ............................ ergere
argeren ........................... ergeren
argerlik .......................... ergerlijk
argernis .......................... ergernis
argernis .......................... toorn
argieven .......................... archieven
argiveren ......................... archiveren
args .............................. ergs
argste ............................ ergst
arre .............................. ar
arrestaosie ....................... arrestatie
arrestaosiedienst ................. arrestatiedienst
arrestaosieploeg .................. arrestatieploeg
arresteerd ........................ gearresteerd
arrogaansie ....................... arrogantie
artiestekefé ...................... artiestencafé
artikels .......................... artikelen
artikeltien ....................... artikeltje
artikulaosie ...................... articulatie
arve .............................. erf
arven ............................. erven
as ................................ als
as ................................ dan
as ................................ indien
as ................................ wanneer
as't .............................. als het
asfalteerde ....................... geasfalteerde
asielzuker ........................ asielzoeker
asielzukers ....................... asielzoekers
asielzukerscentrum ................ asielzoekerscentrum
asjeblief ......................... alsjeblieft
asjeblief ......................... alstublieft
asjeblieft ........................ alsjeblieft
aske .............................. as
askebak ........................... asbak
askebakken ........................ asbakken
askelaand ......................... asland
askevievers ....................... asvijvers
asnog ............................. alsnog
asof .............................. alsof
aspekten .......................... aspecten
asperientien ...................... aspirientje
asperienties ...................... aspirines
aspiraantleden .................... aspirant-leden
asse .............................. as
assies ............................ asjes
astronautevoer .................... astronautenvoer
atepoele .......................... erwt
atten ............................. aten
attraktie ......................... attractie
attrakties ........................ attracties
augustusnommer .................... augustusnummer
auteurschop ....................... auteurschap
autobanen ......................... autobanden
autogien .......................... autootje
autokaorte ........................ autokaart
autokarkhof ....................... autokerkhof
automaot .......................... automaat
autoongelok ....................... autoongeluk
autorieden ........................ autorijden
aventuur .......................... avontuur
awwe .............................. als wij
baand ............................. band
baander ........................... deeldeur
baander ........................... schuurdeur
baander ........................... schuurdeuren
baanderdeure ...................... deeldeur
baanderdeuren ..................... schuurdeuren
baanders .......................... schuurdeuren
baandiezer ........................ bandijzer
baandiezers ....................... bandijzers
baandig ........................... druk
baangeldeure ...................... schuurdeur (grote)
baank ............................. bank
baankarchief ...................... bankarchief
baankboek ......................... bankboek
baanken ........................... banken
baankgebouw ....................... bankgebouw
baankien .......................... bankje
baankies .......................... bankjes
baankinstelling ................... bankinstelling
baankinstellings .................. bankinstellingen
baankkosten ....................... bankkosten
baankrekening ..................... bankrekening
baankschroeven .................... bankschroeven
baankstel ......................... bankstel
baanktael ......................... banktaal
baantien .......................... baantje
baanzeldeure ...................... schuurdeur (grote)
baanzer ........................... ?
baanzers .......................... ?
baanzerveur ....................... ?
baarm ............................. berm
baarmhattig ....................... barmhartig
baarmhattige ...................... barmhartige
baarmhattighied ................... barmhartigheid
baarmoederlike .................... baarmoederlijke
baarms ............................ bermen
baasten ........................... barsten
babbelegoegies .................... fratsen
babbelegoegies .................... praatjes
badgaasten ........................ badgasten
badkaemer ......................... badkamer
badplaetse ........................ badplaats
badplak ........................... badplaats
badruumte ......................... badkamer
badruumte ......................... badruimte
baeken ............................ baken
baekens ........................... bakens
baene ............................. baan
baenebreker ....................... baanbreker
baenediel ......................... banenpool
baenedieldroom .................... banenpooldroom
baenedieler ....................... banenpooler
baenedielers ...................... banenpollers
baenedielers ...................... banenpoolers
baenedielregeling ................. banenpoolregeling
baenen ............................ banen
baenseld .......................... gesjokt
baentien .......................... baantje
baenties .......................... baantjes
baentiesman ....................... ambtenaar
bafferd ........................... klap
bakbiesten ........................ bakbeesten
bakkeran .......................... failliet
bakkeran .......................... schuldenvrij
bakkeran .......................... vermoeid
bakkeri'je ........................ bakkerij
bakkeri'jgien ..................... bakkerijtje
bakkerswaegen ..................... bakkerswagen
bakkersweren ...................... bakkerswaren
bakkerswinkeltien ................. bakkerswinkeltje
bakkevene ......................... bakkeveen
bakkeveniger ...................... bakkeveenster
bakkien ........................... bakje
bakkies ........................... bakjes
bakkiesman ........................ venter
bakplaete ......................... bakplaat
bakstien .......................... baksteen
bakstiender ....................... bakstenen
bakstienen ........................ bakstenen
balaans ........................... balans
baldiezen ......................... omhangen
balke ............................. balk
balkens ........................... balken
balkien ........................... balkje
balle ............................. bal
ballegien ......................... balletje
ballegies ......................... balletjes
balletdaanser ..................... balletdanser
ballings .......................... ballingen
ballingschop ...................... ballingschap
balsemd ........................... gebalsemd
balspullegies ..................... balspelletjes
balstien .......................... kei
balstiender ....................... keien
balstienties ...................... keisteentjes
balsturig ......................... weerbarstig
balzael ........................... balzaal
banen ............................. banden
bange ............................. angst
bange ............................. bang
bangeschieter ..................... bangerik
bangeschieterds ................... bangerds
banig ............................. druk
banig ............................. volhandig
banige ............................ drukke
banjerd ........................... gebanjerd
banketstaeve ...................... banketstaaf
bansdeur .......................... schuurdeur (grote)
bantege ........................... bantinga
baoke ............................. baken
baol .............................. baal
baord ............................. baard
baordmannegien .................... baardmannetje
baore ............................. baar
baoren ............................ baart
baos .............................. baas
baosien ........................... baasje
baosies ........................... baasjes
baot .............................. baat
baozen ............................ bazen
baozin ............................ bazin
baozinne .......................... bazin
barg .............................. berg
bargdörpen ........................ bergdorpen
barge ............................. berg
bargen ............................ bergen
bargente .......................... bergeend
barghelling ....................... berghelling
barghellings ...................... berghellingen
barghutte ......................... berghut
bargien ........................... bergje
bargies ........................... bergjes
barging ........................... berging
bargketten ........................ bergketen
bargkettens ....................... bergketens
bargkloof ......................... bergkloof
barglaand ......................... bergland
bargmassief ....................... bergmassief
bargofweerts ...................... bergafwaarts
bargop ............................ bergop
bargpad ........................... bergpad
bargpassen ........................ bergpassen
bargrevier ........................ bergrivier
bargrogge ......................... bergrug
bargruumte ........................ bergruimte
bargt ............................. bergt
bargtoppen ........................ bergtoppen
bargwandelen ...................... bergwandelen
bargwandeltocht ................... bergwandeltocht
bargweggien ....................... bergweggetje
barkrokke ......................... barkruk
barkrukke ......................... barkruk
barrebiesies ...................... barbiesjes
barrels ........................... diggelen
barrikade ......................... barricade
bas ............................... bars
baseerd ........................... gebaseerd
basisaktie ........................ basisactie
basismateriaol .................... basismateriaal
basisonderwies .................... basisonderwijs
basisschoele ...................... basisschool
basisschoelen ..................... basisscholen
basperti'j ........................ baspartij
basse ............................. barse
bast .............................. barst
baste ............................. barste
basten ............................ barsten
bastende .......................... barstende
bastige ........................... barstige
bastte ............................ barstte
bastten ........................... barstten
bats .............................. spade
batse ............................. zandspade
batsen ............................ tekeergaan
batst ............................. geknald
batste ............................ beukte
batte ............................. batting
batteri'je ........................ batterij
batteri'jen ....................... batterijen
beaendigd ......................... beëindigd
beaken ............................ baken
beargementeerde ................... beargumenteerde
bedaanke .......................... bedank
bedaanken ......................... bedanken
bedaankien ........................ bedankje
bedaankt .......................... bedankt
bedaankte ......................... bedankte
bedaenk ........................... bedenk
bedaenke .......................... bedenk
bedaenkelik ....................... bedenkelijk
bedaenken ......................... bedenken
bedaenkt .......................... bedenkt
bedaord ........................... bedaard
bedaorde .......................... bedaarde
bedaoren .......................... bedaren
bedarf ............................ bederf
bedarft ........................... bederft
bedarven .......................... bederven
bedde ............................. bed
beddebeweerder .................... eunuch
beddeschut ........................ bedschot
beddewinkel ....................... beddenwinkel
beden ............................. baden
bedenkings ........................ bedenkingen
bedevaort ......................... bedevaart
bedevaortbasiliek ................. bedevaartbasiliek
bedevaortskarke ................... bedevaartskerk
bedield ........................... bedeeld
bediene ........................... bedien
bedocht ........................... bedacht
bedochtzem ........................ bedachtzaam
bedoele ........................... bedoel
bedoelen .......................... bedoelt
bedoelings ........................ bedoelingen
bedoen ............................ benatten
bedregen .......................... bedragen
bedreug ........................... bedroeg
bedreug ........................... bedroog
bedreugen ......................... bedrogen
bedreven .......................... handig
bedrief ........................... bedrijf
bedriefies ........................ bedrijfjes
bedriefsfeest ..................... bedrijfsfeest
bedriefsgebouw .................... bedrijfsgebouw
bedriefsleven ..................... bedrijfsleven
bedriefsongelok ................... bedrijfsongeval
bedriefsruumte .................... bedrijfsruimte
bedriefsveriening ................. bedrijfsvereniging
bedriefsvoering ................... bedrijfsvoering
bedriegd .......................... bedreigd
bedriege .......................... bedrieg
bedriegen ......................... bedreigen
bedrieven ......................... bedrijven
bedrievig ......................... bedrijvig
bedrievighied ..................... bedrijvigheid
bedrokken ......................... bedrukken
bedrokt ........................... bedrukt
bedrokte .......................... bedrukte
bedrupen .......................... bedruipen
bedruppen ......................... bedruipen
bedstede .......................... bedstee
bedstee ........................... bedstede
bedsteedeure ...................... bedsteedeur
bedude ............................ beduid
beduded ........................... beduid
bedudede .......................... beduidde
beduden ........................... beduiden
bedudend .......................... beduidend
bedudet ........................... beduidt
bedurf ............................ bedierf
bedurven .......................... bedierven
bedurven .......................... bedorven
beduudde .......................... beduidde
beduudden ......................... beduidden
beduurraem ........................ borduurraam
beduvelen ......................... bedonderen
bedöd ............................. beduid
bedödt ............................ beduidt
beeldengaleri'je .................. beeldengalerij
beeldhouwwark ..................... beeldhouwwerk
beeldmateriaol .................... beeldmateriaal
beeldspraoke ...................... beeldspraak
beeltien .......................... beeldje
beerlag ........................... lichaam
beerligies ........................ lichaampjes
beetholen ......................... vasthouden
beetneumen ........................ beetgenomen
beetpakt .......................... beetgepakt
beetsterzwaog ..................... beetsterzwaag
beflappen ......................... overzien
befliester ........................ beflijster
begage ............................ bagage
begagehal ......................... bagagehal
begagenet ......................... bagagenet
begao ............................. bega
begaon ............................ bedreven
begaon ............................ begaan
begaonber ......................... begaanbaar
begaone ........................... begane
begavven .......................... begaven
begeft ............................ begeeft
begeleided ........................ begeleid
begeleidings ...................... begeleidingen
begelieden ........................ begeleiden
begelieding ....................... begeleiding
begeunstigd ....................... begunstigd
begin ............................. aanvang
beginjaoren ....................... beginjaren
beginne ........................... begin
begintied ......................... begintijd
begraffenis ....................... begrafenis
begraffenisse ..................... begrafenis
begraffenissen .................... begrafenissen
begraffenisstoeten ................ begrafenisstoeten
begreef ........................... begraaf
begreefplak ....................... begraafplaats
begreefplakken .................... begraafplaatsen
begreensd ......................... begrensd
begreuf ........................... begroef
begreut ........................... begroot
begreuten ......................... begroten
begreuven ......................... begraven
begreuven ......................... begroeven
begreven .......................... begraven
begriep ........................... begrijp
begriepe .......................... begrijp
begriepelik ....................... begrijpelijk
begriepelike ...................... begrijpelijke
begriepen ......................... begrijpen
begriepen ......................... beseffen
begriepen ......................... doorgronden
begriepende ....................... begrijpende
begript ........................... begrijpt
begrotelik ........................ jammer
begrotelik ........................ zonde
begrotings ........................ begrotingen
begruuid .......................... begroeid
begruuide ......................... begroeide
begruuïng ......................... begroeiing
behaandel ......................... behandel
behaandeld ........................ behandeld
behaandelden ...................... behandelden
behaandelen ....................... behandelen
behaandelen ....................... behandelt
behaandeling ...................... behandeling
behaandelings ..................... behandelingen
behaegelik ........................ behaaglijk
behaegen .......................... behagen
behaelde .......................... behaalde
behaelden ......................... behaalden
behaelen .......................... behalen
behaffel .......................... behap
behaffeld ......................... opgepeuzeld
behaffelde ........................ oppeuzelde
behaffele ......................... peuzelen
behaffelen ........................ behappen
behaffelen ........................ oppeuzelen
behaffelt ......................... peuzelt
behalven .......................... behalve
behaord ........................... behaard
behappen .......................... overzien
behapstokken ...................... behappen
beheerse .......................... beheers
beheuren .......................... behoren
beheurlik ......................... behoorlijk
beheurlike ........................ behoorlijke
beheurt ........................... behoort
behoedzem ......................... behoedzaam
beholen ........................... behouden
behongen .......................... behangen
behoold ........................... behoud
behoolt ........................... behoudt
behoorlik ......................... behoorlijk
behul ............................. behield
behulpzem ......................... behulpzaam
behulpzem ......................... hulpvaardig
behulpzeme ........................ behulpzame
behulpzemhied ..................... behulpzaamheid
beidend ........................... beide
beie .............................. bei
beiepollen ........................ bessenpollen
beiesap ........................... beiensap
bejaorde .......................... bejaarde
bejaordehuus ...................... bejaardenhuis
bejaordekoor ...................... bejaardenkoor
bejaorden ......................... bejaarden
bejaordetehuus .................... bejaardentehuis
bejaordewieken .................... bejaardenwijken
bejaordewonings ................... bejaardenwoningen
bejaordewoninkien ................. bejaardenwoninkje
bek ............................... muil
bekende ........................... vermaarde
bekendhied ........................ bekendheid
bekendmaeken ...................... bekendmaken
bekendmaekt ....................... bekendgemaakt
bekendmaekt ....................... bekengemaakt
bekertien ......................... bekertje
bekerties ......................... bekertjes
bekeurings ........................ bekeuringen
bekhofschaans ..................... bekhofschans
bekhoftille ....................... bekhofbruggetje
bekiek ............................ bekijk
bekieke ........................... bekijk
bekieken .......................... bekijken
bekiekt ........................... bekijkt
bekien ............................ beekje
bekikt ............................ bekijkt
beklaegde ......................... beklaagde
beklaegdebaank .................... beklaagdenbank
beklaegensweerdig ................. beklagenswaardig
bekliedden ........................ bekleedden
beklumen .......................... verkleumen
bekoegelen ........................ bekogelen
bekof ............................. bek af
bekommen .......................... bekomen
bekoorlik ......................... bekoorlijk
bekoorlike ........................ bekoorlijke
bekreup ........................... bekroop
bekubbed .......................... bekommerd
bekubbede ......................... bekommerde
bekubben .......................... bekappen
bekubben .......................... bekommeren
bekubbet .......................... bekapt
bekwaom ........................... bekwaam
bekwaome .......................... bekwame
belaand ........................... beland
belaande .......................... belandde
belaanden ......................... belandden
belaans ........................... balans
belaant ........................... belandt
belachelik ........................ belachelijk
belachelike ....................... belachelijke
belaeden .......................... beladen
belane ............................ beland
belanen ........................... belanden
belangenorganisaosie .............. belangenorganisatie
belangenverieniging ............... belangenvereniging
belangriek ........................ belangrijk
belangrieke ....................... belangrijke
belangrieker ...................... belangrijker
belangrieks ....................... belangrijks
belangriekste ..................... belangrijkste
belaogd ........................... belaagd
belaogen .......................... belagen
belaogers ......................... belagers
belaogt ........................... belaagt
belastingbetaelers ................ belastingbetalers
belastingparrediesien ............. belastingparadijsje
belastings ........................ belastingen
belastingveurdielties ............. belastingvoordeeltjes
beld .............................. gebeld
beleidsveurnemens ................. beleidsvoornemens
belemmerings ...................... belemmeringen
beleve ............................ beleef
belidt ............................ belijdt
belied ............................ beleid
beliede ........................... belijd
belieden .......................... belijden
beliedsbepaolend .................. beleidsbepalend
beliedsplannen .................... beleidsplannen
belle ............................. bel
bellegien ......................... belletje
bellegies ......................... belletjes
belocht ........................... belicht
belochting ........................ belichting
beloerde .......................... begluurde
belon ............................. ballon
belonnegien ....................... ballonnetje
belopen ........................... bijhouden
belt .............................. gebeld
beluusteren ....................... beluisteren
bemaeld ........................... bezield
bemaelen .......................... drukte op de hals halen
bemaelt ........................... bekommert
bemannings ........................ bemanningen
beminnelik ........................ beminnelijk
bemuui ............................ bemoei
bemuuid ........................... bemoeid
bemuuide .......................... bemoeide
bemuuien .......................... bemoeien
bemuuienis ........................ bemoeienis
bemuuilikt ........................ bemoeilijkt
benaan ............................ banaan
benaeming ......................... benaming
benaemings ........................ benamingen
benanen ........................... bananen
benaoderd ......................... benaderd
benaoderen ........................ benaderen
benaodering ....................... benadering
benaodielde ....................... benadeelde
benaodrokt ........................ benadrukt
benaodrokte ....................... benadrukte
benauwdachtig ..................... angstig
benauwdens ........................ benauwdheid
benauwdhied ....................... benauwdheid
beneden ........................... benijd
beneden ........................... benijdden
beneed ............................ benijdde
beneudigde ........................ benodigde
beni'jd ........................... benieuwd
beni'jen .......................... benieuwen
beniede ........................... benijd
benieden .......................... benijden
beniedt ........................... benijdt
benienen .......................... benijden
bentegrös ......................... bentgras
benten ............................ bentgras
bentepollen ....................... bentgraspollen
benuming .......................... benoeming
benuumd ........................... benoemd
benuumde .......................... benoemde
beoordield ........................ beoordeeld
beoordielen ....................... beoordelen
beoordielinge ..................... beoordeling
bepaold ........................... bepaald
bepaolde .......................... bepaalde
bepaolen .......................... bepalen
bepaolend ......................... bepalend
bepaolings ........................ bepalingen
bepaolt ........................... bepaalt
bepark ............................ beperk
beparke ........................... beperk
beparken .......................... beperken
beparkings ........................ beperkingen
beparkt ........................... beperkt
beparkte .......................... beperkte
bepluusd .......................... opgegeten
bepoolderd ........................ bepolderd
beppe ............................. oma
bepraot ........................... bepraat
bepraoten ......................... bepraten
bepraotten ........................ bepraatten
beproevings ....................... beproevingen
bepruving ......................... beproeving
bepruvings ........................ beproevings
berak ............................. barak
berakken .......................... barakken
beraod ............................ beraad
beraoden .......................... beraden
beraomd ........................... beraamd
beraomden ......................... beraamden
beraomen .......................... beramen
berduurd .......................... geborduurd
berduurt .......................... borduurt
beredden .......................... beredderen
bereided .......................... bereid
berekenings ....................... berekeningen
bergveldpries ..................... bergveldprijs
berichien ......................... berichtje
berichies ......................... berichtjes
beriddeneerde ..................... beredeneerde
berieden .......................... berijden
berieder .......................... berijder
berieders ......................... berijders
beriek ............................ bereik
beriekber ......................... bereikbaar
beriekbere ........................ bereikbare
berieken .......................... bereiken
beriekt ........................... bereikt
beriekte .......................... bereikte
berikke ........................... bereik
berikken .......................... bereiken
berikt ............................ bereikt
berketakke ........................ berkentak
berkoop ........................... oldeberkoop
berkoper .......................... oldeberkoper
berkopers ......................... oldeberkopers
berlien ........................... berlijn
beroemde .......................... befaamde
beroepshalven ..................... beroepshalve
beroepsmaotig ..................... beroepsmatig
beroepsonderwies .................. beroepsonderwijs
berre ............................. bed
bertaol ........................... brutaal
bertaole .......................... brutale
bertaoler ......................... brutaler
beschaedegings .................... beschadigingen
beschaedigd ....................... beschadigd
beschaedigde ...................... beschadigde
beschaefd ......................... beschaafd
beschaemd ......................... beschaamd
beschaemend ....................... beschamend
beschaemzem ....................... beschaamd
beschaeving ....................... beschaving
bescharm .......................... bescherm
bescharmd ......................... beschermd
bescharmde ........................ beschermde
bescharmen ........................ beschermen
bescharmheilige ................... beschermheilige
bescharming ....................... bescherming
bescharmt ......................... beschermt
bescharmvrouwe .................... beschermvrouw
bescheid .......................... uitleg
bescheidenhied .................... bescheidenheid
bescheuten ........................ beschoten
beschikber ........................ beschikbaar
beschikbere ....................... beschikbare
beschosseld ....................... bevroren (heel licht)
beschosseld ....................... licht bevroren
beschouwe ......................... beschouw
beschouwings ...................... beschouwingen
beschrieven ....................... beschrijven
beschrievende ..................... beschrijvende
beschrieving ...................... beschrijving
beschrievings ..................... beschrijvingen
beschrift ......................... beschrijft
beschuldigings .................... beschuldigingen
beschutebri'j ..................... beschuitpap
beschutebusse ..................... beschuitbus
beschuut .......................... beschuit
beseffe ........................... besef
besien ............................ beestje
beslaon ........................... beslaan
beslaopen ......................... beslapen
beslat ............................ beslaat
besleug ........................... besloeg
besleugen ......................... beslagen
besleut ........................... besloot
besleuten ......................... besloten
beslist ........................... volstrekt
beslommerings ..................... beslommeringen
beslute ........................... besluit
besluteloos ....................... besluiteloos
beslutelooshied ................... besluiteloosheid
besluten .......................... besluiten
besluut ........................... besluit
besni'jde ......................... besneeuwde
besnieden ......................... besnijden
bespeer ........................... bespaar
bespeerd .......................... bespaard
bespeert .......................... bespaart
bespering ......................... besparing
bespeulen ......................... bespelen
bespottelik ....................... bespottelijk
bespottelike ...................... bespottelijke
besprakken ........................ bespraken
besprekings ....................... besprekingen
besprekt .......................... bespreekt
bespreuken ........................ besproken
bessem ............................ bezem
bessempien ........................ bezempje
bessems ........................... bezems
bessemtien ........................ bezempje
best .............................. prima
bestaand .......................... bestand
bestaon ........................... bestaan
bestaond .......................... bestaand
bestaonde ......................... bestaande
bestaot ........................... bestaat
besteded .......................... besteedt
bestedede ......................... besteedde
bestededen ........................ besteedden
bestedings ........................ bestedingen
bestekkelik ....................... ?
bestelformelier ................... bestelformulier
bestelle .......................... bestel
bestelwaegen ...................... bestelwagen
besteulen ......................... bestolen
beston ............................ bestond
bestonnen ......................... bestonden
bestraoling ....................... bestraling
bestraot .......................... bestraat
bestridt .......................... bestrijdt
bestried .......................... bestrijd
bestrieden ........................ bestrijden
bestriek .......................... bestrijk
bestruund ......................... beslopen
bestudere ......................... bestudeer
bestuurlik ........................ bestuurlijk
bestuurlike ....................... bestuurlijke
bestuursfunktie ................... bestuursfunctie
bestuursinstaansie ................ bestuursinstantie
bestuurskandidaot ................. bestuurskandidaat
bestuurslidmaotschop .............. bestuurslidmaatschap
bestuursvergeerdering ............. bestuursvergadering
bestuursvergeerderings ............ bestuursvergaderingen
bestuurswark ...................... bestuurswerk
bestuverd ......................... bestuiverd
bestuverd ......................... betaald
bestuveren ........................ betalen
betaast ........................... betast
betael ............................ betaal
betaelber ......................... betaalbaar
betaeld ........................... betaald
betaeldag ......................... betaaldag
betaelde .......................... betaalde
betaelden ......................... betaalden
betaele ........................... betaal
betaelen .......................... betalen
betaelen .......................... voldoen
betaelings ........................ betalingen
betaelpassien ..................... betaalpasje
betaelt ........................... betaalt
bete .............................. beet
beteerd ........................... afgelopen
betekenisse ....................... betekenis
beten ............................. gebeten
beterschop ........................ beterschap
beteuterd ......................... sip
betied ............................ vroegtijdig
betien ............................ beetje
beties ............................ beetjes
betoeft ........................... slim
betoefte .......................... slimme
betonplaeties ..................... betonplaatjes
betraonde ......................... betraande
betrappe .......................... betrap
betrekkelik ....................... betrekkelijk
betrekkelike ...................... betrekkelijke
betrokkenhied ..................... betrokkenheid
betrouwber ........................ betrouwbaar
betrouwbere ....................... betrouwbare
betrouwberhied .................... betrouwbaarheid
betugen ........................... betuigen
betugings ......................... betuigingen
betuugde .......................... betuigde
betuugden ......................... betuigden
betwiefele ........................ betwijfel
betwiefelen ....................... betwijfelen
beud .............................. bood
beuden ............................ boden
beuden ............................ geboden
beug .............................. boog
beugen ............................ bogen
beugen ............................ gebogen
beukehoolt ........................ beukenhout
beukelaene ........................ beukenlaan
beul .............................. loei
beulen ............................ loeien
beulswark ......................... beulswerk
beult ............................. loeit
beult ............................. schreeuwt
beur .............................. ontvang
beurd ............................. ontvangen (geld)
beursbanen ........................ beursbanden
beuzeling ......................... bunzing
bevaalt ........................... bevalt
bevalen ........................... bevallen
beveulen .......................... bevolen
beveulen .......................... geboden
beveuroordield .................... bevooroordeeld
beveurrecht ....................... bevoorrecht
bevint ............................ bevindt
bevleugen ......................... bevlogen
bevliegings ....................... bevliegingen
bevodderen ........................ bevorderen
bevolkingsdiel .................... bevolkingsdeel
bevong ............................ beving
bevreuren ......................... bevroren
bevri'j ........................... bevrij
bevri'jd .......................... bevrijd
bevri'jdde ........................ bevrijdde
bevri'jden ........................ bevrijden
bevri'jder ........................ bevrijder
bevri'jders ....................... bevrijders
bevri'jding ....................... bevrijding
bevri'jdings ...................... bevrijdingen
bevri'jdingsdag ................... bevrijdingsdag
bevul ............................. beviel
bevun ............................. bevond
bevunnen .......................... bevonden
bevuuld ........................... bevoeld
bewaeken .......................... bewaken
bewaeker .......................... bewaker
bewaekers ......................... bewakers
bewaeking ......................... bewaking
bewaekingstroepen ................. bewakingstroepen
bewaekt ........................... bewaakt
bewaopend ......................... bewapend
bewark ............................ bewerk
bewarkelik ........................ bewerkelijk
bewarken .......................... bewerken
bewarkt ........................... bewerkt
bewarkte .......................... bewerkte
bewarkten ......................... bewerkten
beweer ............................ bewaar
beweerd ........................... bewaard
beweerde .......................... bewaarde
beweerden ......................... bewaarden
beweerderig ....................... bewaarzuchtig
beweert ........................... bewaart
bewege ............................ beweeg
bewegings ......................... bewegingen
bewegt ............................ beweegt
beweren ........................... bewaren
bewering .......................... bewaring
beweug ............................ bewoog
beweugen .......................... bewogen
bewies ............................ bewijs
bewiesplakken ..................... bewijsplekken
bewiest ........................... bewijst
bewiezen .......................... bewijst
bewiezen .......................... bewijzen
bewigt ............................ beweegt
bewonderers ....................... bewonderaars
bewonderingsweerdig ............... bewonderingwaardig
bewustwoddingsperces .............. bewustwordingsproces
bezettingsjaoren .................. bezettingsjaren
bezettingstied .................... bezettingstijd
bezeukers ......................... bezoekers
bezieden .......................... bezijden
bezighied ......................... bezigheid
bezigholen ........................ bezighouden
bezine ............................ benzine
bezinepompe ....................... benzinepomp
bezinepomphoolder ................. benzinepomphouder
bezinestation ..................... benzinestation
bezittings ........................ bezittingen
bezocht ........................... geprobeerd
bezuden ........................... bezuiden
bezuke ............................ bezoek
bezuken ........................... bezoeken
bezuker ........................... bezoeker
bezukers .......................... bezoekers
bezukien .......................... bezoekje
bezunigd .......................... bezuinigd
bezunigen ......................... bezuinigen
bezunigings ....................... bezuinigingen
bezuuk ............................ bezoek
bezuukt ........................... bezoekt
bezwaor ........................... bezwaar
bezwaord .......................... bezwaard
bezwaoren ......................... bezwaren
bezweerd .......................... bezworen
bezwieke .......................... bezwijk
bezwieken ......................... bezwijken
bezwiekt .......................... bezwijkt
bezwiet ........................... bezweet
bi'j .............................. bij
bi'j' ............................. ben je
bi'j'm ............................ zijn jullie
bi'j-mekeer-ropt .................. bijeenroept
bi'jbetaelen ...................... bijbetalen
bi'jblieven ....................... bijblijven
bi'jbrocht ........................ bijgebracht
bi'jdrege ......................... bijdrage
bi'jdregen ........................ bijdragen
bi'je ............................. bij
bi'jebietertien ................... koolmees
bi'jen ............................ bijen
bi'jfiekt ......................... bijgesneden
bi'jgebouwen ...................... bijgebouwen
bi'jgeleuvige ..................... bijgelovige
bi'jgelieks ....................... bijvoorbeeld
bi'jgeluden ....................... bijgeluiden
bi'jgeval ......................... toevallig
bi'jglieks ........................ toevallig
bi'jhaeld ......................... bijgehaald
bi'jheure ......................... bijhoor
bi'jheurend ....................... bijbehorend
bi'jheurende ...................... bijbehorende
bi'jhole .......................... bijhoud
bi'jholen ......................... bijhouden
bi'jhul ........................... bijhield
bi'jhullen ........................ bijgehouden
bi'jien ........................... bijeen
bi'jien-weren ..................... bijeenwaren
bi'jienkomst ...................... bijeenkomst
bi'jienkomsten .................... bijeenkomsten
bi'jkaans ......................... bijna
bi'jkantoor ....................... bijkantoor
bi'jkieperd ....................... bijgegooid
bi'jkom ........................... bijkom
bi'jkomme ......................... bijkom
bi'jkommen ........................ bijkomen
bi'jkommend ....................... bijkomend
bi'jkotten ........................ binnenkort
bi'jlanges ........................ langs
bi'jlaoge ......................... bijlage
bi'jleren ......................... bijleren
bi'jlochten ....................... bijlichten
bi'jlopen ......................... bijlopen
bi'jmekaander ..................... bijelkaar
bi'jmekeer ........................ bijeen
bi'jmekeer ........................ bijeenwaren
bi'jmekeer ........................ bijelkaar
bi'jmekeer-brengen ................ bijeenbrengen
bi'jmekeer-brocht ................. bijeenbracht
bi'jmekeer-roepen ................. bijeenroepen
bi'jmekere ........................ bijelkaar
bi'jnaemen ........................ bijnamen
bi'jneumen ........................ bijgenomen
bi'jpassende ...................... bijpassende
bi'jperdukt ....................... bijproduct
bi'jperdukten ..................... bijproducten
bi'jpraot ......................... bijgepraat
bi'jpraoten ....................... bijpraten
bi'jpraoteri'je ................... bijpraterij
bi'jschaefd ....................... bijgeschaafd
bi'jsleuten ....................... bijgevoegd
bi'jsleuten ....................... ingesloten
bi'jstaepeld ...................... bijgestapeld
bi'jstaon ......................... bijstaan
bi'jstaot ......................... bijstaat
bi'jstellen ....................... bijstellen
bi'jstelling ...................... bijstelling
bi'jstrieke ....................... bijstrijk
bi'jsturen ........................ bijsturen
bi'jtellen ........................ bijtellen
bi'jtieden ........................ soms
bi'jval ........................... bijval
bi'jverdienste .................... bijverdienste
bi'jveurbeeld ..................... bijvoorbeeld
bi'jvoerd ......................... bijgevoerd
bi'jvrouw ......................... bijvrouw
bi'jvrouwen ....................... bijvrouwen
bi'jvuld .......................... bijgevuld
bi'jwezen ......................... bijzijn
bi'jwoonden ....................... bijwoonden
bi'jzet ........................... bijgezet
bi'jzin ........................... bijzin
bi'jzinnegies ..................... bijzinnetjes
bi'jzinnen ........................ bijzinnen
bi'jzocht ......................... bijgezocht
bibberd ........................... gebibberd
bibeltheek ........................ bibliotheek
bidde ............................. bid
bidded ............................ gebeden
biddede ........................... bad
bidden ............................ gebeden
biddet ............................ bidt
biebel ............................ bijbel
biebelboek ........................ bijbelboek
biebelfragmenten .................. bijbelfragmenten
biebellezen ....................... bijbellezen
biebels ........................... bijbels
biebelse .......................... bijbelse
biebeltael ........................ bijbeltaal
biebeltheek ....................... bibliotheek
biebeltheken ...................... bibliotheken
biebeluutgaoven ................... bijbeluitgaven
biede ............................. bied
bield ............................. beeld
bieldendörp ....................... beeldendorp
bieldhouwen ....................... beeldhouwen
biele ............................. bijl
bielegien ......................... bijltje
bielen ............................ bijlen
bielties .......................... beeldjes
bien .............................. been
biene ............................. bind
bienen ............................ benen
bienen ............................ binden
bienende .......................... bindende
bienestrekkersstop ................ benenstrekkersstop
biening ........................... binding
bientien .......................... beentje
bientouwgien ...................... bindtouwtje
bientouwgies ...................... bindtouwtjes
bientwark ......................... spantwerk
bierblikkies ...................... bierblikjes
biertien .......................... biertje
biesies ........................... beestjes
biest ............................. draaft
biesten ........................... beesten
biester ........................... erg
biesterbaorlik .................... wonderbaarlik
biesterbaorlike ................... wonderbaarlijke
biestevoer ........................ beestenvoer
biete ............................. biet
biete ............................. bijt
bieten ............................ bijt
bieten ............................ bijten
bieterige ......................... bijterige
biezenhutte ....................... plaggenhut
biezondere ........................ bijzondere
biezunder ......................... bijzonder
biezundere ........................ bijzondere
biezunderheden .................... bijzonderheden
biezunders ........................ bijzonders
bigge ............................. big
biljat ............................ biljart
biljatklub ........................ biljartclub
bille ............................. bil
billikhied ........................ billijkheid
bimmekeer ......................... bijmekaar
bin ............................... ben
bin ............................... bent
bin ............................... zijn
bin'k ............................. ben ik
binderbuse ........................ bijzondere
binderkaant ....................... binnenkant
binderkaante ...................... binnenkant
binderraand ....................... binnenrand
binen ............................. binden
binne ............................. ben
binnekaante ....................... binnenkant
binnelaand ........................ binnenland
binnelanen ........................ binnenlanden
binnen ............................ bent
binnen ............................ zijn
binnenbaand ....................... binnenband
binnenbraanties ................... binnenbrandjes
binnenbrocht ...................... binnengebracht
binnenbrochten .................... binnenbrachten
binnendeurweggien ................. binnendoorweggetje
binnendrongen ..................... binnengedrongen
binnengaon ........................ binnengaan
binnengongen ...................... binnengingen
binnenhaeld ....................... binnengehaald
binnenkaante ...................... binnenkant
binnenkommen ...................... binnengekomen
binnenkommen ...................... binnenkomen
binnenkommer ...................... binnenkomer
binnenkot ......................... binnenkort
binnenlaand ....................... binnenland
binnenlaanse ...................... binnenlandse
binnenpleintien ................... binnenpleintje
binnenraand ....................... binnenrand
binnenreden ....................... binnengereden
binnenstebuten .................... binnenstebuiten
binnentrokken ..................... binnengetrokken
binnenvalen ....................... binnengevallen
binnenvalen ....................... binnenvallen
binnenvullen ...................... binnenvielen
binner ............................ binnen
binnerbaand ....................... binnenband
binnerhof ......................... binnenhof
binnerkaante ...................... binnenkant
binnerplaetse ..................... binnenplaats
binnerraem ........................ binnenraam
binnervertrekken .................. binnenvertrekken
binnewark ......................... binnenwerk
bint .............................. bindt
bioskoop .......................... bioscoop
birkebomen ........................ berkenbomen
birken ............................ berken
birkestammegies ................... berkenstammetjes
birketakken ....................... berkentakken
bit ............................... bijt
biwwe ............................. zijn wij
bizundere ......................... biezondere
bizunders ......................... bijzonders
blaank ............................ blank
blaanke ........................... blanke
blaanken .......................... blanken
blaankhoolten ..................... blankhouten
bladmeziek ........................ bladmuziek
bladziede ......................... bladzijde
bladziede ......................... pagina
bladzieden ........................ pagina's
bladzoeger ........................ bladzuiger
blaeden ........................... bladen
blaederen ......................... bladeren
blaedert .......................... bladert
blaekerde ......................... blakerde
blaekeren ......................... blakeren
blaekert .......................... blaker
blaerende ......................... blèrende
blaetende ......................... blatende
blaffien .......................... blafje
blanko ............................ blanco
blaom ............................. blaam
blaoren ........................... blaren
blaosbalge ........................ blaasbalg
blaosde ........................... blies
blaose ............................ blaas
blaosontsteking ................... blaasontsteking
blaost ............................ blaast
blaoze ............................ blaas
blaozen ........................... blazen
blaozen ........................... geblazen
blattien .......................... blaadje
blatties .......................... blaadjes
blauwbost ......................... blauwborst
blauwdrok ......................... blauwdruk
blauwe wiekel ..................... sperwer
blauwen ........................... politie
blauwgien ......................... blauwtje
blauwgien ......................... holeduif
blauwzwatte ....................... blauwzwarte
bleken ............................ gebleken
blesdieke ......................... blesdijke
blesdiekeger ...................... blesdijker
blesdiekegerveld .................. blesdijkerveld
blesdiekiger ...................... blesdijker
blesse ............................ bles
blessuretied ...................... blessuretijd
bleven ............................ gebleven
bliede ............................ blij
bliede ............................ blijde
bliede-vulen ...................... verblijden
bliedschop ........................ blijdschap
blief ............................. blijf
bliek ............................. bleek
bliekber .......................... blijkbaar
blieke ............................ blijk
blieken ........................... blijken
blieker ........................... bleker
bliekies .......................... bleekjes
bliekt ............................ blijkt
bliekte ........................... gebleekte
bliend ............................ blind
blienddoek ........................ blinddoek
bliende ........................... blinde
bliender .......................... luiken
bliendganger ...................... blindganger
bliendhied ........................ blindheid
bliendings ........................ blinden voor ramen
blienen ........................... blinden
blieve ............................ blijf
blieven ........................... blijven
blievend .......................... blijvend
blift ............................. blijft
blikkien .......................... blikje
blikkies .......................... blikjes
blikkont .......................... pijnlijk achterwerk
bliksemse ......................... drommelse
bliksemstraole .................... bliksemstraal
bliksemstraolen ................... bliksemstralen
blinder ........................... bliksem
blinderse ......................... drommelse
blinke ............................ blink
blod .............................. gebloed
blodt ............................. bloedt
bloeded ........................... gebloed
bloedede .......................... bloedde
bloedet ........................... bloedt
bloedhiete ........................ bloedhete
bloedneuze ........................ bloedneus
bloeduutstotting .................. bloeduitstorting
bloedvinke ........................ goudvink
bloedzoegers ...................... bloedzuigers
bloeme ............................ bloem
bloemegien ........................ bloemetje
bloemegies ........................ bloemetjes
bloemegiesjurk .................... bloemetjesjurk
bloemetuun ........................ bloementuin
bloemezaeke ....................... bloemenzaak
bloemezaod ........................ bloemzaad
bloemparken ....................... bloemenperken
bloempien ......................... bloemetje
bloempies ......................... bloemetjes
bloese ............................ blouse
bloesen ........................... blouses
bloesien .......................... bloesje
bloesies .......................... bloesjes
blokfluite ........................ blokfluit
blokkedeuze ....................... blokkendoos
blokkedeuzen ...................... blokkendozen
blokkien .......................... blokje
blokziel .......................... blokzijl
blondeerd ......................... geblondeerd
blonken ........................... geblonken
blootsteld ........................ blootgesteld
blossems .......................... bloesems
blossies .......................... blosjes
blosterig ......................... blossig
blussien .......................... blosje
bluui ............................. bloei
bluuide ........................... bloeide
bluuiden .......................... bloeiden
bluuien ........................... bloeien
bluuiende ......................... bloeiende
bluuimaond ........................ bloeimaand (mei)
bluuit ............................ bloeit
bobbels ........................... hobbels
bochelig .......................... bulterig
bod ............................... bord
bodden ............................ borden
bodpepier ......................... karton
bodpepieren ....................... kartonnen
boefies ........................... boefjes
boefieskaamp ...................... boefjeskamp
boek .............................. buik
boekdielen ........................ boekdelen
boekdrokker ....................... boekdrukker
boekebal .......................... boekenbal
boekeboel ......................... boekenbende
boekebon .......................... boekenbon
boekedissien ...................... boekenkraampje
boekefoons ........................ boekenfonds
boekegroep ........................ boekengroep
boekehotel ........................ boekenhotel
boekeinbienen ..................... boekinbinden
boekekaaste ....................... boekenkast
boekekraante ...................... boekenkrant
boekekraom ........................ boekenkraam
boekemark ......................... boekenmarkt
boekepergramme .................... boekenprogramma
boekeplannen ...................... boekenplannen
boekepries ........................ boekenprijs
boekeri'je ........................ boekenspul
boekerolle ........................ boekrol
boekeserie ........................ boekenserie
boekevak .......................... boekenvak
boekeverkoopster .................. boekenverkoopster
boekeweke ......................... boekenweek
boekewekegeschink ................. boekenweekgeschenk
boekgids .......................... boekengids
boekhaandel ....................... boekhandel
boekhaandels ...................... boekhandels
boekholen ......................... boekhouden
boekhoolder ....................... administrateur
boekhoolder ....................... boekhouder
boekien ........................... boekje
boekies ........................... boekjes
boekmitwarkster ................... boekmeewerkster
boekprissentaosies ................ boekpresentaties
boekuutgifte ...................... boekuitgave
boekuutgiften ..................... boekuitgaven
boekwark .......................... boekwerk
boekwinkels ....................... boekenwinkels
boerderi'je ....................... boerderij
boerderi'jen ...................... boerderijen
boerderi'jgien .................... boerderijtje
boerearbeider ..................... boerenarbeider
boerebedrief ...................... boerenbedrijf
boerebotter ....................... roomboter
boeredörp ......................... boerendorp
boerefemilie ...................... boerenfamilie
boeregereedschop .................. boerengereedschap
boeregerei ........................ boerengerei
boerehuus ......................... boerenhuis
boereknecht ....................... boerenknecht
boerekool ......................... boerenkool
boerelaand ........................ boerenland
boeremoes ......................... boerenkool
boereplaetse ...................... boerenplaats
boereplaetsen ..................... boerenhuizen
boereschure ....................... boerenschuur
boeresoap ......................... boerensoap
boerespul ......................... boerenbedrijf
boerespullegien ................... boerenoptrekje
boereverhaelen .................... boerenverhalen
boereverstaand .................... boerenverstand
boerevrouwluden ................... boerenvrouwen
boerewaegen ....................... boerenwagen
boerewiesheden .................... boerenwijsheden
boerezeune ........................ boerenzoon
boerezwelver ...................... boerenzwaluw
boerinne .......................... boerin
boerken ........................... boer (het ... zijn )
boerkeri'je ....................... boerderij
boerkeri'jen ...................... boerderijen
boerkeri'jgien .................... boerderijtje
boerkt ............................ boert
boertien .......................... boertje
boeteklied ........................ boetekleed
boeventael ........................ boeventaal
boezeroen ......................... kiel
boezeroen ......................... overhemd
bofferd ........................... tulband
boge .............................. boog
bogeschot ......................... boogschot
bojem ............................. bodem
bojempien ......................... bodempje
bojemplaete ....................... bodemplaat
bojemtien ......................... bodempje
bojemzorg ......................... bodemzorg
boken ............................. beuken
boken ............................. beukten
bokkewaegen ....................... bokkenwagen
bokkien ........................... bokje
bokkies ........................... bokjes
bokselden ......................... sjokten
bolle ............................. brood
bolle ............................. stier
bollegien ......................... bolletje
bollegies ......................... bolletjes
bollen ............................ stieren
bolpennen ......................... balpennen
bolte ............................. bout
boltien ........................... broodje
bolties ........................... broodjes
bolwark ........................... bolwerk
bombaddement ...................... bombardement
bombedeerd ........................ gebombardeerd
bomeboel .......................... bomenboel
bommegien ......................... bommetje
bommesmieteri'je .................. bommensmijterij
bommesmieters ..................... bommengooiers
bommewarper ....................... bommenwerper
bommewarpers ...................... bommenwerpers
bondgenootschop ................... bondgenootschap
bonesop ........................... bonensoep
bongel ............................ beuk
bongelde .......................... bungelde
bongelen .......................... bengelen
bonifaosius ....................... bonifatius
bonjoeren ......................... bonjouren
bonkaorten ........................ bonkaarten
bonke ............................. bot
bonkeboel ......................... bottebende
bonken ............................ beenderen
bonken ............................ benen
bonken ............................ botten
bonkerak .......................... beenderen
bontjasse ......................... bontjas
bontkleurde ....................... bontgekleurde
boograem .......................... boograam
bookt ............................. gebeukt
boolten ........................... bouten
booltien .......................... boutje
boomhutte ......................... boomhut
boompien .......................... boompje
boompies .......................... boompjes
boomwiekel ........................ boomvalk
boonties .......................... boontjes
boonzend .......................... bonzend
boortien .......................... boortje
bopslenen ......................... bobsleden
bore .............................. boor
borgemeister ...................... burgemeester
borreltien ........................ borreltje
bosbarg ........................... bosberg
boslaene .......................... boslaan
bosschop .......................... boodschap
bosschoppen ....................... boodschappen
bosschopper ....................... boodschapper
bosschoppien ...................... boodschapje
bosschoppies ...................... boodschapjes
bossel ............................ borstel
bossien ........................... bosje
bossies ........................... bosjes
bost .............................. borst
bostbeeld ......................... borstbeeld
bostbusien ........................ borstzakje
bosten ............................ borsten
bosthaor .......................... borsthaar
bostpaansers ...................... borstpantsers
bostrok ........................... borstrok
bostwering ........................ borstwering
boswaachter ....................... boswachter
boswaachterswoning ................ boswachterswoning
boswallegien ...................... boomwalletje
boswallen ......................... boomwallen
bot ............................... erg
botien ............................ bootje
boties ............................ bootjes
botiesvolk ........................ bootjesvolk
botte ............................. erg
botter ............................ boter
botterbloemen ..................... boterbloemen
botterfebriek ..................... boterfabriek
bottertonnen ...................... botertonnen
bottervatten ...................... botervaten
bottien ........................... bordje
botties ........................... bordjes
bouwbedrief ....................... bouwbedrijf
bouwbedrieven ..................... bouwbedrijven
bouwd ............................. gebouwd
bouwe ............................. bouw
bouwlaand ......................... bouwland
bouwmannegien ..................... kwikstaart
bouwmark .......................... bouwmarkt
bouwstiel ......................... bouwstijl
bouwtekenings ..................... bouwtekeningen
bouwtied .......................... bouwtijd
bouwvallighied .................... bouwvalligheid
bouwwark .......................... bouwwerk
bouwwarken ........................ bouwwerken
bovenaarms ........................ bovenarmen
bovenan ........................... bovenaan
bovenbien ......................... bovenbeen
bovendrieven ...................... bovendrijven
bovenkaante ....................... bovenkant
bovenlaoge ........................ bovenlaag
bovenmeester ...................... hoofdmeester
bovennetuurlike ................... bovennatuurlijke
bovennuumde ....................... bovengenoemde
bovenstaond ....................... bovenstaand
bovenstaonde ...................... bovenstaande
bovenuut .......................... bovenuit
bovenwoninkien .................... bovenwoninkje
bovenzael ......................... bovenzaal
bovenzaeltien ..................... bovenzaaltje
bover ............................. boven
boveraarms ........................ bovenarmen
boverbienen ....................... bovenbenen
boverkaante ....................... bovenkant
boverkaanten ...................... bovenkanten
boverklied ........................ bovenkleed
boverlaoge ........................ bovenlaag
boverlief ......................... bovenlijf
bovermaotig ....................... uitermate
boverraem ......................... bovenraam
boverste .......................... bovenste
boververdieping ................... bovenverdieping
boverweg .......................... bovenweg
braand ............................ brand
braandbulte ....................... brandbult
braande ........................... brandde
braanden .......................... brandden
braander .......................... brander
braandgaanze ...................... brandgans
braandhoolt ....................... brandhout
braandkaaste ...................... brandkast
braandnettels ..................... brandnetels
braandoffers ...................... brandoffers
braandplakken ..................... brandplekken
braandplakkien .................... brandplekje
braandslangetoren ................. brandslangentoren
braandstof ........................ brandstof
braandveilighiedseisen ............ brandveiligheidseisen
braandweer ........................ brandweer
braandweerauto's .................. brandweerauto's
braandweerman ..................... brandweerman
braandweermeensken ................ brandweerlieden
braant ............................ brandt
bradt ............................. braadt
brakken ........................... braken
brane ............................. brand
branen ............................ branden
branenburgse ...................... brandenburger
branend ........................... brandend
branende .......................... brandende
branige ........................... brandstof
braninge .......................... brandstof
braobaanders ...................... brabanders
braobaans ......................... brabands
braobaanse ........................ brabantse
braobaant ......................... brabant
braod ............................. braad
braodde ........................... braadde
braodden .......................... braadden
braode ............................ braad
braodede .......................... braadde
braoden ........................... braden
braoden ........................... gebraden
braodet ........................... braadt
bratse ............................ hoop
breiden ........................... breien
breidet ........................... breidt
breitasse ......................... breitas
breiwark .......................... breiwerk
breke ............................. breek
brekt ............................. breekt
brenge ............................ breng
brette ............................ breedte
bretten ........................... planken
breuk ............................. brak
breuke ............................ breuk
breuken ........................... gebroken
breur ............................. broeder
breur ............................. broer
breurs ............................ broeders
breurs ............................ broers
breurschop ........................ broederschap
breurtien ......................... broertje
bri'j ............................. brij
bri'j ............................. pap
bri'jboel ......................... brijboel
bri'jen ........................... brijen
bried ............................. breed
briede ............................ brede
brieder ........................... breder
briedste .......................... breedste
brieduut .......................... breeduit
briedvoerig ....................... breedvoerig
briefien .......................... briefje
briefies .......................... briefjes
briefpepier ....................... briefpapier
briek ............................. krom
brieke ............................ scheve
brievebusse ....................... brievenbus
briggedier ........................ brigadier
brille ............................ bril
brilleduker ....................... brilduiker
brilleglaezen ..................... brilglazen
brillekokers ...................... brilkokers
brilleman ......................... brillenman
brilleman ......................... opticiën
brinkstraote ...................... brinkstraat
britse ............................ bed
brobbelen ......................... borrelen
brobbels .......................... druppels
brocht ............................ bracht
brocht ............................ gebaard
brocht ............................ gebracht
brochte ........................... bracht
brochten .......................... brachten
broddellappien .................... broddellapje
brodsige .......................... broeierig
broekien .......................... broekje
broekrieme ........................ broekriem
broeksbore ........................ broeksboord
broekzetten ....................... ertegenaan
broesde ........................... bruiste
broest ............................ bruist
broeze ............................ bruis
broezen ........................... bruisen
broezend .......................... bruisend
brogge ............................ brood
brogge ............................ brug
broggebouwers ..................... bruggenbouwers
broggehuus ........................ brughuis
broggeklasse ...................... brugklas
broggeklassertien ................. brugklassertje
broggen ........................... bruggen
broggewaachter .................... brugwachter
broggien .......................... bruggetje
broggies .......................... broodjes
broggies .......................... bruggetjes
brokke ............................ brok
brokkien .......................... brokje
brokkies .......................... brokjes
brommels .......................... bramen
brommerties ....................... brommertjes
bronnebad ......................... bronnenbad
bronneboek ........................ bronnenboek
bronwaeter ........................ bronwater
broodbotties ...................... broodbordjes
broodmaantien ..................... broodmandje
broodmaoltied ..................... broodmaaltijd
broodneudige ...................... broodnodige
broodtaofel ....................... broodtafel
broons ............................ brons
broonzen .......................... bronzen
brotien ........................... broodje
broties ........................... broodjes
brotieszaeke ...................... broodjeszaak
brouweri'je ....................... brouwerij
brude ............................. broed
bruded ............................ gebroed
brudede ........................... broedde
bruden ............................ broeden
brudet ............................ broedt
bruds ............................. broeds
bruidskaemer ...................... bruidskamer
bruidspries ....................... bruidsprijs
bruke ............................. gebruik
bruken ............................ gebruiken
brukers ........................... gebruikers
bruld ............................. gebruld
brulle ............................ brul
brulloft .......................... bruiloft
brulloften ........................ bruiloften
brulloftsfeest .................... bruiloftsfeest
brulloftsgaasten .................. bruiloftsgasten
brulloftsmaol ..................... bruiloftsmaal
brulloftsweke ..................... bruiloftsweek
brummel ........................... braam
brummeldiefien .................... braamsluiper
brummelman ........................ bramenman
brummelplokken .................... bramenplukken
brummels .......................... bramen
brune ............................. bruine
bruud ............................. broed
bruudde ........................... broedde
bruudden .......................... broedden
bruudsel .......................... broedsel
bruuien ........................... broeien
bruuikaseffekt .................... broeikaseffect
bruuit ............................ broeit
bruuk ............................. gebruik
bruukber .......................... bruikbaar
bruukt ............................ gebruikt
bruukte ........................... gebruikte
bruukten .......................... gebruikten
bruun ............................. bruin
bruunde ........................... gebruinde
bruunleren ........................ bruinleren
bruur ............................. broer
bruurs ............................ broers
brödt ............................. broedt
bubel ............................. bijbel
budgetoverienkomst ................ budgetovereenkomst
budgetoverienkomsten .............. budgetovereenkomsten
buge .............................. buig
bugen ............................. buigen
buging ............................ buiging
buil .............................. boyl
builiger .......................... inwoner van boyl
buisie ............................ kameraadje
buisien ........................... kameraad
buisien ........................... metgezel
buisies ........................... kameraadjes
buitmaekte ........................ buitgemaakte
bujje ............................. bui
bujjen ............................ buien
bulkerig .......................... volgegeten
bulte ............................. buil
bulte ............................. hoop
bultien ........................... bultje
bulties ........................... bultjes
bun ............................... bond
bundeld ........................... gebundeld
bundeltien ........................ bundeltje
bunder ............................ hectare
bunders ........................... hectaren
bunnen ............................ bonden
bunnen ............................ gebonden
burg .............................. borg
burgelike ......................... burgerlijke
burgemeestershuus ................. burgemeestershuis
burgen ............................ borgen
burgen ............................ geborgen
burgerhuus ........................ burgerhuis
burgerlik ......................... burgerlijk
burgerlike ........................ burgerlijke
burgermaansverstaand .............. burgermansverstand
buro .............................. bureau
burogien .......................... bureautje
buroredakteur ..................... bureauredacteur
buroredaktie ...................... bureauredactie
buse .............................. zak
buseboekien ....................... zakboekje
busen ............................. zakken
busewoordeboek .................... zakwoordenboek
busewoordeboekien ................. zakwoordenboekje
bushokkien ........................ bushokje
buskoeke .......................... buskoek
busreize .......................... busreis
busse ............................. bus
busserak .......................... bussenrek
bussien ........................... busje
bussies ........................... busjes
butekaante ........................ buitenkant
butelaanders ...................... buitenlanders
buten ............................. buiten
butendat .......................... bovendien
butendeure ........................ buitendeur
butendieks ........................ buitendijks
butenechtelike .................... buitenechtelijke
butengewoon ....................... buitengewoon
butengewoons ...................... buitengewoons
butenhuzen ........................ buitenhuizen
butenkaante ....................... buitenkant
butenlaand ........................ buitenland
butenlaanse ....................... buitenlandse
butenlocht ........................ buitenlucht
butenshuus ........................ buitenshuis
butensleut ........................ buitensloot
butensluten ....................... buitensluiten
butenspel ......................... buitenspel
butenstaonders .................... buitenstaanders
butenwaeter ....................... buitenwater
butenwereld ....................... buitenwereld
butenwieken ....................... buitenwijken
buter ............................. buiten
buterdeure ........................ buitendeur
buterhof .......................... buitenhof
buterkaante ....................... buitenkant
buterkraene ....................... buitenkraan
buterlaampe ....................... buitenlamp
buterlaand ........................ buitenland
buterlaanders ..................... buitenlanders
buterlaanse ....................... buitenlandse
buterlocht ........................ buitenlicht
buterlocht ........................ buitenlucht
butermeensken ..................... buitenmensen
butermeensken ..................... buitenstaanders
butermeente ....................... buitenmeent
butermure ......................... buitenmuur
buterwereld ....................... buitenwereld
butewiek .......................... buitenwijk
buttige ........................... buttinga
buug .............................. buig
buugt ............................. buigt
buugzem ........................... buigzaam
buuk .............................. buik
buund ............................. geboend
buunder ........................... boender
buunder ........................... borstel
buunstap .......................... boenplaats
buurgemienten ..................... buurgemeenten
buurlanen ......................... buurlanden
buurmaegien ....................... buurmeisje
buurmaegies ....................... buurmeisjes
buurtien .......................... buurtje
buurtschop ........................ buurtschap
buurtschoppen ..................... buurtschappen
buurtverieninge ................... buurtvereniging
buusdoek .......................... zakdoek
buusdoekien ....................... zakdoekje
buuslanteern ...................... zaklantaarn
buusmes ........................... zakmes
buust ............................. biest
buzunigings ....................... bezuinigingen
bödt .............................. biedt
carolyguldens ..................... carolusguldens
cassettebaanties .................. cassettebandjes
cdspeuler ......................... cd-afspeler
centeraosie ....................... financiën
centevergriemeri'je ............... centenverknoeierij
centeweger ........................ krent
centewegers ....................... krenten
centien ........................... centje
centraol .......................... centraal
centraole ......................... centrale
centrumperti'j .................... centrumpartij
christelik ........................ christelijk
christelike ....................... christelijke
christusbaord ..................... christusbaard
ciefer ............................ cijfer
cieferlisten ...................... cijferlijsten
ciefers ........................... cijfers
cieferteken ....................... cijferteken
cipressehoolt ..................... cipressenhout
cirkuskrukkien .................... circuskrukje
cistushas ......................... cistushars
citaot ............................ citaat
citaoten .......................... citaten
citeerd ........................... geciteerd
citere ............................ citeer
cokesbulte ........................ cokesbult
comapesjent ....................... comapatiënt
compagnonsvaort ................... compagnonsvaart
concretiseringsonderzuuk .......... concretiseringsonderzoek
controleerd ....................... gecontroleerd
cultuurfoons ...................... cultuurfonds
cunera ............................ kuinder
cyclussen ......................... cycli
d'r ............................... er
d'r overvleren .................... erop lospraten
d'r-an ............................ eraan
d'r-antoe ......................... eraantoe
d'r-bi'j .......................... erbij
d'r-deur-henne .................... erdoorheen
d'r-henne ......................... ernaartoe
d'r-mit ........................... ermee
d'r-naor .......................... ernaar
d'r-om ............................ erom
d'r-op ............................ erop
d'r-over .......................... erover
d'r-tegen ......................... ertegen
d'r-toe ........................... ertoe
d'r-uut ........................... eruit
d'r-uutzag ........................ eruitzag
d'r-van ........................... ervan
d'r-vandeur ....................... ervandoor
d'r-veur .......................... ervoor
d'rboven .......................... erboven
d'rin ............................. erin
d'rommehenne ...................... eromheen
d'rvan ............................ daarvan
d'rveur ........................... ervoor
da'j .............................. dat je
da'k .............................. dat ik
da's .............................. dat is
daaien ............................ hitte (het aanvoelen)
daampien .......................... stoel van wilgeteen
daank ............................. dank
daankber .......................... dankbaar
daankberhied ...................... dankbaarheid
daanken ........................... bedanken
daanken ........................... danken
daankewel ......................... dankjewel
daankjewel ........................ dankjewel
daankoffer ........................ dankoffer
daankt ............................ dankt
daankte ........................... dankte
daankten .......................... dankten
daankwoord ........................ dankwoord
daankzi'j ......................... dankzij
daans ............................. dans
daansen ........................... dansen
daansende ......................... dansende
daanseressien ..................... danseresje
daansien .......................... dansje
daanskritikus ..................... danscritikus
daanslerer ........................ dansleraar
daansorkest ....................... dansorkest
daanspassen ....................... danspassen
daanspassien ...................... danspasje
daanspassies ...................... danspasjes
daansstokken ...................... dansstukken
daanst ............................ danst
daansvloer ........................ dansvloer
daarm ............................. darm
daarmeuperaosie ................... darmoperatie
daarmgassen ....................... darmgassen
daarmonderzuuk .................... darmonderzoek
daarms ............................ darmen
daarmziekte ....................... darmziekte
dadde ............................. derde
dadden ............................ derden
daddens ........................... ten derde
daegde ............................ daagde
daegeliks ......................... dagelijks
daegelikse ........................ dagelijkse
daegen ............................ dagen
daegenlaank ....................... dagenlang
daegs ............................. daags
daegs ............................. overdag
daegs teveuren .................... de vorige dag
daegse ............................ daagse
daegt ............................. daagt
dael .............................. daal
daeld ............................. gedaald
daelde ............................ daalde
daelden ........................... daalden
daelder ........................... daalder
daelders .......................... daalders
daeldertien ....................... daaldertje
daelderties ....................... daaldertjes
daele ............................. neer
daele-valen ....................... neervalt
daele kwam ........................ neerdaalde
daelebeugen ....................... neergebogen
daelebugen ........................ neerbuigen
daeleflappen ...................... neervallen
daelegaond ........................ neerwaarts
daelegooid ........................ neergeworpen
daelehaeld ........................ neergehaald
daelehangend ...................... neerhangend
daeleknielen ...................... neerknielen
daelekommen ....................... neerdalen
daelekommen ....................... neerkomen
daelekomt ......................... neerkomt
daelelegd ......................... neergelegd
daeleleggen ....................... neerleggen
daeleleggen ....................... neerwerpen
daelelegt ......................... neerlegt
daelen ............................ dalen
daeleplofte ....................... neerplofte
daelescheuten ..................... neergeschoten
daeleschieten ..................... neerschieten
daelestrieken ..................... neerstrijken
daelestrikt ....................... neergestreken
daeleteld ......................... neergeteld
daeletellen ....................... neertellen
daelezet .......................... neergezet
daelezetten ....................... neerzetten
daeling ........................... daling
daelt ............................. daalt
daenk ............................. denk
daenkbeeldig ...................... denkbeeldig
daenke ............................ denk
daenken ........................... denken
daenkend .......................... denkend
daenker ........................... denker
daenkraem ......................... denkraam
daenkt ............................ denkt
daeverend ......................... daverend
daevert ........................... daveren
daffebrieken ...................... daf-fabrieken
dagboekantekening ................. dagboekaantekening
dagboekien ........................ dagboekje
daggien ........................... dagje
daghure ........................... dagloon
dagindieling ...................... dagindeling
dagkelinder ....................... agenda
dagkelinder ....................... dagkalender
dagkelinders ...................... agenda's
dagkelinders ...................... dagkalenders
daglocht .......................... daglicht
dagofdieling ...................... dagafdeling
dagverblief ....................... dagverblijf
daj' .............................. dat je
daj'm ............................. dat jullie
daj't ............................. dat je het
dakkien ........................... dakje
dakraem ........................... dakraam
dakraempien ....................... dakraampje
dakraempies ....................... dakraampjes
dale .............................. daal
dambod ............................ dambord
dammegien ......................... dammetje
dampig ............................ nevelig
dangelen .......................... slenteren
dangelt ........................... slentert
danok ............................. dan ook
dao'k ............................. daar ik
dao'k ............................. waar ik
dao'we ............................ daar we
dao'we ............................ waar we
daod .............................. daad
daodel ............................ dadel
daodelbomen ....................... dadelbomen
daodelboom ........................ dadelboom
daodelbos ......................... dadelbos
daodelbossen ...................... dadelbossen
daodeleulie ....................... dadelolie
daodelhunning ..................... dadelhoning
daodelik .......................... dadelijk
daodels ........................... dadels
daodeltien ........................ dadeltje
daodelties ........................ dadeltjes
daoden ............................ daden
daoder ............................ dader
daodkracht ........................ daadkracht
daodkrachtig ...................... daadkrachtig
daodkrachtige ..................... daadkrachtige
daodwarkelik ...................... daadwerkelijk
daodwarkelike ..................... daadwerkelijke
daoj' ............................. waar je
daoj'm ............................ waar jullie
daoke ............................. dak
daoken ............................ daken
daolik ............................ dadelijk
daolik ............................ meteen
daoliks ........................... dadelijk
daon .............................. doen
daon .............................. gedaan
daon .............................. uitgevoerd
daon .............................. verricht
daon wark ......................... voltrokken
daonig ............................ danig
daor .............................. daar
daor'k ............................ daar ik
daoraachter ....................... daarachter
daoran ............................ daaraan
daoranvolgend ..................... daaraanvolgend
daoranvolgende .................... daaraanvolgende
daorbi'j .......................... daarbij
daorbinnen ........................ daarbinnen
daorboven ......................... daarboven
daorbovenop ....................... daarbovenop
daorbuten ......................... daarbuiten
daordeur .......................... daardoor
daore ............................. daar
daorginderd ....................... daarginder
daorginderd ....................... daarginds
daorhenne ......................... daarheen
daorhenne ......................... daarnaartoe
daorhenne ......................... erheen
daorin ............................ daarin
daorintegen ....................... daarentegen
daorlanges ........................ daarlangs
daorlaoten ........................ daargelaten
daorlaoten ........................ daarlaten
daorleut .......................... daarliet
daormit ........................... daarmede
daormit ........................... daarmee
daornao ........................... daarna
daornao ........................... daarop
daornaor .......................... daarnaar
daornaost ......................... daarnaast
daorneffen ........................ daarnevens
daorof ............................ daaraf
daorom ............................ daarom
daoromhenne ....................... daaromheen
daoromme .......................... daarom
daoromtrent ....................... daaromtrent
daoronder ......................... daarbeneden
daoronder ......................... daaronder
daorop ............................ daarop
daoropvolgend ..................... daaropvolgend
daoropvolgende .................... daaropvolgende
daorover .......................... daarover
daoroverhenne ..................... daaroverheen
daorstraks ........................ daarstraks
daortegen ......................... daartegen
daortegenan ....................... daartegenaan
daortegenover ..................... daartegenover
daortoe ........................... daartoe
daortussen ........................ daartussen
daortussenin ...................... daartussenin
daoruut ........................... daaruit
daorvan ........................... daarvan
daorveur .......................... daarvoor
daorweg ........................... daarvandaan
daorzonder ........................ daarzonder
daotum ............................ datum
dapperhied ........................ dapperheid
darre ............................. dar
dasse ............................. sjaal
dasse ............................. stropdas
dassen ............................ stropdassen
dat ............................... die
dattel ............................ dartel
datten ............................ ditten
dattien ........................... dertien
dattiende ......................... dertiende
dattienjaorige .................... dertienjarige
datties ........................... datjes
dattig ............................ dertig
dattigduzend ...................... dertigduizend
dattiger .......................... dertiger
dattigerjaoren .................... dertigerjaren
dattigers ......................... dertigers
dattigjaorig ...................... dertigjarig
dattigtal ......................... dertigtal
datzelde .......................... datzelfde
dawwe ............................. dat wij
de aandere weeks .................. de volgende week
de ereweeks ....................... de andere week
de fochtel ........................ fochteloo
de geit verstikken ................ pissen
de haule .......................... haule
de hieltied ....................... steeds
de hieltied ....................... telkens
de langelille ..................... langelille
de-hieltied ....................... alsmaar
decemberaovend .................... decemberavond
decembernommer .................... decembernummer
decimaolen ........................ decimalen
deddigeburen ...................... deddingaburen
dee ............................... deed
dee'k ............................. deed ik
deej' ............................. deed je
deej'm ............................ deden jullie
deeltien .......................... deeltje
deensdag .......................... dinsdag
deensdagaovend .................... dinsdagavond
deensdagaovens .................... dinsdagavonden
deensdags ......................... 's dinsdags
deensdagsmiddags .................. dinsdagmiddags
degelik ........................... degelijk
degelike .......................... degelijke
dekentien ......................... dekentje
dekeraosies ....................... decoraties
dekleraosie ....................... declaratie
dekmaantel ........................ dekmantel
dekor ............................. decor
dekorbouw ......................... decorbouw
dekreet ........................... decreet
dekselties ........................ dekseltjes
dekstien .......................... deksteen
dele .............................. deel
dele .............................. dorsvloer
delfstrehuzen ..................... delfstrahuizen
delfziel .......................... delfzeil
delleboersterheide ................ dellebuursterheide
democraoten ....................... democraten
demokraosie ....................... democratie
demokraotisch ..................... democratisch
demokraotische .................... democratische
denne ............................. den
denneappels ....................... dennenappels
dennebomen ........................ dennenbomen
denneboom ......................... dennenboom
dennegruun ........................ dennengroen
dennehoolt ........................ dennenhout
der ............................... heur
dergelike ......................... dergelijke
desemd ............................ gedesemd
deskundighied ..................... deskundigheid
desolaote ......................... desolate
destieds .......................... destijds
detailleerd ....................... gedetailleerd
detektives ........................ detectives
detektor .......................... detector
detektorammeteur .................. detectoramateur
detektorammeteurs ................. detectoramateurs
detektorblad ...................... detectorblad
detektorforum ..................... detectorforum
detektors ......................... detectoren
deuk .............................. dook
deuken ............................ doken
deuken ............................ gedoken
deukien ........................... deukje
deup .............................. doopte
deupen ............................ dopen
deupingsperikels .................. dopingsperikelen
deupregister ...................... doopregister
deupregisters ..................... doopregisters
deupsgezind ....................... doopsgezind
deupsgezinde ...................... doopsgezinde
deupsgezinden ..................... doopsgezinden
deupt ............................. gedoopt
deur .............................. door
deur't ............................ door het
deurbelle ......................... deurbel
deurbellen ........................ doorbellen
deurbetaeld ....................... doorbetaald
deurbieten ........................ doorbijten
deurbraoke ........................ doorbraak
deurbreken ........................ doorbreken
deurbrocht ........................ doorbracht
deurbrocht ........................ doorgebracht
deurda'k .......................... doordat ik
deurdat ........................... doordat
deurdemidden ...................... doormidden
deurdoen .......................... doordoen
deurdrenkt ........................ doordrenkt
deurdrenkte ....................... doordrenkte
deurdreugen ....................... doorgedragen
deurdreven ........................ doorgedreven
deurdri'jen ....................... doordraaien
deurdringen ....................... doordringen
deurdringend ...................... doordringend
deurdrinkende ..................... doordrinkende
deurdrongen ....................... doordrongen
deurdrongen ....................... doorgedrongen
deure ............................. deur
deurfietsen ....................... doorfietsen
deurgang .......................... doorgang
deurgangslager .................... doorgangslager
deurgaon .......................... doorgaan
deurgaon .......................... voortgaan
deurgaonde ........................ doorgaande
deurgaons ......................... doorgaans
deurgaot .......................... doorgaat
deurgeven ......................... doorgegeven
deurgeven ......................... doorgeven
deurgoeie ......................... doodgoede
deurgong .......................... doorging
deurgrondt ........................ doorgrondt
deurhadden ........................ doorhadden
deurhaelen ........................ doorhalen
deurhakt .......................... doorgehakt
deurhenne ......................... doorheen
deurkiek .......................... doorkijk
deurklikken ....................... doorklikken
deurklinken ....................... doorklinken
deurklonk ......................... doorklonk
deurkommen ........................ doorkomen
deurkrummelt ...................... doorgaat
deurkruus ......................... doorkruis
deurkruust ........................ doorkruist
deurkruuste ....................... doorkruiste
deurkruzen ........................ doorkruisen
deurleefd ......................... doorgeleefd
deurlegen ......................... doorgelegen
deurlelk .......................... vreselijk kwaad
deurleven ......................... doorleven
deurleven ......................... voortleven
deurlezen ......................... doorlezen
deurloerd ......................... doorgekeken
deurlopen ......................... doorlopen
deurlopt .......................... doorloopt
deurmaekt ......................... doorgemaakt
deurmakke ......................... doodmakke
deurmatte ......................... deurmat
deurmekaander ..................... doorelkaar
deurnatte ......................... doornat
deurnemen ......................... doornemen
deurplokken ....................... doorplukken
deurreden ......................... doorgereden
deurreed .......................... doorreed
deurreize ......................... doorreis
deurrieden ........................ doorrijden
deurschaekeld ..................... doorgeschakeld
deurslag .......................... doorslag
deurslaon ......................... doorslaan
deurslaond ........................ doorslaand
deursneden ........................ doorgesneden
deursnee .......................... doorsnede
deursnuuide ....................... doorzocht
deurspit .......................... doorgespit
deurspitten ....................... doorspitten
deurstaon ......................... doorstaan
deursteuken ....................... doorstoken
deurstikken ....................... doorsteken
deurstreeppuzel ................... doorstreeppuzzel
deurstromende ..................... voortvloeiende
deurstroming ...................... doorstroming
deurstuurd ........................ doorgestuurd
deurtien .......................... deurtje
deurties .......................... deurtjes
deurtrapt ......................... doortrapt
deurtrekkende ..................... doortrekkende
deurverwezen ...................... doorverwezen
deurvleugen ....................... doorgevlogen
deurvoerd ......................... doorgevoerd
deurvraogen ....................... doorvragen
deurvreugen ....................... doorgevraagd
deurvreugen ....................... doorvroegen
deurvrot .......................... doorgewerkt
deurwaodbere ...................... doorwaadbare
deurwarken ........................ doorwerken
deurwarkt ......................... doorgewerkt
deurwiekte ........................ doorweekte
deurworstelen ..................... doorworstelen
deurzaegen ........................ doorzagen
deurzag ........................... doorzag
deurzet ........................... doorgezet
deurzetten ........................ doorzetten
deurzetten ........................ voortzetten
deurzetter ........................ doorzetter
deurzettingvermogen ............... doorzettingvermogen
deurzocht ......................... doorgezocht
deusien ........................... doosje
deusies ........................... doosjes
deuze ............................. doos
deuzen ............................ dozen
dezelde ........................... dezelfde
di'je ............................. dij
diaekeni'je ....................... diaconie
dialekt ........................... dialect
dialekten ......................... dialecten
dialektenboek ..................... dialectenboek
dialektendag ...................... dialectendag
dialektenquête .................... dialectenquête
dialektgeografie .................. dialectgeografie
dialektindieling .................. dialectindeling
dialektindielings ................. dialectindelingen
dialektliteretuur ................. dialectliteratuur
dialektmaond ...................... dialectenmaand
dialektoloog ...................... dialectoloog
dialektvormen ..................... dialectvormen
dialektwetenschop ................. dialectwetenschap
diaprissentaosie .................. diapresentatie
diaraempien ....................... diaraampje
diaraempies ....................... diaraampjes
dicht ............................. gedicht
dichte ............................ dicht
dichtebi'j ........................ dichtbij
dichtedaon ........................ dicht gedaan
dichtedoen ........................ dichtdoen
dichtegruuid ...................... dichtgegroeid
dichtehoolt ....................... dichthoudt
dichteknepen ...................... dichtgeknepen
dichtemaeken ...................... dichtmaken
dichtemaekt ....................... dichtgemaakt
dichtemetseld ..................... dichtgemetseld
dichteni'jd ....................... dichtgenaaid
dichterbi'j ....................... dichterbij
dichterlike ....................... dichterlijke
dichtescheuven .................... dichtgeschoven
dichteschoeven .................... dichtschuiven
dichtetrok ........................ dichttrok
dichtgooid ........................ dichtgegooid
dichtkeunst ....................... dichtkunst
dichtmetselde ..................... dichtgemetselde
dichtwark ......................... dichtwerk
die'k ............................. die ik
diedelen .......................... huppelen
diej' ............................. die je
diek .............................. dijk
diekleger ......................... dijkleger
diel .............................. deel
diel het .......................... deelheeft
dielachtig ........................ deelachtig
dield ............................. gedeeld
dielde ............................ deelde
dielden ........................... deelden
dielen ............................ delen
dielnemen ......................... deelnemen
dielnemers ........................ deelnemers
dielneming ........................ deelneming
diels ............................. deels
dielt ............................. deelt
dieltied .......................... deeltijd
dieltien .......................... deeltje
dielties .......................... deeltjes
diend ............................. gediend
dienstber ......................... dienstbaar
dienstmaegien ..................... dienares
dienstmaegies ..................... dienaressen
diepe ............................. diep
diepgaank ......................... diepgang
dier .............................. beest
dierber ........................... dierbaar
dierebescharming .................. dierenbescherming
dieredag .......................... dierendag
dierefeguren ...................... dierenfiguren
diereliefhebber ................... dierenliefhebber
dierentael ........................ dierentaal
dierentuun ........................ dierentuin
dierevellen ....................... dierenvellen
dierfeguren ....................... dierfiguren
dierhelten ........................ dierhelften
dieveri'je ........................ dieverij
dieze ............................. nevel
diezelde .......................... diezelfde
diezig ............................ mistig
diezig ............................ nevelig
diezige ........................... nevelige
diggelgoed ........................ aardewerk
diggelgoed ........................ vaatwerk
diggelkaaste ...................... aardewerkkast
diggels ........................... scherven
digitaol .......................... digitaal
dikke ............................. dik
diktatuur ......................... dictatuur
diktee ............................ dictee
dikvreteri'je ..................... volvreterij
dillegaosie ....................... delegatie
dinderde .......................... denderde
dinkien ........................... dingetje
dinkies ........................... dingetjes
diplomaot ......................... diplomaat
diplome ........................... diploma
dippe ............................. dip
dippeteerde ....................... gedeputeerde
direkt ............................ direct
direkte ........................... directe
direkteur ......................... directeur
direktie .......................... directie
dirigeerd ......................... gedirigeerd
disko ............................. disco
diskobaos ......................... discobaas
diskolaampen ...................... discolampen
diskotheek ........................ discotheek
diskotoeren ....................... discotoeren
diskriminaosie .................... discriminatie
diskrimineren ..................... discrimineren
diskussie ......................... discussie
diskussies ........................ discussies
dislange .......................... tot_nu_toe
disse ............................. deze
dissend ........................... deze
disser ............................ dezer
disserteerd ....................... gedeserteerd
dissien ........................... kraampje
dissies ........................... kramen
dissies ........................... marktkramen
dissiesmark ....................... kraammarkt
disteleren ........................ destilleren
distilleer ........................ destilleer
distilleren ....................... destilleren
distribusie ....................... distributie
distribusiebon .................... distributiebon
distribusiekantoor ................ distributiekantoor
distribusiekaorten ................ distributiekaarten
distribusieketoor ................. distributiekoor
distribusieleider ................. distributieleider
distribusiemeugelikhied ........... distributiemogelijkheid
distrikt .......................... district
distriktsziekenhuzen .............. districtsziekenhuizen
ditkeer ........................... deze keer
ditkeer ........................... ditmaal
ditte ............................. dit
ditties ........................... ditjes
dobbe ............................. watergat
docht ............................. dacht
docht ............................. gedacht
dochte ............................ dacht
dochten ........................... dachte
dochten ........................... dachten
dochtertien ....................... dochtertje
dode .............................. dooie
dodelike .......................... dodelijke
doderiek .......................... dodenrijk
doe ............................... daarop
doe ............................... toen
doe ............................... vervolgens
doe'k ............................. toen ik
doe'we ............................ doen we
doedeltien ........................ doetje
doedertied ........................ toentertijd
doedertieden ...................... destijds
doedertieds ....................... toentertijd
doedestieden ...................... toentertijd
doedestieds ....................... toendestijds
doefien ........................... duifje
doefies ........................... duifjes
doej' ............................. doe je
doej'm ............................ doen jullie
doekien ........................... doekje
doel .............................. plan
doelstellings ..................... doelstellingen
doem .............................. duim
doeme ............................. duim
doemelske ......................... duimeling
doemen ............................ duimen
doemendik ......................... duimendik
doemendikke ....................... duimendikke
doempien .......................... duimpje
doempien .......................... winterkoning
doempienzoegen .................... duimpjezuigen
doempienzoegen .................... duimzuigen
doemschroeven ..................... duimschroeven
doemske ........................... duimeling
doen .............................. vervullen
doende ............................ bezig
doerakkies ........................ doerakjes
doeve ............................. duif
doeveeier ......................... duiveneieren
doeven ............................ duiven
doewe ............................. duif
doewwe ............................ toen we
doezen ............................ dommelen
doezerds .......................... dommelaars
dojen ............................. doden
dokement .......................... document
dokementen ........................ documenten
dokters ........................... artsen
doktersjasse ...................... doktersjas
dokumentaire ...................... documentaire
dokumentaosie ..................... documentatie
dokumentaosiecentrum .............. documentatiecentrum
dolle ............................. deur
domachtig ......................... dommig
domeinnaeme ....................... domeinnaam
domenee ........................... beflijster
domineeshuus ...................... domineeshuis
domkoppien ........................ domkopje
dommiet ........................... straks
donderbujje ....................... donderbui
donderdagaovend ................... donderdagavond
donderdagsmiddags ................. donderdag 's middags
donderjaege ....................... donderjaag
donderjaegen ...................... herrieschoppen
donderslaegen ..................... donderslagen
dong .............................. mest
dongbulte ......................... mesthoop
dongstri'jer ...................... meststrooier
donken ............................ dunken
donkerbrune ....................... donkerbruine
donkergrieze ...................... donkergrijze
donkerpaors ....................... donkerpaars
donkt ............................. dunkt
dood .............................. gedood
doodallienig ...................... moederziel alleen
doodbrief ......................... rouwkaart
doodeernstig ...................... doodernstig
doodgaon .......................... doodgaan
doodienvooldig .................... doodeenvoudig
doodjakkes ........................ doodstil
doodkiste ......................... doodskist
doodknuppeld ...................... doodgeknuppeld
doodmaeke ......................... doodmaak
doodmaeken ........................ doden
doodmaekt ......................... doodgemaakt
doodmaekt ......................... gedood
doodmu ............................ doodmoe
doodni'jsgierig ................... nieuwschierig (erg)
doodongelokkige ................... doodongelukkige
doodonwennig ...................... onwennig (erg)
doodsbenauwd ...................... doodsbang
doodschaemen ...................... doodschamen
doodscheuten ...................... doodgeschoten
doodslaon ......................... doodslaan
doodstille ........................ doodstil
doodvalen ......................... doodvallen
doodvrotten ....................... doodwerken
doodzeupen ........................ doodgezopen
doodzunde ......................... doodzonde
dooie ............................. dode
dooien ............................ doden
dooienblok ........................ dodenblok
dooienmure ........................ dodenmuur
doomnee ........................... dominee
doomnie ........................... dominee
doomnies .......................... dominees
doorns ............................ doornen
doornstruken ...................... doornstruiken
dopaten ........................... doperwten
doppe ............................. dop
dopperties ........................ doperwtjes
doppien ........................... dopje
doppies ........................... dopjes
dopt .............................. gedopt
dot ............................... doet
dotaosie .......................... dotatie
douched ........................... gedoucht
douk .............................. straks
doukies ........................... dadelijk
douwelties ........................ doetjes
douwgien .......................... duwtje
douwgien .......................... zetje
draank ............................ drank
draankflessen ..................... drankflessen
draankien ......................... drankje
draankies ......................... drankjes
draanklied ........................ dranklied
draankliet ........................ drinklied
draef ............................. draaf
draefde ........................... draafde
draefden .......................... draafden
draeft ............................ draaft
draek ............................. draak
draekestatten ..................... drakenstaarten
draeve ............................ draaf
draeven ........................... draven
draever ........................... draver
draeveri'je ....................... draverij
draevers .......................... dravers
draeversbaene ..................... drafbaan
drafbaenen ........................ drafbanen
dragt ............................. draagt
dramatiseerd ...................... gedramatiseerd
dranghekke ........................ dranghek
draod ............................. draad
draodeboel ........................ dradenboel
draoden ........................... draden
draodhekke ........................ draadhek
draodkrammen ...................... draadkrammen
draodontvanger .................... draadontvanger
draodontvanger .................... radio
draotien .......................... draadje
draoties .......................... draadjes
draotiesvleis ..................... draadjesvlees
draotiesvleis ..................... rundvlees
drapeerd .......................... gedrapeerd
dreeg ............................. draag
dreegbaore ........................ draagbare
dreegbedde ........................ draagbed
dreegt ............................ draagt
dreet ............................. scheet
drege ............................. draag
drege ............................. zware
dregelike ......................... dragelijke
dregen ............................ dragen
dreger ............................ drager
dregers ........................... dragers
drei'jer .......................... draaier
dreks ............................. direct
drekt ............................. direct
drekt ............................. meteen
drenkelinge ....................... drenkeling
drenkelingehusien ................. drenkelingshuisje
dreten ............................ gescheten
dreten ............................ scheten
dreug ............................. droeg
dreugde ........................... droogde
dreuge ............................ dor
dreuge ............................ droge
dreuge ............................ droog
dreugemaeken ...................... droogmaken
dreugen ........................... droegen
dreugen ........................... gedragen
dreugevalen ....................... drooggevallen
dreugien .......................... droogje
dreugmaeking ...................... droogmaking
dreugrekkien ...................... droogrekje
dreugt ............................ droogt
dreugte ........................... droogte
dreugteperiode .................... droogteperiode
dreum ............................. visioen
dreumen ........................... dromen
dreutelkonte ...................... treuzelaar
dreutelt .......................... treuzelt
dreven ............................ gedreven
dri'j ............................. draai
dri'jbaank ........................ draaibank
dri'jd ............................ gedraaid
dri'jde ........................... draaide
dri'jden .......................... draaiden
dri'jdeure ........................ draaideur
dri'je ............................ draai
dri'jen ........................... draaien
dri'jend .......................... draaiend
dri'jende ......................... draaiende
dri'jer ........................... draaier
dri'jeri'je ....................... draaierij
dri'jhals ......................... draaihals
dri'jmeule ........................ draaimolen
dri'jorgel ........................ draaiorgel
dri'jraem ......................... draairaam
dri'jt ............................ draait
dri'jwark ......................... draaiwerk
driedielige ....................... driedelige
driedieling ....................... driedeling
driedimensionaol .................. driedimensionaal
drief ............................. drijf
driefdeurnat ...................... kletsnat
driefmest ......................... drijfmest
driefnat .......................... drijfnat
driegd ............................ gedreigd
driegde ........................... dreigde
driegden .......................... dreigden
driegen ........................... dreigen
driegend .......................... dreigend
driegende ......................... dreigende
drieging .......................... bedreiging
driegt ............................ dreigt
driehonderdvuuftig ................ driehonderdvijftig
driejaorige ....................... driejarige
drieje ............................ drie
driekeuningen ..................... driekoningen
driekwat .......................... driekwart
driemaondelikse ................... driemaandelijkse
drienend .......................... drieën
drienend .......................... gedrieën
drienendattig ..................... drieëndertig
drienentachtig .................... drieëntachtig
drienentwintig .................... drieëntwintig
driepersoonsbedde ................. driepersoonsbed
driepotighied ..................... driepotigheid
drieten ........................... schijten
drieve ............................ drijf
drieven ........................... drijven
drieverdiepings ................... drieverdiepingen
driewegsluus ...................... driewegsluis
drift ............................. drijft
dringend .......................... urgent
drinker ........................... dronkaard
drinkerstonnen .................... drinkbakken
drit .............................. drieten
drit .............................. schijt
droefhied ......................... droefheid
droevebloed ....................... druivenbloed
droeven ........................... druiven
droeveplokkers .................... druivenplukkers
droevetreder ...................... druiventreder
drogisteri'je ..................... drogisterij
drok .............................. druk
drokke ............................ drukke
drokken ........................... drukken
drokker ........................... drukker
drokperces ........................ drukproces
drokproeven ....................... drukproeven
drokraem .......................... drukraam
drokste ........................... drukste
drokt ............................. drukt
drokt ............................. gedrukt
drokte ............................ drukte
drokte ............................ duwde
drokten ........................... drukten
drokwark .......................... drukwerk
drolle ............................ keutel
drollevanger ...................... luier
drome ............................. droom
dromeri'je ........................ dromerij
drongen ........................... gedrongen
dronken ........................... gedronken
dronkend .......................... dronken
dronriep .......................... dronrijp
droomd ............................ gedroomd
druge ............................. droge
druge-valen ....................... droogvallen
drugen ............................ drogen
drumpel ........................... drempel
drumpels .......................... drempels
druppels .......................... druppen
druppelties ....................... druppeltjes
druppen ........................... druipen
druppies .......................... drupjes
drupt ............................. druppelt
druugraem ......................... droograam
druusken .......................... opscheppen
dubbelbenaeming ................... dubbelbenaming
dubbeld ........................... dubbel
dubbelnaeme ....................... dubbelnaam
dubbelraem ........................ dubbelraam
dubbelt ........................... dubbel
dubbeltien ........................ dubbeltje
dubbelties ........................ dubbeltjes
dubbelzinnighied .................. dubbelzinnigheid
duddelik .......................... duidelijk
dude .............................. duid
duded ............................. geduid
dudede ............................ duidde
dudelik ........................... duidelijk
dudelike .......................... duidelijke
dudeliker ......................... duidelijker
dudelikhied ....................... duidelijkheid
dudelikst ......................... duidelijkst
duden ............................. duiden
dudet ............................. duidt
dugen ............................. duigen
duj ............................... dooi
dujjen ............................ dooien
dujjende .......................... dooiende
duke .............................. duik
dukelde ........................... duikelde
duken ............................. duiken
duker ............................. kuifeend
dukerente ......................... kuifeend
dukers ............................ duikers
dukertien ......................... dodaars
dukertien ......................... nonnetje
dunen ............................. duinen
duneveld .......................... duinveld
dunne ............................. dun
dunnegies ......................... dunnetjes
durende ........................... gedurende
durfd ............................. gedurfd
durve ............................. durf
dusdaonig ......................... dusdanig
dust .............................. dorst
dust .............................. durfde
duste ............................. durfde
dusten ............................ durfden
dustig ............................ dorstig
dustige ........................... dorstige
duud .............................. duid
duudde ............................ duidde
duudden ........................... duidden
duuk .............................. duik
duukt ............................. duikt
duun .............................. duin
duurd ............................. geduurd
duuster ........................... donker
duuster ........................... duister
duusterder ........................ duisterder
duustere .......................... duistere
duusternis ........................ duisternis
duuts ............................. duits
duutse ............................ duitse
duutser ........................... duitser
duutsers .......................... duitsers
duutsgezinde ...................... duitsgezinde
duutslaand ........................ duitsland
duutsland ......................... duitsland
duvel ............................. duivel
duvels ............................ duivels
duvels ............................ kwaad
duvelse ........................... duivelse
duzend ............................ duizend
duzenden .......................... duizenden
duzendste ......................... duizendste
dvdspeuler ........................ dvd-afspeler
dwaelden .......................... dwalen
dwaelen ........................... dwalen
dwaelend .......................... dwalend
dwaelings ......................... dwalingen
dwaos ............................. dwaas
dwaoshied ......................... dwaasheid
dwaoze ............................ dwaas
dwas .............................. dwars
dwasbongel ........................ dwarsbongel
dwasbongels ....................... dwarsliggers
dwasliggen ........................ dwarsliggen
dwasligger ........................ dwarsligger
dwasover .......................... dwarsover
dwasschure ........................ dwarsschuur
dwassighied ....................... dwarskoppigheid
dweellochien ...................... dwaallichtje
dweildeurnat ...................... doorweekt
dwiel ............................. draaierig
dwinge ............................ dwing
dwingel ........................... dwingeloo
dwirrelen ......................... dwarrelen
dwongen ........................... gedwongen
död ............................... geduid
dödt .............................. duidt
dörp .............................. dorp
dörpeling ......................... dorpeling
dörpen ............................ dorpen
dörpien ........................... dorpje
dörpies ........................... dorpjes
dörpsarchief ...................... dorpsarchief
dörpsfeest ........................ dorpsfeest
dörpsfeesten ...................... dorpsfeesten
dörpsgebeuren ..................... dorpsgebeuren
dörpsgek .......................... dorpsgek
dörpsgenote ....................... dorpsgenote
dörpsgenoten ...................... dorpsgenoten
dörpsgeschiedenis ................. dorpsgeschiedenis
dörpshuus ......................... dorpshuis
dörpskefé ......................... dorpscafé
dörpskraante ...................... dorpskrant
dörpsmid .......................... dorpssmid
dörpsooldsten ..................... dorpsoudsten
dörpsplein ........................ dorpsplein
dörpspleintien .................... dorpspleintje
dörpsrevue ........................ dorpsrevue
dörpsschoele ...................... dorpsschool
dörpssmid ......................... dorpssmid
dörpstorens ....................... dorpstorens
dörpsweg .......................... dorpsweg
dörpswinkel ....................... dorpswinkel
dösk .............................. dors
döske ............................. dors
dösken ............................ dorsen
döskmesiene ....................... dorsmachine
döskt ............................. dorst
döskte ............................ dorste
döskten ........................... dorsten
dösmesiene ........................ dorsmachine
döst .............................. gedorst
döste ............................. dorste
dösten ............................ dorsten
e-mailties ........................ e-mailtjes
ebbehoolt ......................... ebbenhout
echtenerbrogge .................... echtenerbrug
echthied .......................... echtheid
echtpeer .......................... echtpaar
echtperen ......................... echtparen
edelstien ......................... edelsteen
edelstiender ...................... edelstenen
edelstienen ....................... edelstenen
edukaosie ......................... educatie
edukatief ......................... educatief
edukatieve ........................ educatieve
eek ............................... azijn
eel ............................... edel
een ............................... 'n
een ............................... iene
een kaom kriegen .................. blozen
een-hieleboel ..................... velen
een protte ........................ talloze
eenzelde .......................... een zelfde
eer ............................... loof
eerappel .......................... aardappel
eerappels ......................... aardappelen
eerbeien .......................... aardbeien
eerber ............................ eerbaar
eerbiedensweerdige ................ eerbiedwaardige
eerdaegs .......................... eerdaags
eerdbeieyoghurt ................... aardbeienyoghurt
eerdbeving ........................ aardbeving
eerdbojem ......................... aardbodem
eerde ............................. aarde
eerdeduuster ...................... aardedonker
eerden ............................ aarden
eerdepek .......................... aardpek
eerdepekbronnen ................... aardpekbronnen
eerdewark ......................... aardewerk
eerdewarkpotten ................... aardewerkpotten
eerdse ............................ aardse
eerlik ............................ eerlijk
eerlike ........................... eerlijke
eerliker .......................... eerlijker
eerlikhied ........................ eerlijkheid
eerlikshiedshalve ................. eerlijksheidshalve
eernewoolde ....................... eernewoude
eernstig .......................... ernstig
eernstige ......................... ernstige
eerpel ............................ aardappel
eerpelakker ....................... aardappelakker
eerpelbunker ...................... aardappelbunker
eerpelplakkies .................... aardappelschijfjes
eerpelpuree ....................... aardappelpuree
eerpelrooien ...................... aardappelrooien
eerpels ........................... aardappels
eerpelties ........................ aardappeltjes
eers .............................. anders
eersomme .......................... andersom
eerstens .......................... in de eerste plaats
eertieds .......................... eertijds
eerzem ............................ eerzaam
eesvene ........................... eesveen
eetber ............................ eetbaar
eetperblemen ...................... eetproblemen
eetzael ........................... eetzaal
effekt ............................ effect
effektive ......................... effectieve
effen ............................. even
effend ............................ geëffend
eier .............................. eieren
eierdoppien ....................... eierdopje
eierdoppies ....................... eierdopjes
eierzuken ......................... eierenzoeken
eierzuker ......................... eierenzoeker
eigenaorig ........................ eigenaardig
eigenaorige ....................... eigenaardige
eigenbakte ........................ eigengebakken
eigener ........................... eigenaar
eigeners .......................... eigenaren
eigengered ........................ zelfgemaakt
eigenhaandig ...................... eigenhandig
eigenhied ......................... eigenheid
eigenlik .......................... eigenlijk
eigenlike ......................... eigenlijke
eigenliks ......................... eigenlijk
eigenmaekt ........................ zelfgemaakt
eigenmaekte ....................... zelfgemaakte
eigenredde ........................ zelfgemaakte
eigenschop ........................ eigenschap
eigenschoppen ..................... eigenschappen
eigentieds ........................ eigentijds
eigentiedse ....................... eigentijdse
eigenweerde ....................... eigenwaarde
eigenwetig ........................ eigenwijs
eigenwies ......................... eigenwijs
eigien ............................ eitje
eigies ............................ eitjes
eilaand ........................... eiland
eilaanties ........................ eilandjes
eilanen ........................... eilanden
eindciefer ........................ eindcijfer
eindelik .......................... eindelijk
eindperdukt ....................... eindproduct
eindrepotten ...................... eindrapporten
eindtied .......................... eindtijd
eindverantwoordelikhied ........... eindverantwoordelijkheid
einliks ........................... eigenlijk
eins .............................. eigenlijk
ekenomisch ........................ economisch
ekenomische ....................... economische
ekkelbomen ........................ eikebomen
ekkelboom ......................... eik
ekkelboom ......................... eikeboom
ekkels ............................ eikels
ekonomisch ........................ economisch
ekonomische ....................... economische
eksamen ........................... examen
eksemplaor ........................ exemplaar
ekskuus ........................... excuus
ekstra ............................ extra
elaand ............................ eland
elandsgrachte ..................... elandsgracht
elegaante ......................... elegante
elfien ............................ elfje
elfstedetocht ..................... elfstedentocht
elk ............................... ieder
elke .............................. alle
elke .............................. iedere
elkenien .......................... ieder
elkeniene ......................... alleman
elkeniene ......................... iedereen
elks .............................. ieders
elle .............................. el
elleboge .......................... elleboog
else .............................. elsloo
elsiger ........................... elso-er
elve .............................. elf
elven ............................. elf
elze .............................. els
emailties ......................... emailtjes
emancipaosie ...................... emancipatie
emigraanten ....................... emigranten
emissieuutstoot ................... emissieuitstoot
emmertien ......................... emmertje
emosie ............................ emotie
emosies ........................... emoties
en-veerder ........................ voorts
endeldaarm ........................ endeldarm
endelspiere ....................... endelspier
engelaand ......................... engeland
engelmaote ........................ engelenmaat
engels ............................ engelen
engelsmanplaete ................... engelsmanplaat
enkelstiens ....................... enkelsteens
ente .............................. eend
entekroes ......................... eendenkroos
enten ............................. eenden
entepiekeweer ..................... regenachtig
entien ............................ eendje
enties ............................ eendjes
erasmusgrachte .................... erasmusgracht
erbarmlike ........................ erbarmelijke
ere ............................... andere
erebeie ........................... aardbei
erebeiebedde ...................... aardbeienbed
erebeien .......................... aardbeien
erebeieplaanten ................... aardbeienplanten
erebeieplokken .................... aardbeienplukken
erebeieplokkers ................... aardbeienplukkers
erebeieveld ....................... aardbeienveld
erebewies ......................... eerbewijs
eredaegs .......................... de andere dag
eregister ......................... eergisteren
eregisteraovend ................... eergisteravond
eremorgens ........................ de andere morgen
eren .............................. anderen
erenaachs ......................... vorige nacht
eresaobel ......................... eresabel
erkennen .......................... erkent
erkentelik ........................ erkentelijk
ervere ............................ ervaar
erveren ........................... ervaren
erverener ......................... ervarener
ervering .......................... ervaring
erverings ......................... ervaringen
erveringsdeskundige ............... ervaringsdeskundige
es ................................ eens
eskimolieties ..................... eskimoliedjes
essebomen ......................... essenbomen
et ................................ 't
et ................................ eet
et ................................ het
et vene ........................... heerenveen
ete ............................... eet
etelagerute ....................... etalageruit
etelaosierute ..................... etalageraam
eteleerd .......................... geëtaleerd
eten .............................. gegeten
eten .............................. spijs
eten .............................. voedsel
etensressies ...................... etensrestjes
etensveurraod ..................... voedselvoorraad
etensveurraoden ................... voedselvoorraden
eteri'je .......................... eterij
etersbod .......................... etensbord
etersbodden ....................... eetborden
eterstied ......................... etenstijd
eterstied ......................... eterstijd
etgeen ............................ hetgeen
etgene ............................ hetgeen
etjaor ............................ per jaar
etzelde ........................... hetzelfde
eulie ............................. olie
euliemeule ........................ oliemolen
eulies ............................ oliën
eulietanker ....................... olietanker
eulietanks ........................ olietanks
eulievarve ........................ olieverf
eupen ............................. open
eupenbaor ......................... openbaar
eupenbaord ........................ geopenbaard
eupenbaore ........................ openbare
eupenbaorhied ..................... openbaarheid
eupenbastten ...................... opengebarstten
eupenboken ........................ openbeuken
eupenbreuken ...................... opengebroken
eupend ............................ geopend
eupendaon ......................... opengedaan
eupende ........................... geopende
eupende ........................... opende
eupenden .......................... openden
eupendoen ......................... opendoet
eupenen ........................... openen
eupengaon ......................... opengaan
eupenhattig ....................... openhartig
eupenhoolt ........................ openhoudt
eupenig ........................... opening
eupenigsspeech .................... openingsspeech
eupening .......................... opening
eupenings ......................... openingen
eupeningslied ..................... openingslied
eupeningsspeech ................... openingsspeech
eupeningstieden ................... openingstijden
eupeningszin ...................... openingszin
eupenknipt ........................ opengeknipt
eupenlaoten ....................... openlaten
eupenlik .......................... openlijk
eupenmaeken ....................... openmaken
eupenmaekt ........................ opengemaakt
eupenmaekten ...................... openmaakten
eupenscheurd ...................... opengescheurd
eupenslaon ........................ openslaan
eupensleugen ...................... opengeslagen
eupensneden ....................... opengereten
eupensperd ........................ opengesperd
eupenst ........................... openst
eupenstaon ........................ openstaan
eupenstaot ........................ openstaat
eupent ............................ opent
eupenzet .......................... opengezet
euperaosie ........................ operatie
euperaosiekaemer .................. operatiekamer
euperaosiezuster .................. operatiezuster
eupereren ......................... opereren
europe ............................ europa
eusgoed ........................... afvalwater
evakueerd ......................... geëvacueerd
evakuees .......................... evacués
evaluaosie ........................ evaluatie
eveltaske ......................... hagedis
evenbield ......................... evenbeeld
evenpies .......................... eventjes
eventaoris ........................ inventaris
eventaoriskosten .................. inventariskosten
eventies .......................... eventjes
evenvule .......................... evenveel
evenzogoed ........................ evengoed
evenzovule ........................ net_zoveel
evertaske ......................... hagedis
exemplaor ......................... exemplaar
exemplaoren ....................... exemplaren
exkursie .......................... excursie
exkuses ........................... excuses
exkuus ............................ excuus
expedisie ......................... expeditie
expeseert ......................... exposeert
expesisie ......................... expositie
expesisies ........................ exposities
exploitaosie ...................... exploitatie
exploitaosieciefers ............... exploitatiecijfers
exploitaosieopzet ................. exploitatieopzet
exploitaosierekening .............. exploitatierekening
exploiteerd ....................... geëxploiteerd
exportbedrief ..................... exportbedrijf
exportbiertien .................... exportbiertje
exportslaachteri'je ............... exportslachterij
exportslaachteri'jen .............. exportslachterijen
exposaanten ....................... exposanten
exstellingwarver .................. ex-stellingwerver
exvoetballer ...................... ex-voetballer
ezelhingsten ...................... ezelhengsten
ezelsbrogge ....................... ezelsbrug
faai .............................. gemeen
faaigies .......................... gemeenachtig
fabriceren ........................ maken
fabrikaant ........................ fabrikant
fabrikaanten ...................... fabrikanten
fabrikaot ......................... fabrikaat
facet ............................. aspekt
fakseren .......................... doordrijven
fakseren .......................... forceren
faktor ............................ factor
fakultatief ....................... facultatief
falegrein ......................... afgunst
faliekant ......................... helemaal
falliesement ...................... faillisement
falliet ........................... failliet
fanteseerde ....................... fantaseerde
fantesere ......................... fantaseer
fanteseren ........................ fantaseren
fantesie .......................... fantasie
fantesie .......................... verbeelding
fantesienen ....................... fantasieën
faobel ............................ fabel
faobelachtig ...................... fabelachtig
faobeldier ........................ fabeldier
faobeltien ........................ fabeltje
faobelties ........................ fabeltjes
feberwaori ........................ februari
feberwaoridag ..................... februaridag
feberwaorinommer .................. februarinummer
feberwaoriplaante ................. schoenlappersplant
feberwaoristaeking ................ februaristaking
feberwaorizunne ................... februarizon
feberwaorizunnegien ............... februarizonnetje
febrem ............................ februari
febrewari ......................... februari
febriek ........................... fabriek
febrieken ......................... fabrieken
febrieken ......................... maken
febriekien ........................ fabriekje
febrieksbrood ..................... fabrieksbrood
febriekseerpel .................... fabrieksaardappel
febriekseerpels ................... fabrieksaardappelen
febrieksfluite .................... fabrieksfluit
febriekspiepe ..................... fabriekspijp
federaosie ........................ federatie
federaosieaovend .................. federatieavond
fedusie ........................... fiducie
fedusie ........................... vertrouwen
feestdaegen ....................... feestdagen
feestelik ......................... feestelijk
feestelike ........................ feestelijke
feestelikheden .................... feestelijkheden
feesteri'je ....................... feesterij
feesteri'je ....................... feestvieren
feestkebaol ....................... feestgedruis
feestkebaol ....................... feestrumoer
feestmaol ......................... feestmaal
feesttente ........................ feesttent
feestweke ......................... feestweek
feguren ........................... figuren
feguur ............................ figuur
feguurlik ......................... figuurlijk
feguurtien ........................ figuurtje
feguurties ........................ figuurtjes
feguurzaege ....................... figuurzaag
feguurzaegen ...................... figuurzagen
feine ............................. fijne
feitelik .......................... feitelijk
feitelike ......................... feitelijke
fejiesement ....................... faillisement
fejiet ............................ failliet
felhied ........................... felheid
femilie ........................... familie
femiliebezit ...................... familiebezit
femiliebi'jienkomst ............... familiebijeenkomst
femiliekamping .................... familiecamping
femiliekring ...................... familiekring
femilieleden ...................... familieleden
femilielid ........................ familielid
femilienaeme ...................... familienaam
femilienaemen ..................... familienamen
femilies .......................... families
femilieverhaelen .................. familieverhalen
femilieverjaordag ................. familieverjaardag
feneer ............................ fineer
feodaole .......................... feodale
ferliet ........................... failliet
fermaot ........................... formaat
fernusien ......................... fornuisje
fernuus ........................... fornuis
fernuzen .......................... fornuizen
fesant ............................ fazant
fesantehaene ...................... fazanthaan
fesantejacht ...................... fazantenjacht
fesantekiepe ...................... fazant
fesantevere ....................... fazantenveer
fesantewiefien .................... fazantenvrouwtje
fesanteëi ......................... fazanteëi
fesanthaene ....................... fazanthaan
fesien ............................ feestje
fesies ............................ feestjes
fesoen ............................ fatsoen
fesoenlik ......................... fatsoenlijk
fesoenlike ........................ fatsoenlijke
fesoenlikhied ..................... fatsoenlijkheid
fesoenliks ........................ fatsoenlijks
fesoenshalve ...................... fatsoenlijkheidshalve
festivalvassien ................... festivalliedje
feteler ........................... zaniker
feteler ........................... zeurder
fi'j .............................. foei
fiasko ............................ fiasco
fiebelevaosies .................... fratsen
fiebelevaosies .................... streken
fiedel ............................ viool
fiedelddomdeintien ................ ringvinger
fiedeldeuze ....................... vioolkoffer
fiedelen .......................... vioolspelen
fiegelderi'je ..................... priegelen
fiegeleren ........................ figureren
fiek .............................. snee
fieken ............................ snijden
fieker ............................ snijder
fieksel ........................... splinter
fiekseltien ....................... splintertje
fiekt ............................. snijdt
fielsetaosies ..................... felicitaties
fielseteerd ....................... gefeliciteerd
fielseteerde ...................... feliciteerde
fielseteert ....................... gefeliciteerd
fielseteren ....................... feliciteren
fiemelder ......................... prutser
fiemelen .......................... friemelen
fiemelen .......................... klusjes doen
fiemelen .......................... prutsen
fiemelwark ........................ prutswerk
fien .............................. fijn
fien .............................. klein
fienbonkerig ...................... lichtgebouwd
fienbruud ......................... bijenbroedsel
fiendraoderig ..................... fijnmazig
fiene ............................. fijne
fienegies ......................... fijntjes
fienhakken ........................ fijnhakken
fienig ............................ fijntjes
fienkniepen ....................... fijnknijpen
fienmaeken ........................ fijnmaken
fienmaelen ........................ fijnmalen
fienpruver ........................ fijnproever
fienslaon ......................... kapotslaan
fienstampen ....................... fijnstampen
fienstampte ....................... fijngestampte
fienste ........................... fijnste
fienties .......................... fijntjes
fienwrieven ....................... fijnwrijven
fiepseltien ....................... sneetje
fierhied .......................... fierheid
fiespelder ........................ treuzelaar
fiespelen ......................... poetsen
fiet .............................. fijt
fietsbaand ........................ fietsband
fietsbelastingplaeties ............ fietsbelastingplaatjes
fietsbelle ........................ fietsbel
fietsboekien ...................... fietsboekje
fietsbroekien ..................... fietsbroekje
fietsbroggen ...................... fietsbruggen
fietse ............................ fiets
fietsehokke ....................... fietsenhok
fietsehokkien ..................... fietsenhokje
fietsemaeker ...................... fietsenmaker
fietsemaekers ..................... fietsenmakers
fietserak ......................... fietsenrek
fietsestaander .................... fietsenstander
fietsestalling .................... fietsenstalling
fietsezaeke ....................... fietsenzaak
fietsien .......................... fietsje
fietskarre ........................ fietskar
fietsketten ....................... fietsketting
fietsklaor ........................ fietsklaar
fietslanteern ..................... fietslantaarn
fietsmaeker ....................... fietsenmaker
fietsmaeker ....................... rijwielhersteller
fietsorgenisaosies ................ fietsorganisaties
fietspaedebeleid .................. fietspadenbeleid
fietspaeden ....................... fietspaden
fietsplaetien ..................... fietsplaatje
fietspompe ........................ fietspomp
fietssleuteltien .................. fietssleuteltje
fietst ............................ gefietst
fietstasse ........................ fietstas
fietstochien ...................... fietstochtje
fietsvekaansie .................... fietsvakantie
fietsviel ......................... fietswiel
fietsvrundelike ................... fietsvriendelijke
fietswinkel ....................... fietsenwinkel
fiewerd ........................... handigerd
fiezelefaosie ..................... gezicht
figgelen .......................... drentelen
figuurlik ......................... figuurlijk
figuurlike ........................ figuurlijke
fijn .............................. mooi
fikke ............................. vrouw (ergerlijke)
fikken ............................ vingers
fikkien ........................... brandje
fikkien ........................... hondenaam
fileperbleem ...................... fileprobleem
fileseveren ....................... filosoferen
fillerig .......................... ?
film .............................. film)
filmd ............................. gefilmd
filmmelodienen .................... filmmelodieën
filmmeziek ........................ filmmuziek
filmpien .......................... filmpje
filmpies .......................... filmpjes
finaol ............................ finaal
finlaand .......................... finland
fistel ............................ staartriempje
fistel ............................ zweer
fitnesszael ....................... fitnesszaal
fittelen .......................... vlot lopen
flaank ............................ flank
fladde ............................ deugniet
fladde ............................ flard
fladdegies ........................ rafeltjes
fladden ........................... flarden
flappe ............................ flap
flapwiend ......................... windvlaag
flarre ............................ kreng
flattien .......................... flatje
flauwvalen ........................ flauwvallen
fleer ............................. mep
fleer ............................. vlier
flenel ............................ flanel
flenellen ......................... flanellen
flesse ............................ fles
flessedraeger ..................... flessendrager
flesserekkien ..................... flessenrekje
flessien .......................... flesje
fleweel ........................... fluweel
flewiel ........................... fluweel
flewielboom ....................... fluweelboom
flewielen ......................... fluwelen
flieber ........................... speeksel
flierefluiten ..................... lanterfanten
flikflooieri'je ................... flikflooirij
flint ............................. steen
flinte ............................ stukje steen
flinterdun ........................ erg dun
flippen ........................... glippen
flipte ............................ glipte
flitspaol ......................... flitspaal
flitspaolen ....................... flitspalen
flitspuite ........................ ontsmettingsspuit
flitter ........................... onderweg
flodderen ......................... wassen
flodderige ........................ slordige
floddertien ....................... jurkje (dun)
floddertien ....................... slonsje
floepscheet ....................... kort moment
flouwen ........................... jokken
flouwen ........................... liegen
fluite ............................ fluit
fluitekruud ....................... fluitenkruid
fluitien .......................... fluitje
fluities .......................... fluitjes
fluitiesmaeken .................... fluitjesmaken
flut .............................. boel
flut .............................. flitst
flutte ............................ scheut
flutten ........................... hoeveelheden
flutterige ........................ dunne
flutterige ........................ slappe
fluttien .......................... een weinig
fluttien .......................... flutje
fluttien .......................... groepje
fluttien .......................... paar
flutverhaelen ..................... kletsverhalen
fluusterd ......................... gefluisterd
fluusterde ........................ fluisterde
fluusteren ........................ fluisteren
fluusterende ...................... fluisterende
fluustert ......................... fluistert
fluustren ......................... fluisteren
fochtel ........................... fochtelo
fochteler ......................... fochteloër
fochtelers ........................ fochteloërs
fochtelerweg ...................... fochteloërweg
foddelpenneri'je .................. stuntelig schrijven
foeke ............................. fuik
foeken ............................ fuiken
foekewarking ...................... fuikwerking
foekselen ......................... prutsen
foel .............................. bezeten van
foel .............................. fel
foele ............................. vinnige
foeleinige ........................ felle
foeleinigste ...................... felste
foeler ............................ feller
foeterd ........................... gefoeterd
foezelen .......................... prutsen
foezelig .......................... ruwachtig
foi ............................... foei
fokkeri'je ........................ fokkerij
fokmere ........................... fokmerrie
fokpeerden ........................ fokpaarden
fokselen .......................... frommelen
fokt .............................. gefokt
folkklubs ......................... folkclubs
follement ......................... fundament
follementen ....................... fundamenten
fongen ............................ gevangen
fonnementen ....................... fundamenten
foolder ........................... folder
foons ............................. fonds
foonsen ........................... fondsen
fopspeune ......................... fopspeen
formeleerde ....................... formuleerde
formelier ......................... formulier
formelieren ....................... formulieren
fotogien .......................... foto-tje
fotokopieerd ...................... gefotokopieerd
fotokopienen ...................... fotokopieën
fotomateriaol ..................... fotomateriaal
fotomedel ......................... fotomodel
fotorollegien ..................... fotorolletje
fotselen .......................... prutsen
fotselzak ......................... slenteraar
foutien ........................... foutje
fraank ............................ frank
fraans ............................ frans
fraanse ........................... franse
fraansen .......................... fransen
fraansman ......................... fransman
frabberig ......................... contramineus
fraem ............................. frame
fraenzen .......................... hinneken
fraktie ........................... fractie
frakties .......................... fracties
frambosies ........................ framboosjes
franciscuskarke ................... franciscuskerk
frankeerde ........................ gefrankeerde
frankriek ......................... frankrijk
frieslaand ........................ friesland
friespraotende .................... friessprekende
friespraoter ...................... friessprekende
friestaelig ....................... friestalig
friestaelige ...................... friestalige
friestaeligen ..................... friestaligen
frisdraank ........................ frisdrank
frisismen ......................... friesismen
frommes ........................... vrouwmens
frontverkotting ................... frontverkorting
froonselen ........................ frommelen
froonsen .......................... fronsen
frosselde ......................... worstelde
frosselen ......................... worstelen
fruitvliegien ..................... fruitvliegje
frunniken ......................... friemelen
frunnikte ......................... friemelde
frustraosie ....................... frustratie
frustraosies ...................... frustraties
frustreerd ........................ gefrustreerd
frutselties ....................... frutseltjes
frutselties ....................... prullaria
fuj ............................... foei
funktie ........................... functie
funktionaoris ..................... functionaris
funktioneerd ...................... gefunctioneerd
funktioneren ...................... functioneren
gaank ............................. gang
gaankien .......................... gangetje
gaankies .......................... gangetjes
gaanze ............................ gans
gaanzen ........................... ganzen
gaaspen ........................... gespen
gaast ............................. gast
gaaste ............................ gast
gaasten ........................... gasten
gaastgezin ........................ gastgezin
gaastgezinnen ..................... gastgezinnen
gaasthuus ......................... gasthuis
gaastschriever .................... gastschrijver
gaastspreker ...................... gastspreker
gaastvri'jhied .................... gastvrijheid
gaastvrouw ........................ gastvrouw
gadderd ........................... vergaard
gadderd ........................... verzameld
gadderden ......................... verzamelden
gadderen .......................... verzamelen
gaddert ........................... verzamelt
gaegel ............................ gagel
gaepe ............................. gaap
gaepen ............................ gapen
gaept ............................. gaapt
gaepten ........................... gaapten
gaffel ............................ waffel
gaffeltange ....................... oorwurm
gaffeltangen ...................... oorwurmen
galeri'je ......................... galerij
galgens ........................... bretels
galgien ........................... galgje
galpen ............................ schreeuwen
galpende .......................... gillende
galpte ............................ schreeuwde
gammadakkien ...................... gammadakje
gammeler .......................... beroerder
gangber ........................... gangbaar
gangbere .......................... gangbare
gangkaante ........................ gangkant
gao ............................... ga
gao'j ............................. ga je
gao'k ............................. ga ik
gao'we ............................ gaan we
gaoj' ............................. ga je
gaoj'm ............................ gaan jullie
gaon .............................. gaan
gaon .............................. gaat
gaon .............................. gegaan
gaonde ............................ gaande
gaondeweg ......................... gaandeweg
gaondeweg ......................... in de loop der tijd
gaoren ............................ garen
gaorens ........................... garens
gaot .............................. gaat
gaove ............................. gave
gaoven ............................ gaven
garandeerd ........................ gegarandeerd
gariep ............................ garijp
garre ............................. garde
garre ............................. roe
garve ............................. bos rogge/tarwe
garve ............................. schoof
garven ............................ bossen tarwe/rogge
garven ............................ schoven
gasfebriek ........................ gasfabriek
gaskaemer ......................... gaskamer
gaskaemers ........................ gaskamers
gaspen ............................ gespen
gaste ............................. gerst
gastvri'j ......................... gastvrij
gastvri'jhied ..................... gastvrijheid
gasverbruuk ....................... gasverbruik
gatten ............................ gaten
gattien ........................... gaatje
gauw .............................. spoedig
gauwaachtig ....................... gauwachtig
gauwachtig ........................ tamelijk gauw
gauwer ............................ sneller
gauwighied ........................ gauwigheid
gavven ............................ gaven
geaemel ........................... gezeur
geawwezeer ........................ snel gedoe
gebakkien ......................... gebakje
gebakkies ......................... gebakjes
gebaor ............................ gebaar
gebaorden ......................... gebaarden
gebaoren .......................... gebaren
gebaorentael ...................... gebarentaal
gebaort ........................... gebaart
gebargte .......................... gebergte
gebeurt ........................... geschiedt
gebiente .......................... gebeente
gebietien ......................... gebiedje
geblaer ........................... geblèr
geboortedaegen .................... geboortedagen
geboortedaotum .................... geboortedatum
geboortedörp ...................... geboortedorp
geboortelaand ..................... geboorteland
geboorteplak ...................... geboorteplaats
geboorteplakkien .................. geboorteplaatsje
gebrobbel ......................... gebubbel
gebroes ........................... gebruis
gebrukelik ........................ gebruikelijk
gebrukelike ....................... gebruikelijke
gebruken .......................... gebruiken
gebruker .......................... gebruiker
gebrukers ......................... gebruikers
gebruuk ........................... gebruik
gebruukmaeken ..................... gebruikmaken
gebruukmaekend .................... gebruikmakend
gebruukskeramiek .................. gebruikskeramiek
gebruuksmeugelikheden ............. gebruiksmogelijkheden
gebruuksveurwarpen ................ gebruiksvoorwerpen
gebunnenhied ...................... gebondenheid
geburgenhied ...................... geborgenheid
gedaachte ......................... gedachte
gedaachten ........................ gedachten
gedaachzeggen ..................... gedagzeggen
gedaenken ......................... gedenken
gedaenkstien ...................... gedenksteen
gedaenktekens ..................... gedenktekens
gedaenkweerdige ................... gedenkwaardige
gedaon ............................ gedaan
gedaonte .......................... gedaante
gedaonten ......................... gedaanten
gedaontes ......................... gedaantes
gedichien ......................... gedichtje
gedichies ......................... gedichtjes
gedichtebundels ................... gedichtenbundels
gedichtecyclus .................... gedichtencyclus
gediek ............................ gorredijk
gedielte .......................... gedeelte
gedieltelik ....................... gedeeltelijk
gedien ............................ gordijn
gedienachtig ...................... gordijnachtig
gedieneboel ....................... gordijnenboel
gedienegies ....................... gordijntjes
gedienen .......................... gordijnen
gedoente .......................... omgang
gedreeg ........................... gedraag
gedreegt .......................... gedraagt
gedregen .......................... gedragen
gedregings ........................ gedrag
gedregings ........................ gedragingen
gedreugen ......................... gedragen
gedruus ........................... gedruis
geef .............................. gaaf
geefhied .......................... gaafheid
geelbrune ......................... geelbruine
geelties .......................... geeltjes
geelvleugeltien ................... zanglijster
geer .............................. gaar
geerkeuken ........................ gaarkeuken
geern ............................. graag
geestelik ......................... geestelijk
geestelike ........................ geestelijke
geestelikhied ..................... geestelijkheid
gefilmd ........................... filmd
geft .............................. geeft
gegevensbaank ..................... database
gegevensbaank ..................... gegevensbank
gegoegel .......................... gegoochel
gegoes ............................ geruis
gehak ............................. gehakt
gehaspel .......................... geruzie
geheimholen ....................... geheimhouden
geheimzinnighied .................. geheimzinnigheid
geheister ......................... drukte
geheur ............................ gehoor
geheurbeschaediging ............... gehoorbeschadiging
geheurzaemen ...................... gehoorzaamt
geheurzem ......................... gehoorzaam
geheurzemde ....................... gehoorzaamde
gehiel ............................ geheel
gehotseknots ...................... gedoe
gehuchies ......................... gehuchtjes
geite ............................. geit
geite verstikken .................. naar achteren
geitebokkien ...................... geitenbokje
geitien ........................... geitje
gekaekel .......................... gekakel
gekanstikkerig .................... gekaanstekerig
gekantstikkerig ................... gekaanstekerig
gekastreerde ...................... gecastreerde
gekeuvel .......................... gebabbel
gekhied ........................... gekheid
gekilster ......................... gepraat
gekkewark ......................... gekkenwerk
gekkighied ........................ gekheid
gekraek ........................... gekraak
gekri'js .......................... gekrijs
gelachkaemer ...................... gelagkamer
gelaogdhied ....................... gelaagdheid
gelaoten .......................... gelaten
geldbuul .......................... geldbuidel
geldelik .......................... geldelijk
gelderlaand ....................... gelderland
geldighied ........................ geldigheid
geldmiddels ....................... geldmiddelen
geldpries ......................... geldprijs
geldvergriemeri'je ................ geldverspilling
gele gouw ......................... wielewaal
gele muske ........................ geelgors
gele vinke ........................ geelgors
gelegenhied ....................... gelegenheid
gelegenhiedsdichter ............... gelegenheidsdichter
gelegenhiedsduo ................... gelegenheidsduo
gelegenhiedsrevu .................. gelegenheidsrevue
geleidelik ........................ geleidelijk
geleuf ............................ geloof
geleufd ........................... geloofd
geleufde .......................... geloofde
geleufden ......................... geloofden
geleufsleven ...................... geloofsleven
geleuve ........................... geloof
geleuven .......................... geloven
geleuvig .......................... gelovig
geleuvige ......................... gelovige
geleuvigen ........................ gelovigen
geliek ............................ gelijk
geliekenissen ..................... gelijkenissen
geliekhied ........................ gelijkheid
geliekmaotig ...................... gelijkmatig
gelieknaemige ..................... gelijknamige
geliekweerdig ..................... gelijkwaardig
gellen ............................ gelden
gelok ............................. geluk
gelokkig .......................... gelukkig
gelokkige ......................... gelukkige
gelokkiger ........................ gelukkiger
geloksvoegels ..................... geluksvogels
gelokzaelig ....................... gelukzalig
gelokzaolig ....................... gelukzalig
geloo'k ........................... geloof ik
geloo'we .......................... geloven we
geloofshoeke ...................... geloofshoek
gelop ............................. galop
gelosie ........................... horloge
gelove ............................ geloof
gelozie ........................... horloge
gelt .............................. geldt
geluden ........................... geluiden
geluid ............................ geluud
geluud ............................ geluid
geluudsbox ........................ geluidsbox
geluudsboxen ...................... geluidsboxen
geluudsdichte ..................... geluidsdichte
geluudsdreger ..................... geluidsdrager
geluudsoverlast ................... geluidsoverlast
geluudstechnikus .................. geluidstechnicus
geluudswerende .................... geluidswerende
gemaek ............................ gemaak
gemaekte .......................... gemaakte
gemakkelik ........................ gemakkelijk
gemakzocht ........................ gemakzucht
gemien ............................ gemeen
gemiene ........................... gemene
gemienschop ....................... gemeenschap
gemienschoppelik .................. gemeenschappelijk
gemienschoppelike ................. gemeenschappelijke
gemiente .......................... gemeente
gemientearchief ................... gemeentearchief
gemientearchieven ................. gemeentearchieven
gemienteauto ...................... gemeenteauto
gemientebesturen .................. gemeentebesturen
gemientebestuur ................... gemeentebestuur
gemientegidsen .................... gemeentegidsen
gemientehuus ...................... gemeentehuis
gemientehuzen ..................... gemeentehuizen
gemientekaorten ................... gemeentekaarten
gemienteleden ..................... gemeenteleden
gemientelid ....................... gemeentelid
gemientelik ....................... gemeentelijk
gemientelike ...................... gemeentelijke
gemienten ......................... gemeenten
gemientepoletiek .................. gemeentepolitiek
gemienteraod ...................... gemeenteraad
gemienteraoden .................... gemeenteraden
gemienteraodsleden ................ gemeenteraadsleden
gemienteraodsvergeerdering ........ gemeenteraadsvergadering
gemientes ......................... gemeenten
gemientestempel ................... gemeentestempel
gemientewaopen .................... gemeentewapen
gemientewarken .................... gemeentewerken
gemienteweens ..................... gemeentewens
gemientezang ...................... gemeentezang
gemientezegel ..................... gemeentezegel
gemientezegels .................... gemeentezegels
gemierk ........................... gezeik
gemierk ........................... gezeur
gemingd ........................... gemengd
gemingde .......................... gemengde
gemoedelik ........................ gemoedelijk
gemoedelike ....................... gemoedelijke
gemoedelikhied .................... gemoedelijkheid
genaemt ........................... genaamd
genaode ........................... genade
genaodejaor ....................... genadejaar
genaoderieke ...................... genaderijke
genaodestoot ...................... genadestoot
genaodig .......................... genadig
genazzen .......................... genazen
geneesde .......................... genas
geneesden ......................... genazen
genegenhied ....................... genegenheid
generaol .......................... generaal
generaole ......................... generale
generaosie ........................ generatie
generaosies ....................... generaties
geneugten ......................... genoegens
geneut ............................ genoot
geneuten .......................... genoten
geneuzel .......................... gebazel
geneze ............................ genees
geniene ........................... geen
geniete ........................... geniet
genoeg ............................ voldoende
genoeglik ......................... genoeglijk
genoeglike ........................ genoeglijke
genog ............................. genoeg
genotteren ........................ genieten
genöt ............................. geniet
gepeerd ........................... gepaard
gepoggel .......................... ploeteren
gepraot ........................... gepraat
geraansie ......................... garantie
geraant ........................... gesmolten
geraemtes ......................... geraamten
gerage ............................ garage
gerages ........................... garages
gerak ............................. deel wat je toekomt
geraniumblatties .................. geraniumblaadjes
geraoden .......................... geraden
geraos ............................ geraas
gerechtighied ..................... gerechtigheid
gereedschop ....................... gereedschap
geriedschop ....................... gereedschap
geriefelik ........................ geriefelijk
geriegerol ........................ gewoel
gernael ........................... garnaal
geroes ............................ geruis
geschiedenisuutgiften ............. geschiedenisuitgaven
geschiedschrieving ................ geschiedschrijving
geschink .......................... geschenk
gesjochten ........................ in de aap gelogeerd
geslachtlieste .................... geslachtslijst
geslepenhied ...................... geslepenheid
gesnaeter ......................... gesnater
gesnoef ........................... gesnuif
gespannene ........................ gespannen
gesprekkien ....................... gesprekje
gesprekkies ....................... gesprekjes
gespreksonderwarp ................. gespreksonderwerp
gestaemer ......................... gestotter
getoffel .......................... geloop
getuge ............................ getuige
getugen ........................... getuigen
getugenis ......................... getuigenis
getugenissen ...................... getuigenissen
getuugd ........................... getuigd
getuugt ........................... getuigt
geule ............................. geul
geunst ............................ gunst
geunste ........................... gunste
geunsten .......................... gunsten
geunstig .......................... gunstig
geunstig .......................... gunstige
geunstiger ........................ gunstiger
geut .............................. goot
geute ............................. goot
geuten ............................ gegoten
geuten ............................ goten
geutstien ......................... gootsteen
gevaer ............................ gevaar
gevallegien ....................... gevalletje
gevangenbeweerder ................. gevangenbewaarder
gevangenneumen .................... gevangengenomen
gevangenschop ..................... gevangenschap
geve .............................. geef
geveer ............................ gevaar
geveerlik ......................... gevaarlijk
geveerlike ........................ gevaarlijke
geveerliker ....................... gevaarlijker
gevelties ......................... geveltjes
gevelversierings .................. gevelversieringen
geven ............................. gegeven
geveri'je ......................... geverij
gevulens .......................... gevoelens
gevulig ........................... gevoelig
gevulige .......................... gevoelige
gevuligheden ...................... gevoeligheden
gevuul ............................ gevoel
gevuulloze ........................ gevoelloze
gevuulsmaotig ..................... gevoelsmatig
gevuulte .......................... gevoel
gevuulte .......................... gevoelen
gewaogd ........................... gewaagd
gewaogde .......................... gewaagde
gewaopende ........................ gewapende
geweeklaeg ........................ geweeklaag
geweer ............................ gewaar
gewien ............................ geween
gewodden .......................... geworden
gewodden laoten ................... met rust laten
gewodden leuten ................... met rust gelaten
gewoepst .......................... sterk / zwaar gebouwd
gewoepste ......................... stevige
gewoonlik ......................... gewoonlijk
gewulf ............................ gewelf
gezaanten ......................... gezanten
gezaemelik ........................ gezamenlijk
gezaemelike ....................... gezamenlijk
gezaemenlik ....................... gezamenlijk
gezagsdregers ..................... gezagsdragers
gezegde ........................... zegswijze
gezeggelike ....................... gezeglijke
gezellighied ...................... gezelligheid
gezelschop ........................ gezelschap
gezelschoppen ..................... gezelschappen
gezelsschopsspul .................. gezelsschapsspel
gezichien ......................... gezichtje
gezicht ........................... gelaat
gezichte .......................... gezicht
geziever .......................... gezeur
gezinnegien ....................... gezinnetje
gezinnenhuusholings ............... gezinnenhuishoudings
gezinsheufd ....................... gezinshoofd
gezinsheufden ..................... gezinshoofden
gezoep ............................ gezuip
gezondhied ........................ gezondheid
gezuuk ............................ gezoek
gezwöl ............................ gezwel
giebe ............................. dwaalspoor
gien .............................. geen
gienend ........................... geen
gieniene .......................... niemand
gieniens .......................... geeneens
giepse ............................ roe
gier .............................. uier
gierkeldertien .................... gierkeldertje
gierzwelver ....................... gierzwaluw
giesel ............................ val
gieselen .......................... vallen
giesp ............................. woerd
giespe ............................ takje (roe)
giete ............................. giet
gieteren .......................... gieten
gietern ........................... giethoorn
giften ............................ gaven
gigaantisch ....................... gigantisch
gimmestiek ........................ gymnastiek
gimmestieklekaal .................. gymnastieklokaal
gimmestiekmeester ................. gymnastiekleraar
gimpies ........................... gympjes
ginderd ........................... daarginds
ginne ............................. gene
ginnekaante ....................... overkant
ginneraosies ...................... generaties
gipsmedel ......................... gipsmodel
girokaorte ........................ girokaart
girokaorten ....................... girokaarten
gisteraovend ...................... gisteravond
gisternaomiddag ................... gisternamiddag
gitaarspeulen ..................... gitaarspelen
glaans ............................ glans
glaansde .......................... glansde
glaansden ......................... glansden
glaansriek ........................ glansrijk
glaansrolle ....................... glansrol
gladhied .......................... gladheid
gladhiedsbestrieding .............. gladheidbestrijding
glaezen ........................... glazen
glaezezetter ...................... glazenzetter
glaezezetter ...................... ramenenzetter
glaezig ........................... glazig
glasinloodruties .................. glasinloodruitjes
glaspoeier ........................ glaspoeder
glasraem .......................... glasraam
glassien .......................... glaasje
glazuurranen ...................... glazuurranden
gleden ............................ gegleden
glee .............................. gleed
gleensteren ....................... glinsteren
gleensterende ..................... glinsterende
gleufien .......................... gleufje
gli'jbewies ....................... glijdbewijs
glidt ............................. glijdt
gliebaene ......................... glijbaan
gliebewies ........................ glijdbewijs
glied ............................. glijd
gliede ............................ glijd
glieden ........................... glijden
gliedeweerstaand .................. glijdweerstand
glimk ............................. glimlach
glimken ........................... glimlachen
glimkende ......................... glimlachende
glimkien .......................... glimlachje
glimkt ............................ glimlacht
glimkte ........................... glimlachte
glimkten .......................... glimlachten
glimlachien ....................... glimlachje
glimme ............................ glim
glimpien .......................... glimlachje
globaol ........................... globaal
gloedni'j ......................... gloednieuw
gloeilaampen ...................... gloeilampen
gloep ............................. gluip
gloepe ............................ gluip
gloepen ........................... gluipen
gloepend .......................... erg
gloepende ......................... gluipende
gloepense ......................... erge
gloeperige ........................ gluiperige
gloept ............................ gluipt
glommen ........................... geglommen
glop .............................. steeg
gloppe ............................ steeg
gloppen ........................... stegen
gloppien .......................... steegje
glopt ............................. gluipt
gloriedaegen ...................... gloriedagen
glunderde ......................... glom
glundig ........................... gloeiend
glundige .......................... wellustige
gluuiende ......................... gloeiende
gnees ............................. grijnsde
gnezen ............................ gegrijnsd
gnezen ............................ grijnsden
gnies ............................. grijns
gniest ............................ grijnslacht
gnieze ............................ grijns
gniezen ........................... grijnzen
gniezende ......................... grijnzende
gnist ............................. grijnst
goal .............................. doel
goddelooshied ..................... goddeloosheid
goddeltassien ..................... heuptasje
godenbielties ..................... godenbeeldjes
godgaanse ......................... hele
godinnegien ....................... godinnetje
godsdienstonderwies ............... godsdienstonderwijs
godshuus .......................... godshuis
godslasterlik ..................... godslasterlijk
godslasterlike .................... godslasterlijke
godsnaeme ......................... godsnaam
godsriek .......................... godsrijk
goeddonkt ......................... behaagt
goeddonkt ......................... goeddunkt
goedens ........................... goedheid
goedgaon .......................... goedgaan
goedgeunstighied .................. goedgunstigheid
goedhied .......................... goedheid
goedhumeurd ....................... goedgehumeurd
goedkeurd ......................... goedgekeurd
goedlachies ....................... goedlachs
goedvienen ........................ goedvinden
goedzind .......................... goedgezind
goeie ............................. goede
goeie ............................. voorspoedige
goeiemorgen ....................... goedemorgen
goeienaacht ....................... goedenacht
goeienaovend ...................... goedenavond
goeiighied ........................ goedheid
goejige ........................... goedige
goel .............................. huil
goeld ............................. gehuild
goelde ............................ huilde
goelden ........................... huilden
goelderi'je ....................... huilerij
goelen ............................ huilen
goelend ........................... huilend
goelende .......................... huilende
goelerige ......................... huilirige
goelt ............................. huilt
goenend ........................... sommigen
goesd ............................. suist
goesden ........................... suisden
goetien ........................... goedje
goeze ............................. suizing
goezebroek ........................ domoor
gofferd ........................... lomperik
gokkaasten ........................ gokkasten
gokke ............................. gok
gold .............................. goud
golfplaeten ....................... golfplaten
gomde ............................. gumde
gong .............................. ging
gongen ............................ gingen
gongen ............................ keerden
googelde .......................... goochelde
gooid ............................. gegooid
gooide ............................ wierp
gooie ............................. gooi
gooit ............................. werpt
goold ............................. goud
goold-en-zulver ................... wijgeschenken
gooldachtig ....................... goudachtig
gooldachtige ...................... goudachtige
goolden ........................... gouden
gooldhaentien ..................... goudhaantje
gooldkleurig ...................... goudkleurig
gooldvinke ........................ goudvink
gooldvossen ....................... goudvossen
goorn ............................. stukje erf
goorntien ......................... veldje
gorte ............................. gort
gotdreug .......................... gortdroog
gotte ............................. gort
gottenbri'j ....................... gortenpap
graanzen .......................... grommen
grachte ........................... gracht
graeg ............................. graag
graegte ........................... graagte
graeven ........................... graven
grafiekwark ....................... grafiekwerk
grafikus .......................... graficus
grafschrift ....................... grafopschrift
grafstien ......................... grafsteen
grafstiender ...................... grafstenen
grafstienen ....................... grafstenen
grammatika ........................ grammatica
grammatikadiel .................... grammaticadeel
grammatikaol ...................... grammaticaal
grammatikaole ..................... grammaticale
gramme ............................ gram
grammefoon ........................ grammofoon
grammofoonplaete .................. grammofoonplaat
graod ............................. graad
graoden ........................... graden
graon ............................. graan
graonoffers ....................... graanoffers
graonvelden ....................... graanvelden
graoperig ......................... hebberig
graotien .......................... graadje
grappemaekers ..................... grappenmakers
grappien .......................... grapje
grappies .......................... grapjes
grauwaten ......................... kapucijners
graveerd .......................... gegraveerd
graveerde ......................... gegraveerde
grebbelied ........................ greppellied
grebbeveld ........................ greppelveld
greef ............................. graaf
greeft ............................ graaft
greefwark ......................... graafwerk
greens ............................ grens
greensanduding .................... grensaanduiding
greensden ......................... grensden
greensgebied ...................... grensgebied
greenskorrektie ................... grenscorrectie
greensofbaokenings ................ grensafbakeningen
greensovertredend ................. grensoverschreidend
greensplakkien .................... grensplaatsje
greensrechter ..................... grensrechter
greensscheiding ................... grensscheiding
greenssloot ....................... grenssloot
greensstiender .................... grenskeien
greensstiender .................... grensstenen
greenst ........................... grenst
greenswal ......................... grenswal
greenzen .......................... grenzen
greide ............................ weide
greiden ........................... weilanden
gremietig ......................... grimmig
grenaat ........................... granaat
grenaatappels ..................... granaatappelen
grenaatscharve .................... granaatscherf
grepe ............................. vork
grepen ............................ gegrepen
greuf ............................. dolf
greuf ............................. groef
greuven ........................... gedolven
greuven ........................... gegraven
greuven ........................... groeven
greve ............................. graaf
greven ............................ graven
griefd ............................ gegriefd
griemden .......................... prutsten
griemen ........................... knoeien
griemen ........................... prutsen
griep ............................. grijp
griepe ............................ grijp
griepen ........................... grijpen
griepien .......................... vorkje
griepspuite ....................... griepspuit
griepstuver ....................... grijpstuiver
griepstuvers ...................... grijpstuivers
gries ............................. grijs
griesmael ......................... griesmeel
griesmaelpudding .................. griesmeelpudding
griest ............................ griezelt
grieteni'je ....................... grietenij
grieteni'jen ...................... grietenijen
grieze ............................ grijze
grif .............................. zeker
griffermeerde ..................... gereformeerde
gript ............................. grijpt
gritte ............................ grutto
grittow ........................... grutto
groede ............................ litteken
groeperings ....................... groeperingen
groepien .......................... groepje
groepies .......................... groepjes
groepskommedaant .................. groepscommandant
groepsverbaand .................... groepsverband
groete ............................ groet
groetnis .......................... groeten
groffe ............................ grove
grond ............................. basis
grond ............................. gegrond
gronded ........................... gegrond
grondmateriaol .................... grondmateriaal
grondneuteeulie ................... grondnotenolie
grondneutekoeke ................... grondnotenkoek
grondneutemael .................... grondnotenmeel
grondneuten ....................... aardnoten
grondneuten ....................... grondnoten
grondstiender ..................... grondstenen
grondvest ......................... gegrondvest
grondwaeterpeil ................... grondwaterpeil
grootbrocht ....................... grootgebracht
grootbrocht ....................... opgegroeid
grootbrocht ....................... opgevoed
groothied ......................... grootheid
groots ............................ trots
grootspraoke ...................... grootspraak
groslieste ........................ groslijst
grotendiels ....................... grotendeels
grouwe ............................ huivering
grundel ........................... grendel
grundels .......................... grendels
grune ............................. groene
grune muske ....................... groenling
grunningen ........................ groningen
grunninger ........................ groninger
grunningerlaand ................... groningse land (het)
grunningers ....................... groningers
grunnings ......................... gronings
gruppe ............................ goot
gruppe ............................ groep
gruppe ............................ grup
grut .............................. klein
gruttow ........................... grutto
gruui ............................. groei
gruuid ............................ gegroeid
gruuide ........................... groeide
gruuiden .......................... groeiden
gruuien ........................... groeien
gruuit ............................ groeit
gruun ............................. groen
gruunlof .......................... groen loof
gruunte ........................... groente
gruunteboer ....................... groenteboer
gruunteman ........................ groenteman
gruuntetunegien ................... groentetuintje
gruuntetuun ....................... groentetuin
gruus ............................. gruis
gruusaordig ....................... gretig
gruusaordige ...................... gulzige
gruwelik .......................... gruwelijk
gruwelike ......................... gruwelijke
gruweliker ........................ gruwelijker
gruwelikheden ..................... gruwelijkheden
gruweliks ......................... gruwelijks
gröppe ............................ greppel
gröppe ............................ grup
gröppestrieker .................... grupstrijker
grös .............................. gras
grösdreugeri'je ................... grasdrogerij
grösdrugen ........................ grasdrogen
gröslaand ......................... grasland
grösmi'jen ........................ grasmaaien
grössies .......................... grasjes
grösveld .......................... grasveld
grösveltien ....................... grasveldje
gröszaod .......................... graszaad
gröszi'jen ........................ graszaaien
gröszode .......................... graszode
gul ............................... gold
gullen ............................ gegolden
gullen ............................ golden
gulpe ............................. gulp
gummiebien ........................ kunstbeen
gund .............................. gegund
gunne ............................. gun
gunteren .......................... hunkeren
guppe ............................. guppy
gymzael ........................... gymzaal
göt ............................... giet
ha'k .............................. had ik
haand ............................. hand
haandberiek ....................... handbereik
haandbiebel ....................... handbijbel
haandbiebeltheek .................. handbibliotheek
haandboek ......................... handboek
haanddoek ......................... handdoek
haanddri'jd ....................... handgedraaid
haandel ........................... handel
haandelde ......................... handelde
haandelden ........................ handelden
haandelen ......................... handelen
haandelende ....................... handelende
haandeler ......................... handelaar
haandelers ........................ handelaars
haandelers ........................ handelaren
haandelersters .................... handelaarsters
haandeling ........................ handeling
haandelsmark ...................... handelsmerk
haandelsweerde .................... handelswaarde
haandelt .......................... handelt
haandgrenaot ...................... handgranaat
haandhaaft ........................ handhaaft
haandig ........................... handig
haandigde ......................... handigde
haandige .......................... handige
haandiger ......................... handiger
haandigste ........................ handigste
haandleiding ...................... handleiding
haandschrift ...................... handschrift
haandspindel ...................... handspindel
haandtasse ........................ handtas
haandtassien ...................... handtasje
haandtekening ..................... handtekening
haandtekenings .................... handtekeningen
haandvat .......................... handvat
haandvatten ....................... handvaten
haandvest ......................... handvest
haandvol .......................... handvol
haandwark ......................... handwerk
haandwarken ....................... handwerken
haandwarkien ...................... handwerkje
haandwoordeboek ................... handwoordenboek
haansem ........................... handzaam
haanske ........................... handschoen
haansken .......................... handschoenen
haantien .......................... handje
haantiengauwe ..................... handgouwe
haantienklappen ................... handjeklappen
haantienvol ....................... handjevol
haanties .......................... handjes
haasems ........................... in de herfst
haast ............................. herfst
haastaovend ....................... herfstavond
haastblad ......................... herfstblad
haastbloemen ...................... herfstbloemen
haastdag .......................... herfstdag
haastdraoden ...................... herfstdraden
haastmiddag ....................... herfstmiddag
haastmorgen ....................... herfstmorgen
haastweer ......................... herfstweer
hachelik .......................... hachelijk
hachien ........................... hachje
had ............................... gehad
hadde ............................. had
hadde ............................. hard
hadde ............................. harde
hadde ............................. snel
hadde ............................. vlug
haddelopen ........................ hardlopen
haddeop ........................... hardop
haddeop ........................... luidop
hadder ............................ harder
haddraeversbaene .................. harddraversbaan
haddrinkeri'je .................... sneldrinkerij
hadfietser ........................ wielrenner
hadfietsers ....................... wielrenners
hadheurig ......................... hardhorig
hadhied ........................... hardheid
hadloopwedstried .................. hardloopwedstrijd
hadloopwedstrieden ................ hardloopwedstrijden
hadlopen .......................... hardlopen
hadloper .......................... hardloper
hadloper .......................... ijlbode
hadlopers ......................... ijlboden
hadop ............................. hardop
hadrieden ......................... hardrijden
hadriederi'je ..................... hardrijderij
hadste ............................ hardst
hadste ............................ hardste
hadzeilen ......................... hardzeilen
haegel ............................ hagel
haegelbujjen ...................... hagelbuien
haegelde .......................... hagelde
haegelni'j ........................ hagelnieuw
haegelni'je ....................... hagelnieuwe
haegelslag ........................ hagelslag
haegelstiender .................... hagelstenen
haegelstienen ..................... hagelstenen
haegelt ........................... hagelt
hael .............................. haal
haelbere .......................... haalbare
haeld ............................. behaald
haeld ............................. gehaald
haelde ............................ haalde
haelden ........................... haalden
haele ............................. haal
haelen ............................ halen
haelmes ........................... haalmes
haelt ............................. haalt
haeltien .......................... haaltje
haemer ............................ hamer
haemert ........................... hamert
haene ............................. haan
haenekamme ........................ hanenkam
haeneker .......................... kemphaan
haenetree ......................... eindje (kort)
haenige ........................... hanige
haentien .......................... haantje
haeperen .......................... haperen
haepering ......................... hapering
haeven ............................ haven
haevenplak ........................ havenplaats
haever ............................ haver
haeverklap ........................ haverklap
haeverstro ........................ haverstro
haeze ............................. haas
haezen ............................ hazen
haezepad .......................... hazenpad
haffelen .......................... kauwen
haffelen .......................... peuzelen
haffelen .......................... praten
haffelt ........................... peuzelt
haj' .............................. had je
haj'm ............................. hadden jullie
haj't ............................. had je het
hakke ............................. hak
hakketeren ........................ bekvechten
hakseld ........................... gehakseld
halfbreur ......................... halfbroer
halfduuster ....................... halfduister
halfjaor .......................... halfjaar
halfjaorlikse ..................... halfjaarlijkse
halfmingel ........................ halve liter
halfnaekende ...................... halfnaakte
halfstiens ........................ halfsteens
halfveur .......................... halfvoor
halfwassen ........................ halfwas
halfwies .......................... gek
halfwieze ......................... mal
halfwiezeboel ..................... gekkenboel
halvegere ......................... gekke
halvegeren ........................ halvegaren
halvewies ......................... gek
halvewieze ........................ gekke
halvien ........................... halfje
hampelman ......................... brekebeen
hampelmannen ...................... brekebenen
hamsterd .......................... gehamsterd
handelties ........................ hendeltjes
handicapten ....................... gehandicapten
handmaotig ........................ handmatig
hanebiender ....................... zorgbehoevende
hanebiendertien ................... klein kind
hanen ............................. handen
hanenvol .......................... handenvol
hange ............................. hang
hangmatte ......................... hangmat
hangplak .......................... hangplek
hanteerd .......................... gehanteerd
hanzeduuts ........................ hanzeduits
haoke ............................. haak
haoken ............................ haken
haokenkruus ....................... hakenkruis
haokien ........................... haakje
haokies ........................... haakjes
haoknaalden ....................... haaknaalden
haoks ............................. haaks
haokt ............................. haakt
haor .............................. haar
haoren ............................ haren
haorkleur ......................... haarkleur
haorscharp ........................ haarscherp
haortien .......................... haartje
haorties .......................... haartjes
haorwottels ....................... haarwortels
haost ............................. bijna
haost ............................. haast
haost ............................. spoed
haostbehaneling ................... spoedbehandeling
haostbestelling ................... spoedbestelling
haosten ........................... haasten
haostig ........................... haastig
haostige .......................... haastige
haostte ........................... haastte
hapklaore ......................... hapklare
happien ........................... hapje
har ............................... had
harbarg ........................... herberg
harbarge .......................... herberg
harbargespul ...................... herberggedoe
harbargier ........................ herbergier
haremwaachter ..................... haremwachter
harfst ............................ herfst
harke ............................. hark
harkepen .......................... harkpen
harketanen ........................ harktanden
harmonieke ........................ harmonica
harnast ........................... geharnast
harre ............................. had
harre ............................. snel
harre ............................. vlug
harrekrastus ...................... uitroep van afkeer
harren ............................ hadden
has ............................... hars
hasems ............................ herfst (tijdens de)
haskerlaand ....................... haskerland
hassebassien ...................... borreltje
hassenpanne ....................... hersenpan
hassens ........................... hersenen
hassenspinsel ..................... hersenspinsel
hasses ............................ hersenen
hatelike .......................... hatelijke
hatgrondig ........................ hartgrondig
hatkloppings ...................... hartkloppingen
hatpatiënt ........................ hartpatiënt
hatslag ........................... hartslag
hatstike .......................... heel erg
hatstikke ......................... hartstikke
hatstilstaand ..................... hartstilstand
hatstocht ......................... hartstocht
hatstochtelike .................... hartstochtelijke
hatte ............................. hart
hatte ............................. harte
hattelik .......................... hartelijk
hattelust ......................... hartelust
hatten ............................ herten
hattien ........................... hartje
hatverlamming ..................... hartverlamming
hatzeer ........................... hartenleed
hatzeerte ......................... hartenpijn
haulerwiek ........................ haulerwijk
havoklasse ........................ havoklas
hawwe ............................. hadden we
he'j .............................. heb je
he'k .............................. heb ik
hebb'n ............................ hebben
hebbe ............................. heb
hebben ............................ hebt
hecht ............................. gehecht
hedder ............................ herder
hedders ........................... herders
heddershond ....................... herdershond
hedderstaf ........................ herdersstaf
hede .............................. heg
heden ............................. gut
heden ............................. heggen
hedendaegs ........................ hedendaags
hedendaegse ....................... hedendaagse
hedenhitskes ...................... och heden
heerd ............................. haard
heerdstee ......................... haardplaats
heerdvuur ......................... haardvuur
heerlik ........................... heerlijk
heerlike .......................... heerlijke
heerlikhied ....................... heerlijkheid
heerschoppi'je .................... heerschappij
heert ............................. haart
heertien .......................... heertje
hege .............................. heg
heidebiendertien .................. barmsijs
heiderebientien ................... kneu
heidestruke ....................... heidestruik
heidestrukies ..................... heidestruikjes
heiligebeeld ...................... heiligenbeeld
heilighied ........................ heiligheid
heis .............................. gedoe
heis .............................. klap
heiselik .......................... vreselijk
heisteren ......................... bezig zijn
heit .............................. vader
heit'en ........................... vader z'n
heiten ............................ papa's
heiten ............................ vaders
heitie ............................ papa'tje
hej' .............................. heb je
hej'et ............................ heb je het
hej'm ............................. hebben jullie
hej'ok ............................ heb je ook
hej't ............................. heb je het
hekel ............................. afkeer
hekel ............................. afschuw
hekke ............................. hek
hekkien ........................... hekje
hekkies ........................... hekjes
hekse ............................. heks
hekseketel ........................ heksenketel
heldedaoden ....................... heldendaden
heldendaod ........................ heldendaad
heldenzwaord ...................... heldenzwaard
helderziendhied ................... helderziendheid
helgele ........................... helder gele
helle ............................. hel
hellings .......................... hellingen
helmgrös .......................... helmgras
helmpien .......................... helmpje
helms ............................. helmen
helmtien .......................... helmpje
helomalaene ....................... helomalaan
helomasluus ....................... helomasluis
helomavaort ....................... helomavaart
helpe ............................. help
helpt ............................. bijstaat
helster ........................... halster
helte ............................. helft
helten ............................ helften
hemelgeitien ...................... watersnip
hemelgeitien ...................... weerlam
hemelgewulf ....................... hemelgewelf
hemelsbried ....................... hemelsbreed
hemelsnaeme ....................... hemelsnaam
hemelvaort ........................ hemelvaart
hemmel ............................ schoon
hemmeld ........................... schoongemaakt
hemmele ........................... schone
hemmelen .......................... schoonmaken
hempien ........................... hemdje
hempies ........................... hemdjes
hen ............................... hè
henne ............................. heen
henne ............................. hen
hennebrocht ....................... heengebracht
henneenweer ....................... heenenweer
hennegaon ......................... heengaan
hennekieken ....................... heenkijken
hennekommen ....................... heenkomen
hennekomt ......................... heen komt
hennekwam ......................... heen kwam
hennelag .......................... voorstond
henneleup ......................... heen liep
henneligt ......................... heen ligt
hennereize ........................ heenreis
henneteld ......................... neergeteld
hennevliegen ...................... naartoe gaan
henneweer ......................... heenenweer
henneweerdenne .................... heenenterug
henneweerdenne .................... heenenweer
hennezet .......................... neergezet
hennezetten ....................... neerzetten
herdaenking ....................... herdenking
herdaenkings ...................... herdenkingen
herdaenkingsstien ................. herdenkingssteen
herdocht .......................... herdacht
herdrok ........................... herdruk
herdrokken ........................ herdrukken
herdrokt .......................... herdrukt
heremientied ...................... heremijntijd
heren ............................. haren
herenhoentien ..................... lieveheersbeestje
hereupening ....................... heropening
herhael ........................... herhaal
herhaeld .......................... herhaald
herhaelde ......................... herhaalde
herhaeldelik ...................... herhaaldelijk
herhaelen ......................... herhalen
herhaeling ........................ herhaling
herhaelings ....................... herhalingen
herienigd ......................... herenigd
herinnere ......................... herinner
herinnerings ...................... herinneringen
herkenber ......................... herkenbaar
herkenbere ........................ herkenbare
herkenberhied ..................... herkenbaarheid
herkenne .......................... herken
herkeuzen ......................... herkozen
herkiesber ........................ herkiesbaar
herkomstnaemen .................... herkomstnamen
herschrief ........................ herschrijf
herschrieven ...................... herschrijven
herwertsjaoren .................... een aantal jaren
het ............................... heeft
heufd ............................. hoofd
heufdaende ........................ hoofdeinde
heufdarbeidersregeling ............ hoofdarbeidersregeling
heufdblad ......................... hoofdblad
heufddoek ......................... hoofddoek
heufddoeken ....................... hoofddoeken
heufddoekien ...................... hoofddoekje
heufddoekies ...................... hoofddoekjes
heufden ........................... hoofden
heufdfeguren ...................... hoofdfiguren
heufdfeguur ....................... hoofdfiguur
heufdgedaachte .................... hoofdgedachte
heufdhaor ......................... hoofdhaar
heufdingang ....................... hoofdingang
heufdkamping ...................... hoofdcamping
heufdkertier ...................... hoofdkwartier
heufdkommissaoris ................. hoofdcommissaris
heufdletters ...................... hoofdletters
heufdmeester ...................... hoofdmeester
heufdofvoerkenaal ................. hoofdafvoerkanaal
heufdonderwiezer .................. hoofdonderwijzer
heufdpersoon ...................... hoofdpersoon
heufdpiene ........................ hoofdpijn
heufdplak ......................... hoofdplaats
heufdpoort ........................ hoofdpoort
heufdrebrieken .................... hoofdrubrieken
heufdredakteur .................... hoofdredacteur
heufdschuddende ................... hoofdschuddende
heufdspoonser ..................... hoofdsponsor
heufdspoonserschop ................ hoofdsponsorschap
heufdstad ......................... hoofdstad
heufdsteun ........................ hoofdsteun
heufdstok ......................... hoofdstuk
heufdstokken ...................... hoofdstukken
heufdstraote ...................... hoofdstraat
heufdsystemen ..................... hoofdsystemen
heufdtaeken ....................... hoofdtaken
heufdwaachtgebouw ................. hoofdwachtgebouw
heufdweg .......................... hoofdstraat
heufdzaekelik ..................... hoofdzakelijk
heufdzaeken ....................... hoofdzaken
heufdzeerte ....................... hoofdpijn
heufdzin .......................... hoofdzin
heufdzuster ....................... hoofdzuster
heugen ............................ herinneren
heugenschop ....................... herinnering
heuglik ........................... heuglijk
heuglike .......................... heuglijke
heukelen .......................... moeilijk lopen
heuken ............................ hurken
heur .............................. diens
heur .............................. haar
heur .............................. hen
heur .............................. hoor
heur .............................. hun
heur .............................. zich
heurber ........................... hoorbaar
heurd ............................. gehoord
heurde ............................ behoorde
heurde ............................ hoorde
heurde'k .......................... hoorde ik
heurden ........................... behoorden
heurden ........................... hoorden
heurders .......................... hoorders
heure ............................. hare
heure ............................. hoor
heuren ............................ horen
heurend ........................... horend
heurende .......................... horende
heures ............................ van haar
heurig ............................ gehorig
heurt ............................. hoort
heurzels .......................... haarzelf
heurzels .......................... zichzelf
heuveltien ........................ heuveltje
heuvelties ........................ heuveltjes
heven ............................. geheven
hevetillen ........................ drijftillen
hewwe ............................. hebben we
hi'j .............................. hij
hi'jzels .......................... hijzelf
hiel .............................. heel
hiel-best ......................... uitstekend
hiel-precies ...................... nauwkeurig
hielal ............................ heelal
hiele ............................. gehele
hiele ............................. hele
hiele-grote ....................... reusachtige
hieleboel ......................... heleboel
hielegeer ......................... helemaal
hielemaol ......................... helemaal
hielemaole ........................ helemaal
hielemaole ........................ volkomen
hielen ............................ hele
hielen ............................ helen
hielendal ......................... helemaal
hielhuuds ......................... heelhuids
hieltied .......................... altijd
hieltied .......................... heel de tijd
hieltied .......................... steeds
hielwat ........................... heelwat
hiem .............................. erf
hiemde ............................ hijgde
hiemen ............................ hijgen
hiemend ........................... hijgend
hiemende .......................... hijgende
hiemkunde ......................... heemkunde
hiemkundeles ...................... heemkundeles
hiemkundemitwarkster .............. heemkundemedewerkster
hiemkundeonderwies ................ heemkundeonderwijs
hiemkunderebriek .................. heemkunderubriek
hiemkundeveld ..................... heemkundeveld
hiempe ............................ brok
hiempen ........................... brokken
hiempien .......................... brokje
hiemt ............................. hijgt
hiepeteek ......................... hypotheek
hiepeteken ........................ hypotheken
hieraachter ....................... hierachter
hieran ............................ hieraan
hierbi'j .......................... hierbij
hierdeur .......................... hierdoor
hiere ............................. hiero
hierhenne ......................... hierheen
hierhenne ......................... hiernaartoe
hiermit ........................... hiermee
hiernao ........................... hierna
hiernaomaols ...................... hiernamaals
hiernaost ......................... hiernaast
hieruut ........................... hieruit
hierveur .......................... hiervoor
hierzo ............................ alhier
hiet .............................. heet
hiete ............................. heet
hieten ............................ geheten
hieten ............................ heten
hieter ............................ heter
hietheufden ....................... heethoofden
hietste ........................... heetst
hietste ........................... heetste
hiette ............................ heette
hietten ........................... heetten
hikkeltien ........................ hikje
hilde ............................. stalzolder
him ............................... hem
him ............................... zich
himpien ........................... ?
himpien ........................... stukje
himzels ........................... hemzelf
himzels ........................... zichzelf
hinderlaoge ....................... hinderlaag
hinderlike ........................ hinderlijke
hinderpaol ........................ hinderpaal
hingst ............................ hengst
hingstevool ....................... hengstveulen
hippen ............................ huppen
hippentrippe ...................... meisje (iel)
hippentrippe ...................... vrouw (klein van stuk)
hippertien ........................ hippertje
historikus ........................ historicus
hobbeltien ........................ hobbeltje
hobbyboekies ...................... hobbyboekjes
hoe'k ............................. hoe ik
hoe'n ............................. hoe zo'n één
hoe'n ............................. wat voor een
hoedaonighied ..................... hoedanigheid
hoefd ............................. gehoeven
hoefiezers ........................ hoefijzers
hoefnaegel ........................ hoefnagel
hoefnaegels ....................... hoefnagels
hoej' ............................. hoe je
hoej' ............................. hoef je
hoej'm ............................ hoe jullie
hoeke ............................. hoek
hoekien ........................... hoekje
hoekies ........................... hoekjes
hoekstien ......................... hoeksteen
hoelange .......................... hoelang
hoenderschofferd .................. buizerd
hoenderschofferd .................. kiekendief
hoepen ............................ hoepels
hoeslaekentien .................... hoeslakentje
hoestbujje ........................ hoestbui
hoetelen .......................... berispen
hoetien ........................... hoedje
hoevaeke .......................... hoevaak
hoeve ............................. hoef
hoeveelhied ....................... hoeveelheid
hoeveer ........................... hoever
hoevere ........................... hoever
hoeveul ........................... hoeveel
hoeveule .......................... hoeveel
hoeveulhied ....................... hoeveelheid
hoevule ........................... hoeveel
hofholing ......................... hofhouding
hofschinker ....................... hofschenker
hoftovener ........................ hoftovenaar
hofveurraod ....................... hofvoorraad
hofveurraoden ..................... hofvoorraden
hoge .............................. hoog
hoge-legen ........................ hooggelegen
hogerhaand ........................ hogerhand
hogeveen .......................... hoogeveen
hohoolder ......................... rem
hoj ............................... gegroet
hoj ............................... hallo (begroeting)
hokke ............................. hoe zulke
hokke ............................. hok
hokkeboel ......................... hokkenboel
hokken ............................ samenwonen
hokkien ........................... hokje
hokkies ........................... hokjes
holdert ........................... schaft
hole .............................. houd
holen ............................. houden
holing ............................ houding
holings ........................... houdingen
hollaand .......................... holland
hollaander ........................ hollander
hollaanders ....................... hollanders
hollaans .......................... hollands
hollaanse ......................... hollandse
hollaanstaelig .................... nederlandstalig
hollaanstaelige ................... nederlandstalige
hollegien ......................... holletje
holterbarg ........................ holterberg
homepagetekst ..................... homepagetext
homofobie ......................... mensenschuwheid
honderddattig ..................... honderddertig
honderdduzend ..................... honderdduizend
honderdduzenden ................... honderdduizenden
honderdenzoveul ................... honderdenzoveel
honderdjaorig ..................... honderdjarig
honderdjaorigen ................... honderdjarigen
honderdkeer ....................... honderdmaal
honderdtiene ...................... honderdtien
honderdtwaelf ..................... honderdtwaalf
honderdtwieje ..................... honderdtwee
honderdtwintigduzend .............. honderdtwintigduizend
honderdvierenveertigduzend ........ honderdvierenveertigduizend
honderdvooldig .................... honderdvoudig
honderdvuuftig .................... honderdvijftig
honderdvuvenzeuventig ............. honderdvijfenzeventig
honderdzeuvenendattig ............. honderdzevenendertig
honderdzeuvenentwintig ............ honderdzevenentwintig
honderdzeuvenenveertig ............ honderdzevenenveertig
honderdzeuventienjaorige .......... honderdzeventienjarige
hondervieftig ..................... hondervijftig
hong .............................. hing
hongen ............................ gehangen
hongen ............................ hingen
hongerkiend ....................... hongerkind
honnekennel ....................... hondenkennel
honnekeutels ...................... hondenkeutels
honnen ............................ honden
honneneuzen ....................... hondenneus
honneponne ........................ honnepon
hontien ........................... hondje
hoogachte ......................... hooggeachte
hoogbejaord ....................... hoogbejaard
hoogdraevend ...................... hoogdravend
hoogevene ......................... hoogeveen
hooghattig ........................ hooghartig
hooghied .......................... hoogheid
hooglerer ......................... hoogleraar
hoogstens ......................... hooguit
hoogti'j .......................... hoogtij
hooguut ........................... hooguit
hoogvene .......................... hoogveen
hoogweerdige ...................... hoogwaardige
hool .............................. houd
hoolt ............................. houdt
hoolt ............................. hout
hooltakster ....................... vlaamse gaai
hooltdoeve ........................ houtduif
hooltdri'jeri'je .................. houtdraaierij
hooltdri'jers ..................... houtdraaiers
hooltdri'jwark .................... houtdraaiwerk
hooltekster ....................... vlaamse gaai
hoolten ........................... houten
hooltgravure ...................... houtgravure
hooltgravures ..................... houtgravures
hooltgrepe ........................ houdgreep
hoolthakker ....................... houthakker
hooltpae .......................... holtpade
hooltskooltekenings ............... houtskooltekeningen
hooltsneden ....................... houtsneden
hooltsni'jwark .................... houtsnijwerk
hooltsniede ....................... houtsnede
hooltsnippe ....................... houtsnip
hooltsoorten ...................... houtsoorten
hooltwal .......................... houtwal
hooltwallegies .................... houtwalletjes
hooltwark ......................... houtwerk
hooltwoolde ....................... holtwolde
hoolvaaste ........................ houvast
hope .............................. hoop
hopelik ........................... hopelijk
hopenlik .......................... hopelijk
hopien ............................ hoopje
hoppe ............................. hop
hoppe ............................. paard
horizontaol ....................... horizontaal
hormonebroezende .................. hormonenbruisende
hoteleigener ...................... hoteleigenaar
hotellegien ....................... hotelletje
hotemetoten ....................... hoge omes
hotsevodse ........................ flodderige
hotsevodsen ....................... stevige meiden
hotsevodserige .................... corpulente
hotten ............................ horten
hotten ............................ rukken
hottende .......................... hortend
hottien ........................... poosje
hotties ........................... hortjes
housemeziek ....................... housemuziek
houwen ............................ slaan
hovelings ......................... hovelingen
how ............................... stop
hozen ............................. kousen
hude .............................. hoed
hude .............................. hoedde
huded ............................. behoedt
huden ............................. beschermen
huden ............................. bewaken
huden ............................. hoeden
huder ............................. bewaker
huften ............................ sloegen
huisien ........................... huisje
huj ............................... hooi
hujbarg ........................... hooiberg
hujbulte .......................... hooibult
hujharken ......................... hooiharken
hujjde ............................ hooide
hujjen ............................ hooien
hujjinge .......................... hooioogst
hujjinge .......................... hooitijd
hujlaand .......................... hooiland
hujmesiene ........................ hooimachine
hujmesienen ....................... hooimachines
hujmiete .......................... hooimijt
hujoppers ......................... hooioppers
hujpakkies ........................ hooipakjes
hujpasse .......................... hooipers
hujrillen ......................... hooiwiersen
hujroeden ......................... hooiroeden
hujsplitte ........................ hooisplits
hujvak ............................ hooivak
hujvakken ......................... hooivakken
hujvakkien ........................ hooivakje
hujvörke .......................... hooivork
hujwaegen ......................... hooiwagen
hujzaod ........................... hooizaad
hujzoolder ........................ hooizolder
huken ............................. hurken
hul ............................... hield
huld .............................. gehuld
hullen ............................ gehouden
hullen ............................ hielden
hulp .............................. hielp
hulpe ............................. hulp
hulpen ............................ geholpen
hulpen ............................ hielpen
hulpien ........................... hulpje
hulpmiddels ....................... hulpmiddelen
hulpveerdige ...................... hulpvaardige
hulpveerdigens .................... hulpvaardigheid
hulpverliener ..................... hulpverlener
huls .............................. hulst
hulstpolle ........................ hulststruik
hulten ............................ kuilen
hulterig .......................... oneffen
hulzepollen ....................... hulstpollen
hummeltien ........................ hummeltje
hunen ............................. honen
hunnig ............................ honing
hunning ........................... honing
hure .............................. huur
huselik ........................... huiselijk
huselike .......................... huiselijke
husien ............................ huisje
husien ............................ wc
husies ............................ huisjes
husiesdeure ....................... wc-deur
husiespepier ...................... wc-papier
husiestonne ....................... wc-ton
husiestonnen ...................... wc-tonnen
hussemussien ...................... allegaartje
huterde ........................... rilde
huteren ........................... rillen
huterig ........................... rillerig
huterige .......................... kille
hutert ............................ rilt
hutsjeflut ........................ onnozel vrouwspersoon
hutsjeflutten ..................... eigenaardige vrouwen
hutte ............................. hut
huttien ........................... hutje
huttien en muttien ................ hebben en houden
huud .............................. huid
huudskleur ........................ huidskleur
huudvol ........................... huidvol
huudwark .......................... fysiek werk
huurd ............................. gehuurd
huus .............................. huis
huusanhuus ........................ huisaanhuis
huusanhuusblaeden ................. huisaanhuisbladen
huusarts .......................... huisarts
huusde ............................ huisde
huusdier .......................... huisdier
huusdokter ........................ huisdokter
huusgenoten ....................... huisgenoten
huusgezin ......................... huisgezin
huusholen ......................... huishouden
huusholing ........................ huishouding
huusholings ....................... huishoudingen
huushooldbeurs .................... huishoudbeurs
huushooldboek ..................... huishoudboek
huushooldelik ..................... huishoudelijk
huushooldelike .................... huishoudelijke
huushoolding ...................... huishouding
huushooldster ..................... huishoudster
huushoolster ...................... huishoudster
huusien ........................... huisje
huusien ........................... toilet
huusien ........................... wc
huuskaemer ........................ huiskamer
huuskaemerbi'jienkomsten .......... huiskamerbijeenkomsten
huusknecht ........................ huisknecht
huusliker ......................... knusser
huusman ........................... huisman
huusmuske ......................... huismus
huusnommer ........................ huisnummer
huusraod .......................... huisraad
huust ............................. huist
huusvesting ....................... huisvesting
huusvestingskosten ................ huisvestingskosten
huusvlijt ......................... huisvlijt
huusvrouw ......................... huisvrouw
huuswark .......................... huiswerk
huuszukings ....................... huiszoekingen
huuszwelver ....................... huiszwaluw
huveren ........................... huiveren
huverig ........................... huiverig
huvers ............................ huiveringen
huwbere ........................... huwbare
huwelik ........................... huwelijk
huweliken ......................... huwelijken
huweliksreize ..................... huwelijksreis
huzaorenstaolties ................. huzarenstaaltjes
huze .............................. huize
huzebouw .......................... huizenbouw
huzen ............................. huizen
hypermedern ....................... hypermodern
ideaol ............................ ideaal
ideaolen .......................... idealen
idenen ............................ ideeën
identiteitsverstarkend ............ identiteitsversterkend
identiteitsverstarking ............ identiteitsversterking
idiotepraot ....................... gekkenpraat
ie ................................ je
ie ................................ jij
ie-zels ........................... jijzelf
iedel ............................. ijdel
iederien .......................... elkeen
iederiene ......................... allen
iederiene ......................... eenieder
iederiene ......................... iedereen
iederkeer ......................... telkens
iegypte ........................... egypte
iegypteners ....................... egyptenaren
iegyptische ....................... egyptische
ieje .............................. jij
iek ............................... eik
iekeblaeden ....................... eikenbladen
iekebomen ......................... eiken
ieken ............................. eiken
iekenbomen ........................ eikenbomen
iekenhakhoolt ..................... eikenhakhout
iekenhoolt ........................ eikenhout
iekenhoolten ...................... eikenhouten
iekenlaene ........................ eikenlaan
iekmulder ......................... meikever
iekmulders ........................ meikevers
iel ............................... ijl
ielegale .......................... illegale
ielegalen ......................... illegalen
ielegaliteit ...................... illegaliteit
ielestiek ......................... elastiek
ien ............................... een
iendrachtig ....................... eendrachtig
iendudig .......................... eenduidig
iene .............................. een
iene .............................. ene
iene .............................. iemand
iene .............................. één
iene-zien ......................... iemands
ienen ............................. enen
ienendattig ....................... eenendertig
ienentachtig ...................... eenentachtig
ienentwintig ...................... eenentwintig
iengaonderige ..................... individualistiese
iengaonderighied .................. individualisering
ienheden .......................... eenheden
ienhied ........................... eenheid
ienhiedswost ...................... eenheidsworst
ienig ............................. enig
ienige ............................ enige
ienigste .......................... enige
ienigszins ........................ enigszins
ienkeer ........................... eenkeer
ienkeer ........................... eenmaal
ienkennig ......................... eenkennig
ienling ........................... éénling
ienmaol ........................... eenmaal
ienmaolig ......................... eenmalig
ienrichtingsverkeer ............... eenrichtingsverkeer
iens .............................. eens
iensen ............................ eens
iensen niet ....................... zelfs niet
iensgezind ........................ eensgezind
ienstemmig ........................ eenstemmig
ientien ........................... eentje
ientonig .......................... eentonig
ientonige ......................... eentonige
ienvoldig ......................... simpel
ienvoldige ........................ eenvoudige
ienvoold .......................... eenvoud
ienvooldig ........................ eenvoudig
ienvooldige ....................... eenvoudige
ienzelvige ........................ eenzelvige
ienzem ............................ eenzaam
ienzeme ........................... eenzame
ienzemhied ........................ eenzaamheid
ienziedig ......................... éénzijdig
ierlaand .......................... ierland
ies ............................... ijs
iesbaene .......................... ijsbaan
iesbarg ........................... ijsberg
iesbeer ........................... ijsbeer
iesbloemen ........................ ijsbloemen
ieselmeer ......................... ijselmeer
iesgang ........................... ijsgang
iesklompen ........................ ijsklompen
iesklontien ....................... ijsklontje
iesklub ........................... ijsclub
ieskoold .......................... ijskoud
ieskoolde ......................... ijskoude
iesrevue .......................... ijsrevue
iesschotsen ....................... ijsschotsen
iesselakademie .................... ijselacademie
iestied ........................... ijstijd
iesvinke .......................... ijsgors
iesvoegel ......................... ijsvogel
ietsien ........................... ietsje
ieuw .............................. eeuw
ieuwelingen ....................... eeuwelingen
ieuwen ............................ eeuwen
ieuwigdurend ...................... eeuwigdurend
iever ............................. ijver
ieverer ........................... ijveraar
ieverige .......................... ijverige
iewen ............................. eeuwen
iewenlaank ........................ eeuwenlang
iewenlank ......................... eeuwenlang
iewig ............................. eeuwig
iewig ............................. immer
iewige ............................ eeuwige
iewige ............................ voortdurende
iewighied ......................... eeuwigheid
iezer ............................. ijzer
iezerdraod ........................ ijzerdraad
iezeren ........................... ijzeren
iezererts ......................... ijzererts
iezergieteri'jen .................. ijzergieterijen
iezers ............................ ijzers
iezerstark ........................ ijzersterk
iezerwark ......................... ijzerwerk
iezerzaegien ...................... ijzerzaagje
iezig ............................. ijzig
iislik ............................ ijselijk
ikfeguur .......................... ik-figuur
ikfeguur .......................... ikfiguur
ikke .............................. ik
ikkezels .......................... ikzelf
ikoon ............................. icoon
ikzels ............................ ikzelf
illegaole ......................... illegale
illestiek ......................... elastiek
illestraosie ...................... illustratie
illestraosies ..................... illustraties
illestreerd ....................... geïllustreerd
illestreerden ..................... illustreerden
imperial .......................... imperiaal
importeerd ........................ geïmporteerd
improvisaosies .................... improvisaties
in 't zolt bebeten ................ geroutineerd
in de kiekerd ..................... in het oog
in de smiezen ..................... in de gaten
in de tieze ....................... door de war
in'e .............................. in de
in't .............................. in het
inachtinge ........................ inachting
inaodemen ......................... inademen
inbelen ........................... inbeelden
inbeslagnaeme ..................... inbeslagname
inbeuren .......................... incasseren
inbienen .......................... inbinden
inbouwd ........................... ingebouwd
inbouwde .......................... ingebouwde
inbranen .......................... losbarsten
inbraok ........................... inbraak
inbraoke .......................... inbraak
inbrenge .......................... inbreng
inbreuken ......................... ingebroken
inbrocht .......................... ingebracht
inbunnen .......................... ingebonden
inburgeringskursus ................ inburgeringscursus
indaenken ......................... indenken
inderdaod ......................... inderdaad
indertied ......................... indertijd
indianeboekies .................... indianenboekjes
indianetael ....................... indianentaal
indield ........................... ingedeeld
indieling ......................... indeling
indiend ........................... ingediend
indirekt .......................... indirect
indreven .......................... ingedreven
indri'jen ......................... indraaien
indrok ............................ indruk
indrokken ......................... indrukken
indrokt ........................... ingedrukt
indrokwekkend ..................... indrukwekkend
indrokwekkende .................... indrukwekkende
indrupt ........................... ingedruppeld
induken ........................... induiken
indweild .......................... ingedweild
inent ............................. ingeënt
infermaant ........................ informant
infermaosie ....................... informatie
infermaosiemark ................... informatiemarkt
infermaosiemark ................... informatiemerk
infermaosieveurziening ............ informatievoorziening
infermeerd ........................ geïnformeerd
infermeerde ....................... informeerde
infermeert ........................ geïnformeerd
infermere ......................... informeer
infermeren ........................ informeren
infermerende ...................... informatieve
infermetieve ...................... informatieve
influusteren ...................... influisteren
infobod ........................... infobord
infostokken ....................... infostukken
ingaank ........................... ingang
ingaon ............................ binnengegaan
ingaon ............................ ingaan
ingaot ............................ ingaat
ingel ............................. engel
ingelanen ......................... ingelanden
ingelenvaort ...................... engelenvaart
ingels ............................ engels
ingelse ........................... engelse
ingelsen .......................... engelsen
ingewanen ......................... ingewanden
ingong ............................ binnenging
ingong ............................ inging
ingooid ........................... ingegooid
ingooide .......................... ingegooide
ingredinten ....................... ingrediënten
ingreven .......................... ingraven
ingriep ........................... ingrijp
ingriepen ......................... ingrijpen
inhaeld ........................... ingehaald
inhaelen .......................... inhalen
inhaelig .......................... inhalig
inhaemerd ......................... ingehamerd
inholen ........................... beheersen
inhoold ........................... inhoud
inhooldelike ...................... inhoudelijke
inhooldsopgifte ................... inhoudsopgave
inhoolt ........................... inhoud
inienen ........................... ineens
inienend .......................... ineens
inienend .......................... plotseling
iniens ............................ plotseling
inkeld ............................ enkel
inkelde ........................... enkele
inkelden .......................... enkelen
inkeldvooldige .................... enkelvoudige
inkele ............................ enkele
inkeling .......................... enkeling
inkelvoold ........................ enkelvoud
inkelvooldig ...................... enkelvoudig
inkieken .......................... inkijken
inkieken .......................... inzien
inkocht ........................... ingekocht
inkognito ......................... incognito
inkomme ........................... inkom
inkommen .......................... inkomen
inkot ............................. binnenkort
inkotten .......................... binnenkort
inkrompen ......................... ingekrompen
inkwammen ......................... inkwamen
inkzwatte ......................... inktzwarte
inlat ............................. inlaat
inleup ............................ inliep
inleverd .......................... ingeleverd
inliener .......................... inlener
inlienkrachten .................... inleenkrachten
inlieste .......................... inlijst
inmaekpot ......................... inlegpot
inmaekt ........................... ingemaakt
inmaektonne ....................... inmaakton
inmekeer .......................... ineen
inmekeer .......................... inelkaar
inmetseld ......................... ingemetseld
innemt ............................ inneemt
innerlik .......................... innerlijk
innerlike ......................... innerlijke
inneumen .......................... ingenomen
innovaosie ........................ innovatie
inpakt ............................ ingepakt
inpakte ........................... ingepakte
inpland ........................... ingepland
inprent ........................... ingeprent
inreden ........................... ingereden
inrepelen ......................... intrappen (slootwal)
inricht ........................... ingericht
inridt ............................ inrijdt
inrieden .......................... inrijden
inroegeld ......................... ingerold
inscand ........................... ingescand
inschaekeld ....................... ingeschakeld
inscharrele ....................... inscharrel
inschat ........................... ingeschat
inscheinen ........................ influisteren
inscheut .......................... inschoot
inscheuten ........................ ingeschoten
inschonken ........................ ingeschonken
inschrieven ....................... inschrijven
inschunen ......................... influisteren
inschöt ........................... inschiet
insleug ........................... insloeg
insleugen ......................... ingeslagen
insloepen ......................... insluipen
insneden .......................... ingesneden
insnoeven ......................... insnuiven
inspand ........................... ingespannen
inspannings ....................... inspanningen
inspekteren ....................... inspecteren
inspekteur ........................ inspecteur
inspektie ......................... inspectie
inspeuld .......................... ingespeeld
inspeulen ......................... inspelen
inspiraosie ....................... inspiratie
inspireerd ........................ geïnspireerd
inspraoke ......................... inspraak
inspreuken ........................ ingesproken
instaansie ........................ instantie
instaansies ....................... instanties
installaosieburo .................. installatieburo
instampt .......................... ingestampt
instaon ........................... instaan
instelaosie ....................... installatie
insteld ........................... ingesteld
instellings ....................... instellingen
instemd ........................... ingestemd
insterment ........................ instrument
instermenten ...................... instrumenten
instermentenverdelging ............ instrumentenverdelging
insteuven ......................... ingestoven
instoeken ......................... influisteren
instruktieboekien ................. instruktieboekje
instuken .......................... influisteren
instuurd .......................... ingestuurd
intakt ............................ intact
integen ........................... in tegen
integen ........................... tegemoet
integendiel ....................... integendeel
integraole ........................ integrale
integraosie ....................... integratie
intekend .......................... ingetekend
intellektuele ..................... intellectuele
interessaant ...................... interessant
interessaante ..................... interesante
interesseerd ...................... geïnteresseerd
interesseerden .................... geïnteresseerden
intergemientelike ................. intergemeentelijke
interieurarchitekt ................ interieurarchitect
interkarkelik ..................... interkerkelijk
internaot ......................... internaat
internationaol .................... internationaal
internationaole ................... internationale
internationaoler .................. internationaler
internetgebruker .................. internetgebruiker
interpretaosie .................... interpretatie
interpretaosies ................... interpretaties
interpreteerd ..................... geïnterpreteerd
interviewd ........................ geïnterviewd
intied ............................ intijds
intoleraansie ..................... intolerantie
intoleraobel ...................... intolerabel
intrapt ........................... ingetrapt
introduktie ....................... introductie
introkken ......................... ingetrokken
invaosie .......................... invasie
inventaoris ....................... inventaris
investerings ...................... investeringen
invleugen ......................... ingevlogen
invlocht .......................... binnenvlucht
invlocht .......................... invlucht
invoegd ........................... ingevoegd
invoerd ........................... ingevoerd
invoeringsgemienten ............... invoeringsgemeenten
invuld ............................ ingevuld
invulde ........................... ingevulde
inwaeteren ........................ inwateren
inwarken .......................... inwerken
inwarkt ........................... ingewerkt
inwijd ............................ ingewijd
inwijded .......................... ingewijd
inwisselber ....................... inwisselbaar
inwrift ........................... inwrijft
inzaeke ........................... inzake
inzaemeling ....................... inzameling
inzakte ........................... ingezakte
inzatten .......................... inzaten
inzendings ........................ inzendingen
inzendtermien ..................... inzendtermijn
inzet ............................. ingezet
inzien ............................ ingezien
inzoegen .......................... inzuigen
inzunnen .......................... ingezonden
irritaant ......................... irritant
is't .............................. is het
isoleerd .......................... geïsoleerd
isoleerde ......................... geïsoleerde
jacht ............................. gejaagd
jacht ............................. jaagt
jachtbommewarper .................. jachtbommenwerper
jachtlieten ....................... jachtliederen
jachtwaeter ....................... luizenmiddel
jacobsschulpen .................... jakobsschelpen
jaeg .............................. jaag
jaegd ............................. gejaagd
jaegde ............................ jaagde
jaegde ............................ joeg
jaegden ........................... jaagden
jaege ............................. jaag
jaegen ............................ jagen
jaeger ............................ jager
jaegerhoetien ..................... jagershoedje
jaegers ........................... jagers
jagt .............................. jaagt
jakken ............................ jassen
jakkepoester ...................... braniemaker
jakkepoester ...................... opschepper
jakkepoester ...................... pocher
jakkies ........................... jakkes
jammeren .......................... huilen
jammerende ........................ huilende
jammerlike ........................ jammerlijke
jangat ............................ thuiszitter
jangat ............................ veelvrager
jankeri'je ........................ jankerij
jankertien ........................ huilebalk
jannewaori ........................ januari
jaor .............................. jaar
jaorboeken ........................ jaarboeken
jaorciefers ....................... jaarcijfers
jaordaegen ........................ jaardagen
jaordaegen ........................ verjaardagen
jaordag ........................... verjaardag
jaordagfeest ...................... verjaardagsfeest
jaordagkelinder ................... verjaardagkalender
jaordagsfesien .................... verjaardagsfeestje
jaordagsvesite .................... verjaardagsvisite
jaordagvierders ................... verjaardagvierders
jaoren ............................ jaren
jaorenlaank ....................... jarenlang
jaorenlange ....................... jarenlang
jaorgaank ......................... jaargang
jaorgang .......................... jaargang
jaorgetiede ....................... jaargetijde
jaorgetieden ...................... jaargetijden
jaorgetiedenronte ................. jaargetijdenrondgang
jaorig ............................ jarig
jaorige ........................... jarige
jaorigen .......................... jarigen
jaorliks .......................... jaarlijks
jaorlikse ......................... jaarlijkse
jaormennig ........................ enkele jaren
jaorrekening ...................... jaarrekening
jaors ............................. per jaar
jaorskedo ......................... verjaardagskado
jaortal ........................... jaartal
jaortelling ....................... jaartelling
jaorties .......................... jaartjes
jaorvergeerdering ................. jaarvergaardering
jaorverslaegen .................... jaarverslagen
jaorverslag ....................... jaarverslag
jaorwisseling ..................... jaarwisseling
jaowel ............................ jawel
jaowis ............................ jazeker
jardinge .......................... jardinga
jarre ............................. gier
jarrebak .......................... strontbak
jarrebakken ....................... strontbakken
jarrekelder ....................... gierkelder
jarreputte ........................ gierput
jasse ............................. jas
jassebuse ......................... jaszak
jassien ........................... jasje
jat ............................... gejat
jat ............................... gestolen
jatwark ........................... diefstal
jawis ............................. jazeker
je ................................ zeg
jehannesge ........................ sintjohannesga
jek ............................... jack
jeloers ........................... jaloers
jeloersighied ..................... jaloersheid
jeugdbeweginge .................... jeugdbeweging
jeugdharbarge ..................... jeugdherberg
jeugdjaoren ....................... jeugdjaren
jeugdtreenster .................... jeugdtrainster
jeugdwarker ....................... jeugdwerker
jeugdzunde ........................ jeugdzonde
jewielties ........................ juweeltjes
jezels ............................ jezelf
jim ............................... jullie
jim ............................... u
jimzels ........................... jullie zelf
jobeknollen ....................... blauwknollen
jodekaamp ......................... jodenkamp
jodekampen ........................ jodenkampen
joekels ........................... knapen
joelde ............................ juichte
jok ............................... juk
jongde ............................ baarde
jonge ............................. jongen
jongemeid ......................... jonge meid
jongen ............................ jongens
jongerenwark ...................... jongerenwerk
jonges ............................ jongens
jongesjaoren ...................... jeugdjaren
jongesjaoren ...................... jongensjaren
jongeskoor ........................ jongenskoor
jongeskop ......................... jongenskop
jongkerel ......................... jongmens
jongkerels ........................ jongemannen
jongknaop ......................... jongmens
jongknaopen ....................... jonge knapen
jongvent .......................... jongeman
jongvolk .......................... jongelui
jonk .............................. jongedochter
jonk .............................. meisje
jonkersvaort ...................... jonkersvaart
jonkhied .......................... jeugd
jonkien ........................... jongetje
jonkies ........................... jongetjes
joongien .......................... jongetje
joongies .......................... jongetjes
journaol .......................... journaal
jow ............................... jou
jow ............................... jouw
jow ............................... u
jow ............................... uw
jowend ............................ van jou
jowes ............................. uwes
jowzels ........................... uzelf
jubbege ........................... jubbega
jubelzingen ....................... jubelzangen
jubileumjaor ...................... jubileumjaar
jubileumveurstel .................. jubileumvoorstel
juffer ............................ juffrouw
julinommer ........................ julinummer
junimaond ......................... junimaand
juninommer ........................ juninummer
juppen ............................ yuppen
juppie ............................ yuppie
jurkien ........................... jurkje
jurkies ........................... jurkjes
juryrepot ......................... juryrapport
jussies ........................... maar net
just .............................. juist
juust ............................. juist
juuste ............................ juiste
kaamp ............................. kamp
kaampbewoner ...................... kampbewoner
kaampe ............................ kamp
kaampen ........................... kampen
kaampereilaand .................... kampereiland
kaampers .......................... kampers
kaampien .......................... perceeltje
kaampjonge ........................ kampjonge
kaampkommedaant ................... kampcommandant
kaampnommer ....................... kampnummer
kaamprechters ..................... kamprechters
kaampterrein ...................... kampterrein
kaampzieken ....................... kampzieken
kaanfer ........................... kampfer
kaans ............................. kans
kaansen ........................... kansen
kaanshebber ....................... kanshebber
kaanskaorte ....................... kanskaart
kaant ............................. flink
kaant ............................. kant
kaantdeure ........................ zijdeur
kaante ............................ kant
kaantelde ......................... kantelde
kaantelraem ....................... kantelraam
kaanten ........................... kanten
kaantenklaor ...................... kant en klaar
kaantien .......................... kantje
kaantig ........................... hoekig
kaantklosdeusien .................. kantklosdoosje
kaantkloskring .................... kantkloskring
kaantkloswark ..................... kantkloswerk
kaantlijn ......................... kantlijn
kaantmi'jen ....................... kantmaaien
kaanttekenings .................... kanttekeningen
kaapt ............................. gekaapt
kaarmt ............................ kermt
kaarnen ........................... karnen
kaaste ............................ kast
kaastedeure ....................... kastdeur
kaasten ........................... kasten
kabberet .......................... cabaret
kabberetachtige ................... cabaretachtige
kabberetgezelschop ................ cabaretgezelschap
kabberetgroep ..................... cabaretgroep
kacheltien ........................ kacheltje
kadestraole ....................... kadastrale
kaekelende ........................ kakelende
kaeken ............................ kaken
kael .............................. kaal
kaelachtig ........................ kaalachtig
kaele ............................. kale
kaelknipte ........................ kaalgeknipte
kaelkoppighied .................... kaalhoofdigheid
kaelscheerd ....................... kaalgescheerd
kaelvreten ........................ kaalgrazen
kaemer ............................ kamer
kaemerdeure ....................... kamerdeur
kaemerdieners ..................... kamerdienaars
kaemerfrakties .................... kamerfracties
kaemerleden ....................... kamerleden
kaemerlid ......................... kamerlid
kaemerraem ........................ kamerraam
kaemers ........................... kamers
kaemertien ........................ kamertje
kaemerties ........................ kamertjes
kaemerverkiezings ................. kamerverkiezingen
kaeter ............................ kater
kafetaria ......................... cafétaria
kafetariabaos ..................... cafetariabaas
kafetariahoolder .................. cafétariahouder
kafégien .......................... café-tje
kaktus ............................ cactus
kalfien ........................... kalfje
kalfies ........................... kalfjes
kalknaegels ....................... kalknagels
kalkt ............................. gekalkt
kallefateren ...................... kalefateren
kalmeran .......................... kalmeraan
kalmpies .......................... kalmpjes
kalver ............................ kalveren
kalveri'je ........................ kalverij
kalvies ........................... kalfjes
kamera ............................ camera
kamera's .......................... camera's
kamme ............................. kam
kammeflage ........................ camouflage
kammenet .......................... kabinet
kammenetten ....................... kabinetten
kammeraod ......................... kammeraad
kammeraoden ....................... kammeraden
kammeraodschop .................... kammeraadschap
kammeraodske ...................... vriendin
kammeraodskes ..................... vriendinnen
kammeraotien ...................... kameraadje
kamoufleerd ....................... gecamoufleerd
kampeerd .......................... gekampeerd
kampeerplak ....................... kampeerplek
kampeerplakkien ................... kampeerplekje
kamper ............................ camper
kamperen .......................... camperen
kampers ........................... campers
kamping ........................... camping
kampingbaos ....................... campingbaas
kampinggaast ...................... campinggast
kampinggaasten .................... campinggasten
kampinggas ........................ campinggas
kampinggids ....................... campinggids
kampinggrond ...................... campinggrond
kampingkaorte ..................... campingkaart
kampings .......................... campings
kampinkien ........................ campinkje
kampioenschoppen .................. kampioenschappen
kamrad ............................ tandwiel
kamraeder ......................... kamraderen
kamviel ........................... kamrad
kamvielen ......................... kamraderen
kan'k ............................. kan ik
kan't ............................. kan het
kandidaot ......................... kandidaat
kandidaoten ....................... kandidaten
kanne ............................. kan
kannede ........................... cannada
kannedeze ......................... cannadese
kannedezen ........................ cannadezen
kannegien ......................... kannetje
kantoormesienen ................... kantoormachines
kantoorruumte ..................... kantoorruimte
kantoortien ....................... kantoortje
kaom .............................. kam
kaonebelle ........................ bel van elf uur
kaorte ............................ kaart
kaorteaktie ....................... kaartenaktie
kaortekieken ...................... kartkijken
kaorten ........................... kaarten
kaorteprojekt ..................... kaartenproject
kaortien .......................... kaartje
kaorties .......................... kaartjes
kaortklup ......................... kaartclub
kaortlezen ........................ kaartlezen
kaortspeulen ...................... kaartspelen
kaortspul ......................... kaartspel
kapellegien ....................... kapelletje
kapitaol .......................... kapitaal
kapitulaosie ...................... capitulatie
kappe ............................. kap
kappeciteiten ..................... capaciteiten
kappien ........................... kapje
kapriolen ......................... capriolen
kaptaol ........................... kapitaal
kaptaole .......................... kapitale
kaptein ........................... kapitein
karavan ........................... caravan
karavans .......................... caravans
kard .............................. gekard
karfd ............................. gekerfd
karfien ........................... kerfje
kark .............................. kerk
karkbazar ......................... kerkbazar
karkbestuur ....................... kerkbestuur
karkdiensten ...................... kerkdiensten
karke ............................. kerk
karkegebouw ....................... kerkgebouw
karkekaorte ....................... kerkkaart
karkekaorten ...................... kerkkaarten
karkeklokke ....................... kerkklok
karkelik .......................... kerkelijk
karkelike ......................... kerkelijk
karken ............................ kerken
karkepad .......................... kerkenpad
karkepepieren ..................... kerkpapieren
karker ............................ kerker
karkeraem ......................... kerkraam
karkeruumte ....................... kerkruimte
karkestraote ...................... kerkstraat
karketoren ........................ kerktoren
karketorens ....................... kerktorens
karkewark ......................... kerkwerk
karkeweg .......................... kerkweg
karkhof ........................... kerkhof
karkhoffien ....................... kerkhofje
karkhoftoerist .................... kerkhoftoerist
karkhoven ......................... kerkhoven
karkien ........................... kerkje
karkkoor .......................... kerkkoor
karkkoormeziek .................... kerkkoormuziek
karkmeziek ........................ kerkmuziek
karkoele .......................... kerkuil
karks ............................. kerks
karkscheuring ..................... kerkscheuring
karktoren ......................... kerktoren
karktorens ........................ kerktorens
karkvoogd ......................... kerkvoogd
karkvoogden ....................... kerkvoogden
karkvoogdi'j ...................... kerkvoogdij
karmen ............................ kermen
karmis ............................ kermis
karmisganger ...................... kermisganger
karneval .......................... carnaval
karnevalsjaoren ................... carnavalsjaren
karnevalsseizoen .................. carnavalsseizoen
karre ............................. kar
karregien ......................... karretje
karregies ......................... karretjes
karrevaan ......................... karavaan
karrière .......................... carrière
karstverhalen ..................... kerstverhalen
kasino's .......................... casino's
kaskemmissie ...................... kascommissie
kassette .......................... cassette
kassettebaantien .................. cassettebandje
kassien ........................... kastje
kassies ........................... kastjes
kastaovend ........................ kerstavond
kastbomebraanties ................. kerstboombrandjes
kastbomen ......................... kerstbomen
kastboom .......................... kerstboom
kastdaegen ........................ kerstdagen
kastdag ........................... kerstdag
kaste ............................. kast
kasteleinske ...................... kasteleintje (vr.)
kastfeest ......................... kerstfeest
kastkaorten ....................... kerstkaarten
kastlietien ....................... kerstliedje
kastlieties ....................... kerstliedjes
kastlochies ....................... kerstlichtjes
kastmis ........................... kerstmis
kastpakketten ..................... kerstpakketten
kastreerd ......................... gecastreerd
kastreerde ........................ gecastreerde
kastsfeer ......................... kerstsfeer
kasttied .......................... kersttijd
kasttieden ........................ kersttijden
kasttoespraoken ................... kersttoespraken
kastverhaelen ..................... kerstverhalen
kat ............................... poes
katalegus ......................... catalogus
kategorien ........................ categorieën
katliek ........................... katlijk
katlieker ......................... katlijker
katoele ........................... kerkuil
katoele ........................... ransuil
katte ............................. kat
katte ............................. poes
katteachtige ...................... katachtig
kattedraal ........................ kathedraal
kattegejank ....................... kattengejank
kattegesaosie ..................... catechisatie
kattegesaosiewark ................. catechisatiewerk
kattegoold ........................ kattengoud
kattehaor ......................... kattenhaar
kattehaoren ....................... kattenharen
kattekwaod ........................ kattenkwaad
kattelde .......................... gekartelde
kattelicisme ...................... katholicisme
katteliek ......................... katholiek
kattelieke ........................ katholieke
kattelieken ....................... katholieken
kattelieken ....................... kattenlijken
kattelig .......................... kartelig
kattemiege ........................ kattenpis
kattepote ......................... kattenpoot
kattepoten ........................ kattenpoten
kattepulle ........................ katapult
kattestat ......................... kattenstaart
kattestatten ...................... kattenstaarten
kattetonge ........................ kattentong
kattetongen ....................... kattentongen
kattien ........................... katje
katzwiem .......................... katzwijm
kauwgien .......................... kauw
kebaol ............................ kabaal
kebaol ............................ lawaai
keboolter ......................... kabouter
keboolterbos ...................... kabouterbos
keboolters ........................ kabouters
keboolterties ..................... kaboutertjes
kedavers .......................... kadavers
kedde ............................. paardje
kedden ............................ paardjes
kedo .............................. cadeau
kedo .............................. geschenk
kedo's ............................ cadeaus
kedo's ............................ geschenken
kedogien .......................... cadeautje
kedogies .......................... cadeautjes
kedopepier ........................ kadopapier
keef .............................. kijfde
keelklaanken ...................... keelklanken
keer .............................. maal
keerd ............................. gekeerd
keerde ............................ wendde
keermennig ........................ enige keren
keern ............................. kern
keers ............................. per keer
keerse ............................ kaars
keersien .......................... kaarsje
keersies .......................... kaarsjes
keersrecht ........................ kaarsrecht
keertien .......................... keertje
keerze ............................ kaars
keerzehoolder ..................... kandelaar
keerzehoolders .................... kandelaars
keerzen ........................... kaarsen
keerziede ......................... keerzijde
kefe .............................. café
kefe's ............................ café's
kefé .............................. café
kefébaos .......................... cafébaas
kefée ............................. café
kefégien .......................... café-tje
keféhoolders ...................... caféhouder
keihad ............................ keihard
keite ............................. flinke
kejak ............................. cognac
kejakkien ......................... cognacje
kejakkies ......................... cognacjes
kejuutsraem ....................... kajuitsraam
keken ............................. gekeken
kel ............................... koud
kelderraem ........................ kelderraam
kelderruumten ..................... kelderruimten
keliezen .......................... coulissen
kelinder .......................... kalender
kelinderjaoren .................... kalenderjaren
kelinders ......................... kalenders
kelom ............................. kolom
kelommegien ....................... kolommetje
kemedie ........................... komedie
kemeel ............................ kameel
kemelen ........................... kamelen
kemelezaedel ...................... kameelzadel
kemiek ............................ komiek
kemissie .......................... commissie
kemmisie .......................... kommissie
kemmissie ......................... commissie
kemmissies ........................ commissies
kemmodegien ....................... commodetje
kemphaene ......................... kemphaan
kenaol ............................ kanaal
kenber ............................ kenbaar
kend .............................. gekend
keneel ............................ kaneel
kenmark ........................... kenmerk
kenmarken ......................... kenmerken
kenmarkend ........................ kenmerkend
kenmarkende ....................... kenmerkende
kenmarkt .......................... kenmerkt
kenne ............................. ken
kennismaeking ..................... kennismaking
kenonskoegel ...................... kanonskogel
kentekenbewies .................... kentekenbewijs
kepien ............................ keep
kepokbomen ........................ kapokbomen
kepokboom ......................... kapokboom
kepot ............................. kapot
kepotslaon ........................ kapotslaan
kepotte ........................... kapotte
kepottien ......................... condoom
kerakter .......................... karakter
kerakteriseren .................... karakteriseren
kerakteristieke ................... karakteristieke
kerakters ......................... karakters
keramistenmark .................... keramistenmarkt
keramistenmark .................... keramistenmerk
kerdaot ........................... kordaat
kereltien ......................... kereltje
kereltien ......................... mannetje
keren ............................. wenden
kerntaekdiskussie ................. kerntaakdiscussie
kertier ........................... kwartier
kertiertien ....................... kwartiertje
kerton ............................ karton
kertonnen ......................... kartonnen
kerwats ........................... karwats
kerwei ............................ karwei
kerweigien ........................ karweitje
kerweigies ........................ karweitjes
kesien ............................ kaasje
kesjet ............................ korset
kesjettefebriek ................... corsettenfabriek
kestanjebruun ..................... kastanjebruin
kesteel ........................... kasteel
kesteeltien ....................... kasteeltje
kestelen .......................... kastelen
ketier ............................ kwartier
ketoen ............................ katoen
ketoenen .......................... katoenen
ketten ............................ keten
ketten ............................ ketting
ketteneide ........................ kettingeg
kettens ........................... ketenen
kettens ........................... ketens
kettentien ........................ kettingkje
keukendeure ....................... keukendeur
keukenkaemer ...................... keukenkamer
keukenlae ......................... keukenla
keukenraem ........................ keukenraam
keukenraemen ...................... keukenramen
keukenraempien .................... keukenraampje
keukenraempies .................... keukenraampjes
keukenrolle ....................... keukenrol
keukentaofel ...................... keukentafel
keukentien ........................ keukentje
keukenties ........................ keukentjes
keunegin .......................... koningin
keuning ........................... koning
keuningginnedag ................... koninginnedag
keuningin ......................... koningin
keuninginne ....................... koningin
keuninginnedag .................... koninginnedag
keunings .......................... koningen
keuningschop ...................... koningschap
keuningsdiep ...................... koningsdiep
keuningshuus ...................... koningshuis
keuningsmaol ...................... koningsmaal
keuningspoort ..................... koningspoort
keuninklik ........................ koninklijk
keuninklike ....................... koninklijke
keuninkriek ....................... koninkrijk
keuninkrieken ..................... koninkrijken
keunsien .......................... kunstje
keunsies .......................... kunstjes
keunst ............................ art
keunst ............................ kunst
keunstakedemie .................... kunstacademie
keunsten .......................... kunsten
keunstener ........................ artiest
keunstener ........................ kunstenaar
keunstener ........................ kunstmaker
keunsteneresse .................... kunstenaresse
keunsteners ....................... artiesten
keunstenerskefe's ................. artiestencafe's
keunstgeschiedenis ................ kunstgeschiedenis
keunstgrepen ...................... kunstgrepen
keunsthaandeler ................... kunsthandelaar
keunstig .......................... kunstig
keunstige ......................... kunstige
keunstkastboom .................... kunstkerstboom
keunstmaotig ...................... kunstmatig
keunstmaotige ..................... kunstmatige
keunstmest ........................ kunstmest
keunstni'jverhied ................. kunstnijverheid
keunstschilder .................... kunstschilder
keunststof ........................ kunststof
keunstwarken ...................... kunstwerken
keunstzinnige ..................... kunstzinnige
keuper ............................ koper
keuperen .......................... koperen
keuperspul ........................ kopergoed
keurings .......................... keuringen
keurslief ......................... keurslijf
keus .............................. koos
keutelhemmelen .................... klussen
keuterboerken ..................... keuterboeren
keuterboertien .................... keuterboertje
keuvel ............................ babbel
keuveld ........................... gebabbeld
keuvelen .......................... babbelen
keuzen ............................ gekozen
keuzen ............................ kozen
keven ............................. gekijfden
keven ............................. kijfden
kevot ............................. envelop
kevotten .......................... enveloppen
kevottien ......................... envelopje
keze .............................. kaas
kezekeurder ....................... kaaskeurder
kezerne ........................... kazerne
kezerneachtig ..................... kazerneachtig
kezerneterrein .................... kazerneterrein
kezien ............................ kozijn
kezienegien ....................... kozijntje
kezienties ........................ kozijntjes
kiebig ............................ ijverig
kief .............................. kijf
kieft ............................. kijft
kiek .............................. kijk
kiek .............................. zie
kieke ............................. kijk
kieken ............................ kijken
kieken ............................ zien
kieker ............................ kijker
kiekerd ........................... kijkerd
kiekien ........................... kijkje
kiekkaaste ........................ kijkkast
kiekkarst ......................... kijkkarst
kiekroute ......................... kijkroute
kiekzael .......................... kijkzaal
kiele ............................. kiel
kiend ............................. kind
kiender ........................... kinderen
kienderachtig ..................... kinderachtig
kienderachtige .................... kinderachtige
kienderbescharming ................ kinderbescherming
kienderbi'jslag ................... kinderbijslag
kienderboek ....................... kinderboek
kienderboeken ..................... kinderboeken
kienderkoor ....................... kinderkoor
kienderkoren ...................... kinderkoren
kienderlieties .................... kinderliedjes
kienderlik ........................ kinderlijk
kienderlike ....................... kinderlijke
kienderliks ....................... kinderlijks
kienderloos ....................... kinderloos
kiendermishaandeling .............. kindermishandeling
kiendermusical .................... kindermusical
kienderspullegien ................. kinderspelletje
kienderspullegies ................. kinderspulletjes
kiendertied ....................... kindertijd
kienderties ....................... kindertjes
kienderties ....................... kindjes
kiendertillefoon .................. kindertelefoon
kiendervassien .................... kinderliedje
kiendervassies .................... kinderversjes
kienderverhael .................... kinderverhaal
kienderverkrachting ............... kinderverkrachting
kienderwaegen ..................... kinderwagen
kientien .......................... kindje
kiepe ............................. kip
kiepebosten ....................... kippenborsten
kiepefilet ........................ kipfilet
kiepehokke ........................ kippenhok
kiepen ............................ kippen
kiepepoten ........................ kippenpoten
kieperd ........................... gekieperd
kiepevel .......................... kippenvel
kiepevoer ......................... kippenvoer
kiepien ........................... kipje
kiepig ............................ bijziend
kiept ............................. gekipt
kiere ............................. kier
kieve ............................. kijf
kieven ............................ kijven
kievitseierzuken .................. kievietseierenzoeken
kiewiet ........................... kievit
kieze ............................. kies
kiezelbojem ....................... kiezelbodem
kiezelstien ....................... kiezelsteen
kiezelzaand ....................... kiezelzand
kift .............................. kijft
kikkedril ......................... kikkerdril
kikkerrit ......................... kikkerdril
kikt .............................. kijkt
kilemeter ......................... kilometer
kilemeterbeurt .................... kilometerbeurt
kilemeters ........................ kilometers
kilemeterteller ................... kilometerteller
kilemeterties ..................... kilometertjes
kilsterderi'je .................... gekibbel
kilsteren ......................... kibbelen
kipkarre .......................... kipkar
kissien ........................... kistje
kiste ............................. kist
kistemaeker ....................... kistenmaker
klaachten ......................... klachten
klaampen .......................... klampen
klaank ............................ klank
klaanken .......................... klanken
klaankvariaant .................... klankvariant
klaant ............................ klant
klaantekring ...................... klantenkring
klaanten .......................... klanten
klaantenkring ..................... klantenkring
klabatse .......................... karwats
klabiender ........................ bazige vrouw
kladde ............................ los stuk papier
kladde ............................ papieren zak
kladdegien ........................ papiertje
kladden ........................... kliederen
kladdetroep ....................... papierwinkel
kladpepiertien .................... kladpapiertje
klaeg ............................. klaag
klaegd ............................ geklaagd
klaegde ........................... klaagde
klaegelik ......................... klagelijk
klaegen ........................... klagen
klaegt ............................ klaagt
klaegzang ......................... klaaglied
klaegzang ......................... klaagzang
klaegzangen ....................... klaagzangen
klaegzangers ...................... klaagzangers
klaeteren ......................... klateren
klaeterende ....................... klaterende
klaeterjaeger ..................... populier
klaeterjaegers .................... populieren
klaetert .......................... klatert
klaor ............................. bereid
klaor ............................. bereidt
klaor ............................. gereed
klaor ............................. klaar
klaor ............................. voltooid
klaore ............................ klare
klaorebaore ....................... louter
klaorhied ......................... klaarheid
klaorkommen ....................... klaarkomen
klaorkomt ......................... klaarkomt
klaorlochte ....................... klaarlichte
klaormaeke ........................ klaarmaak
klaormaeken ....................... gereedmaken
klaormaeken ....................... klaarmaken
klaormaekt ........................ bereid
klaormaekt ........................ klaargemaakt
klaormaekte ....................... klaarmaakte
klaorstaon ........................ klaarstaan
klaorston ......................... klaarstond
klaorwakker ....................... klaarwakker
klaorzet .......................... klaargezet
klaorzetten ....................... klaarzetten
klaos ............................. klaas
klaover ........................... klaver
klaoverjassen ..................... klaverjassen
klaphekkien ....................... klaphekje
klappere .......................... klapper
klapraem .......................... klapraam
klaproze .......................... klaproos
klarre ............................ formulier
klarre ............................ kladje
klasselekaal ...................... klaslokaal
klassepesjenten ................... klassepatiënten
klauterperti'j .................... klauterpartij
klauwen ........................... krabben
klauwhaemer ....................... klauwhamer
klaxon ............................ claxon
klaxonerende ...................... claxonerende
klebiender ........................ bazige vrouw
kleded ............................ kleedt
kledingstokken .................... kledingstukken
kleerkaaste ....................... klerenkast
kleermaekerszit ................... kleermakerszit
kleermaekerzit .................... kleermakerszit
kleilaoge ......................... kleilaag
klein schelmpien .................. pink
kleinder .......................... kleiner
kleindere ......................... kleinere
kleinjonge ........................ kleinzoon
kleinjongen ....................... kinderen
kleinjongen ....................... kleine jongetjes
kleinjongen ....................... kleinkinderen
kleinkiend ........................ kleinkind
kleinkiender ...................... kindskinderen
kleinkiender ...................... kleinkinderen
kleinties ......................... kleintjes
kleinzeune ........................ kleinzoon
kleinzeunen ....................... kleinzonen
kleppe ............................ klep
kleppien .......................... klepje
klereboel ......................... klerezooi
klerekaaste ....................... kleerkast
kleren ............................ gewaden
kleren ............................ kleding
klerewinkel ....................... kledingwinkel
kletspraoties ..................... kletspraatjes
kleufd ............................ gekloofd
kleurde ........................... gekleurde
kleurefoto ........................ kleurenfoto
kleurefoto's ...................... kleurenfoto's
kleureomslag ...................... kleurenomslag
kleurriek ......................... kleurrijk
kleurrieke ........................ kleurrijke
kleurtien ......................... kleurtje
kleuterklasse ..................... kleuterklas
kleuterschoele .................... kleuterschool
kleuterties ....................... kleutertjes
klied ............................. gewaad
klied ............................. kleed
klieded ........................... bekleed
klieded ........................... gekleed
klieden ........................... kleden
kliedkaemer ....................... kleedkamer
kliedkaemers ...................... kleedkamers
kliedruumte ....................... kleedruimte
kliekien .......................... kliekje
kliekies .......................... kliekjes
kliems ............................ plakkerig
kliere ............................ klier
klietien .......................... kleedje
klimaot ........................... klimaat
klimaotsveraandering .............. klimaatverandering
klimme ............................ klim
klimmegies ........................ klimmetjes
klinke ............................ klink
klinkerdiekien .................... klinkerweggetje
klinte ............................ krot
klitsen ........................... sletten
klofferd .......................... dikkerd
kloft ............................. massa
kloft ............................. schare
klofte ............................ groep
kloften ........................... menigten
klokhuus .......................... klokhuis
klokke ............................ klok
klokkeluden ....................... klokkenluiden
klokkeluderi'je ................... klokkenluiderij
klokkestoel ....................... klokkenstoel
klokkestoelen ..................... klokkenstoelen
klokkien .......................... klokje
klokkleppinge ..................... klokgeklepel
klommen ........................... geklommen
klompe ............................ klomp
klompemaeker ...................... klompenmaker
klompien .......................... klompje
klompies .......................... klompjes
klongelen ......................... klungelen
klongelkonten ..................... hangjongeren
klongels .......................... klungels
klonie ............................ kolonie
klonken ........................... geklonken
kloof ............................. kliefde
kloons ............................ clowns
klopsignaolen ..................... klopsignalen
kloris ............................ sufferd
klosse ............................ klos
klossien .......................... klosje
klub .............................. club
klubhuus .......................... clubhuis
klumeren .......................... kleumen
klumerig .......................... kleumerig
klunderen ......................... aanrommelen
klup .............................. club
kluppien .......................... klubje
kluppies .......................... klubjes
klussien .......................... klusje
klussies .......................... klusjes
klussiesman ....................... klusjesman
klusterd .......................... geclusterd
klute ............................. kluit
kluten ............................ klonten
kluten ............................ kluiten
klutien ........................... kluitje
kluums ............................ kouwelijk
kluus ............................. kluis
kluve ............................. kluif
knakwossien ....................... knakworstje
knakwost .......................... knakworst
knald ............................. geknald
knalderi'je ....................... geknal
knalpiepe ......................... knalpijp
knalpiepe ......................... uitlaat
knaop ............................. knaap
knaopen ........................... knapen
knarpen ........................... zeuren
knarpende ......................... snerpende
knarpt ............................ knerpt
knarpte ........................... snerpte
knassende ......................... knarsende
knechien .......................... knechtje
knecht ............................ dienaar
knecht ............................ geknecht
knechten .......................... dienaren
knepen ............................ geknepen
kneup ............................. knoop
kneupe ............................ knoop
kneupen ........................... knopen
kneupt ............................ knoopt
kneupte ........................... knoopte
kneuterkonten ..................... draaikonten
kni'je ............................ knie
kni'jen ........................... knieën
kni'jgien ......................... knietje
kni'jkousen ....................... kniekousen
kni'jlappen ....................... knielappen
knibbel ........................... knie
knibbels .......................... knieën
knichen ........................... kuchen
knieft ............................ zakmes
knielbaank ........................ knielbank
knien ............................. konijn
kniene ............................ konijn
knienebargen ...................... konijnenbergen
knieneblaeden ..................... konijnenbladeren
knienehol ......................... konijnenhol
knienen ........................... konijnen
knienetaanties .................... konijnentandjes
knientien ......................... konijntje
kniep ............................. knijp
kniepbrillegien ................... knijpbrilletje
kniepe ............................ knijp
kniepen ........................... knijpen
kniepoge .......................... knipoog
kniepogien ........................ knipoogje
kniepoogt ......................... knipoogt
kniept ............................ knijpt
kniezebikker ...................... zwarte stern
knikkerd .......................... knikker
knipoge ........................... knipoog
knipogien ......................... knipoogje
knipogies ......................... knipoogjes
knippe ............................ beurs
knipt ............................. knijpt
knoedeltien ....................... knoedeltje
knoeiwark ......................... knoeiwerk
knoerhad .......................... knoerhard
knoffelen ......................... vallen
knoffelhaanties ................... knuffelhandjes
knoffeliger ....................... stijfachtiger
knollegies ........................ knolletjes
knolleplokken ..................... knollenplukken
knolleveld ........................ knollenveld
knope ............................. knoop
knopebusse ........................ knopenbus
knopien ........................... knoopje
knopies ........................... knoopjes
knoppe ............................ knop
knoppien .......................... knopje
knoppies .......................... knopjes
knullegien ........................ knulletje
knutselboekies .................... knutselboekjes
kochel ............................ kuch
kochelen .......................... kuchen
kochelig .......................... kuchelend
kochelt ........................... kuchelt
kocht ............................. gekocht
kochte ............................ kocht
koebatte .......................... grupbrug
koebelle .......................... koebel
koebloempien ...................... madeliefje
koebont ........................... roodbont
koechies .......................... koetjes
koedrieven ........................ koeiendrijven
koedulen .......................... lisdodde
koefoons .......................... koeienverzekeringsfonds
koegang ........................... koeiengang
koegang ........................... stalpad
koegangen ......................... koeiengangen
koegel ............................ kogel
koegelflesse ...................... kogel(ronde) fles
koegelgatten ...................... kogelgaten
koegels ........................... kogels
koegels ........................... kwaad
koegeltien ........................ kogeltje
koegelties ........................ kogeltjes
koegeltiesblauw ................... indigoblauw
koegelwonden ...................... kogelwonden
koegien ........................... koetje
koegier ........................... koe-uier
koegies ........................... koetjes
koehaffel ......................... koeienbek
koehelster ........................ koehalster
koehoorn .......................... koeienhoorn
koehoornestafette ................. koeienhoornestafette
koehuud ........................... koeienhuid
koejonge .......................... koeienknecht
koekalf ........................... kalf van een koe (v)
koeke ............................. koek
koekebakken ....................... koekenbakken
koekeloeren ....................... gluren
koekepanne ........................ koekenpan
koekettens ........................ koekettingen
koekien ........................... koekje
koekies ........................... koekjes
koekiestrommel .................... koekjestrommel
koelanen .......................... koeienlanden
koelbult .......................... kuilbult
koele ............................. kuil
koelere ........................... koeler
koelinstallaosie .................. koelinstallatie
koelkaaste ........................ koelkast
koelwaeter ........................ koelwater
koeme ............................. kom
koemegien ......................... kommetje
koemegies ......................... kommetjes
koemen ............................ kommen
koenen ............................ koeien
koepeerd .......................... gecoupeerd
koepiepe .......................... koepijp
koeplet ........................... couplet
koepletten ........................ coupletten
koeraempien ....................... koestalraampje
koeraempies ....................... koeraampjes
koersweensten ..................... koerswinsten
koetouw ........................... koeientouw
koetse ............................ koets
koeveuze .......................... couveuze
koevleis .......................... rundvlees
koeze ............................. kies
koezedokter ....................... tandarts
koezen ............................ kiezen
koezepiene ........................ kiespijn
koffieapperaot .................... koffieapperaat
koffiebekertien ................... koffiebekertje
koffiedronken ..................... koffie gedronken
koffiehusien ...................... koffiehuisje
koffiekoncert ..................... koffieconcert
koffietaofel ...................... koffietafel
koffietied ........................ koffietijd
koffievesite ...................... koffievisite
koggelderi'je ..................... gekuch
koggelig .......................... hoesterig
koj' .............................. kom je
koj' .............................. kon je
koj'm ............................. komen jullie
koj'm ............................. konden jullie
koke .............................. kook
kokerrokkien ...................... kokerrokje
kokertien ......................... kokertje
kokesneute ........................ cocosnoot
kokoseulie ........................ kokosolie
kokosplaantemael .................. kokosplantenmeel
kolehokke ......................... kolenhok
kolekit ........................... kolenkit
koleschoppen ...................... kolenschoppen
kolgaanze ......................... kolgans
kollega ........................... collega
kollega's ......................... collega's
kollegakollumnist ................. collegacollumnist
kollegaschriever .................. collegaschrijver
kollege ........................... college
kollegebaanken .................... collegebanken
kollektebusse ..................... collectebus
kollekties ........................ collecties
kollektieve ....................... collectieve
kollektievorming .................. collectievorming
kollumnist ........................ columnist
kollums ........................... collumns
kollums ........................... columns
kolumn ............................ column
kolumns ........................... columns
kombinaosie ....................... combinatie
kombinaosie ....................... kombinatie
kombinaosiemeugelikheden .......... combinatiemogelijkheden
kombinaosies ...................... combinaties
kombineerd ........................ gecombineerd
kombineren ........................ combineren
komitee ........................... commité
kommando's ........................ commando's
komme ............................. kom
kommedaant ........................ commandant
kommedaanten ...................... commandanten
kommediaanten ..................... kommedianten
kommen ............................ gekomen
kommen ............................ komen
kommend ........................... komend
kommende .......................... komende
kommenist ......................... communist
kommenist ......................... komunist
kommeniste ........................ communiste
kommentaor ........................ kommentaar
kommenwegen ....................... aanstaande
kommetaor ......................... commentaar
kommetaoren ....................... commentaren
kommetaoters ...................... commentators
kommeteerde ....................... gecommitteerde
kommitee .......................... commité
kommunikaosiemiddel ............... communicatiemiddel
komof ............................. komaf
komp .............................. komt
kompejon .......................... compagnon
kompejonsvaort .................... compagnonsvaart
kompelment ........................ kompliment
kompelmenten ...................... komplimenten
kompenist ......................... componist
kompenisten ....................... componisten
kompenseren ....................... compenseren
kompjoeter ........................ computer
kompjoetertael .................... computertaal
kompleet .......................... compleet
kompleks .......................... complex
komplekse ......................... complexe
komplementen ...................... complimenten
komplete .......................... complete
komplexen ......................... complexen
komponenteliem .................... componentenlijm
komputer .......................... computer
komputerbedrief ................... computerbedrijf
komputerbedrieven ................. computerbedrijven
komputerkerel ..................... computerman
komputerpergramme ................. computerprogramma
komputers ......................... computers
komputertien ...................... computertje
komputerverdriet .................. computerverdriet
komputervertaelpergramme .......... computervertaalprogramma
komt .............................. aanbreekt
koncentraosie ..................... concentratie
koncentraosieburo ................. concentratieburo
koncentraosiekaamp ................ concentratiekamp
koncentraosiekaampen .............. concentratiekampen
koncentraosielist ................. concentratielijst
koncert ........................... concert
koncerten ......................... concerten
koncertgebouw ..................... concertgebouw
kondisie .......................... conditie
kondoom ........................... condoom
kondukteur ........................ conducteur
konfenant ......................... convenant
konfereensie ...................... conferentie
konflikt .......................... conflict
konflikten ........................ conflicten
konfrontaosie ..................... confrontatie
konfronteerd ...................... geconfronteerd
kongres ........................... congres
konifeerties ...................... conifeertjes
koninklike ........................ koninklijke
konkereensie ...................... concurrentie
konkluderen ....................... concluderen
konklusie ......................... conclusie
konklusies ........................ conclusies
konkreet .......................... concreet
konkreter ......................... concreter
konkureensie ...................... concurrentie
konnen ............................ konden
konrektor ......................... conrector
konsekwent ........................ consequent
konselent ......................... consulent
konservator ....................... conservator
konserveren ....................... conserveren
konstaant ......................... constant
konstaante ........................ constante
konstante ......................... constante
konstateerd ....................... geconstateerd
konstateert ....................... constateert
konstateren ....................... constateren
konstatering ...................... constatering
konsternaosie ..................... consternatie
konsternaosieburo ................. konsternatieburo
konstruksie ....................... constructie
konstruktie ....................... constructie
konstrukties ...................... constructies
konsultaosie ...................... consultatie
konsument ......................... consument
konsumptie ........................ consumptie
kontainer ......................... container
kontainers ........................ containers
kontakt ........................... contact
kontaktadres ...................... contactadres
kontakten ......................... contacten
kontaktlaenzen .................... contactlenzen
kontekst .......................... context
kontener .......................... container
konterleerd ....................... gecontroleerd
konterleerde ...................... controleerde
konterleert ....................... gecontroleerd
konterleren ....................... controleren
kontienneuken ..................... kontjeneuken
kontoeren ......................... contouren
kontrakt .......................... contract
kontrakten ........................ contracten
kontraktverbrukers ................ contractverbruikers
kontreinen ........................ omgeving
kontribusie ....................... contributie
kontribusiebetaeling .............. contributiebetaling
kontribusies ...................... contributies
kontribusieverhoging .............. contributieverhoging
kontrole .......................... controle
kontrolebellegies ................. controlebelletjes
kontroleerd ....................... gecontroleerd
kontroleren ....................... controleren
kontroleurs ....................... controleurs
kontroleurtien .................... controleurtje
konventie ......................... conventie
konversaosie ...................... conversatie
kookkeunst ........................ kookkunst
kookkeunsten ...................... kookkunsten
kookplaete ........................ kookplaat
koold ............................. koud
kooldachtig ....................... kil
koolde ............................ kou
koolde ............................ koude
koolder ........................... kouder
koolderig ......................... kouwelijk
kooldweg .......................... onbewogen
koolties .......................... kooltjes
koolzaod .......................... koolzaad
koopluden ......................... kooplieden
koorse ............................ koorts
koorties .......................... kruiwagentjes
koorwarken ........................ koorwerken
kope .............................. koop
koperetieve ....................... coöperatieve
kopieerapperaot ................... copieerapparaat
kopieerde ......................... copieerde
kopien ............................ copieën
kopies ............................ kopieën
koplaampe ......................... koplamp
koplaampen ........................ grote borsten
koplaampen ........................ koplampen
koplaampen ........................ koplampen borsten
koppel ............................ groep
koppeld ........................... gekoppeld
koppels ........................... groepen
koppeltien ........................ groepje
koppelties ........................ koppeltjes
koppien ........................... kopje
koppienbuitelende ................. kopjeduikelende
koppiene .......................... hoofdpijn
koppies ........................... kopjes
kopschuddende ..................... hoofdschuddende
kopspiekerties .................... kopspijkertjes
kopstatbotsings ................... kopstaartbotsingen
kopstokken ........................ kopstukken
koreaoren ......................... korenaren
korenbraand ....................... korenbrand
korengarve ........................ korenschoof
korrekties ........................ correcties
korrektiewark ..................... correctiewerk
korrektor ......................... corrector
korrigeerd ........................ gecorrigeerd
kossien ........................... kostje
kostber ........................... kostbaar
kostbere .......................... kostbare
kostberheden ...................... kostbaarheden
kostberste ........................ kostbaarste
kostelik .......................... kostelijk
kostelike ......................... kostelijke
kosthuus .......................... kosthuis
kostpries ......................... kostprijs
kot ............................... kort
kotbi'j ........................... dichtbij
kothiedshalve ..................... kortheidshalve
kotknipt .......................... kortgeknipt
kotleden .......................... kortgeleden
kotlings .......................... kortelings
kotlopende ........................ kortlopende
kotman ............................ wijsvinger
kotom ............................. kortom
kotomme ........................... kortom
kotsmisselik ...................... kotsmisselijk
kotste ............................ kortste
kotte ............................. korte
kotten ............................ korten
kottere ........................... kortere
kotting ........................... korting
kouse ............................. kous
kousien ........................... kousje
kousies ........................... kousjes
kowwe ............................. kunnen wij
koördinaosie ...................... coördinatie
koördinaosiewarkzemheden .......... coördinatiewerkzaamheden
koördineert ....................... coördineert
kraachten ......................... krachten
kraamp ............................ kramp
kraampen .......................... krampen
kraante ........................... courant
kraante ........................... dagblad
kraante ........................... krant
kraanteartikels ................... krantenartikelen
kraanteberichien .................. krantenberichtje
kraanteknipsel .................... krantenknipsel
kraanteknipsels ................... krantenknipsels
kraantelezen ...................... krantlezen
kraanten .......................... dagbladen
kraanten .......................... kranten
kraantepepier ..................... krantenpapier
kraantestokkien ................... krantenstukje
kraantien ......................... krantje
kraanze ........................... krans
kraanzen .......................... kransen
krabbe ............................ krab
kraege ............................ kraag
kraegroodstat ..................... gekraagde roodstaart
kraek ............................. kraak
kraeken ........................... kraken
kraekerige ........................ krakerige
kraekheldere ...................... kraakheldere
kraekt ............................ kraakt
kraekte ........................... kraakte
kraene ............................ kraan
kraenen ........................... kranen
kraenewaeter ...................... kraanwater
kraenties ......................... kraantjes
kraenvoegel ....................... kraanvogel
krakente .......................... krakeend
kramme ............................ kram
krammegien ........................ krammetje
kramperig ......................... kramp hebbend
kramperige ........................ kramp hebbende
kramsvoegel ....................... kramsvogel
kraombedde ........................ kraambed
kraomen ........................... kramen
kraompien ......................... kraampje
kraompiesmark ..................... kraampjesmarkt
kraomvrouwluden ................... kraamvrouwen
krasseri'je ....................... krasserij
krassies .......................... krasjes
krattien .......................... kratje
kreatie ........................... creatie
kreatief .......................... creatief
kreatieve ......................... creatieve
kreativiteit ...................... creativiteit
krebenterige ...................... krakkemikkige
krebentig ......................... krakkemikkig
krebentige ........................ krakkemikkige
krebintig ......................... krakkemikkig
kree'j ............................ kreeg je
kree'k ............................ kreeg ik
kree'we ........................... kregen we
kreeg ............................. baarde
kreeg ............................. ontving
kreej' ............................ kreeg je
kreej'et .......................... kreeg je het
kreej'm ........................... kregen jullie
kreenk ............................ kring
kreenkien ......................... kringetje
kreers ............................ netjes
kreerse ........................... nette
kreerze ........................... nette
krege ............................. kreeg
kregen ............................ gekregen
kregen ............................ verkregen
krek .............................. daarnet
krek .............................. net
krek as ........................... evenals
krek-as ........................... evenals
krekker ........................... cracker
krekkertien ....................... crackertje
krekliek .......................... net zo
krekt ............................. precies
krekte ............................ precieze
kremaosie ......................... crematie
kremaosieplechtighied ............. crematieplechtigheid
krematoria ........................ crematoria
krematorium ....................... crematorium
krematoriums ...................... crematoria
kremeert .......................... gecremeerd
krenkt ............................ gekrenkt
krenties .......................... krentjes
krentiesbri'j ..................... krentjespap
kreperen .......................... creperen
kresaanties ....................... croissantjes
kreup ............................. kroop
kreupen ........................... gekropen
kreupen ........................... kropen
kri'je ............................ kraai
kri'jen ........................... kraaien
kri'jenusten ...................... kraaiennesten
kri'jsende ........................ krijsende
kri'jt ............................ kraait
kribben ........................... ruziemaken
krie'j ............................ krijg je
krie'we ........................... krijgen we
krieg ............................. krijg
kriege ............................ krijg
kriegen ........................... krijgen
kriegen ........................... krijgt
kriegen ........................... verkrijgen
kriegen ........................... verwerven
kriegsgevangenen .................. krijgsgevangenen
kriegsgevangenschop ............... krijgsgevangenschap
kriegshaftig ...................... krijgshaftig
kriegshaftige ..................... krijgshaftige
kriegsheer ........................ krijgsheer
kriegsverrichtings ................ krijgsverrichtingen
kriej' ............................ krijg je
kriej'm ........................... krijgen jullie
kriet ............................. krijt
krietien .......................... krijtje
kriewe ............................ krijgen we
krigt ............................. krijgt
krikente .......................... wintertaling
krikke ............................ wintertaling
krimmeneerkonten .................. zeurpieten
krimmenelen ....................... criminelen
krimmenere ........................ zeuren
krimmeneren ....................... klagen
krimmeneren ....................... zeuren
krimpe ............................ krimp
kring ............................. kreng
kringachtig ....................... als een kreng
kringels .......................... kringen
kringerige ........................ dwarsliggerige
kringlope ......................... kringloop
krisis ............................ crisis
krisisjaoren ...................... crisisjaren
kristelik ......................... christelijk
kristelike ........................ christelijke
kristus ........................... christus
kriteria .......................... criteria
kritici ........................... critici
krits ............................. pip
kritskrats ........................ rambam
krobbe ............................ dreumes
kroegbaos ......................... kroegbaas
kroegien .......................... kroegje
kroem ............................. boers
kroem ............................. krom
kroem ............................. plat
kroem ............................. stellingwarfspraat
kroembeugen ....................... kromgebogen
kroeme ............................ kromme
kroemhouwd ........................ krom geslagen
kroep ............................. kruip
kroepdeur ......................... kruipdoor
kroepe ............................ kruip
kroepen ........................... kruipen
kroepende ......................... kruipende
kroepersgoed ...................... kruipplanten
kroept ............................ kruipt
kroes ............................. kroos
kroete ............................ doorzetter
kroje ............................. kruiwagen
krojen ............................ kruien
krojen ............................ kruiwagens
krokke ............................ kruk
krokken ........................... krukken
krokken ........................... licht sneeuwen
krong ............................. kringelde
krongen ........................... kringelden
krooigien ......................... kruiwagentje
kroondood ......................... erg dood
kroonliest ........................ kroonlijst
kroontien ......................... kroontje
kroontien ......................... lieveheersbeestje
kroonties ......................... lieveheersbeestjes
kroontiespenne .................... kroontjespen
kropt ............................. kruipt
kruden ............................ kruiden
krudenier ......................... kruidenier
krudenierswinkelties .............. kruidenierswinkeltjes
kruderig .......................... fier
kruderig .......................... kruidig
kruderige ......................... kruiderige
krudetroep ........................ kruidentroep
kruke ............................. kruik
kruken ............................ kruiken
krulle ............................ krul
krummelige ........................ kruimelige
krummeltien ....................... kruimeltje
krummelties ....................... kruimeltjes
kruseging ......................... kruisiging
krusien ........................... kruisje
krusigd ........................... gekruisigd
krusigde .......................... kruisigde
krusing ........................... kruising
kruudkoeke ........................ kruidkoek
kruudvat .......................... kruidvat
kruuloorn ......................... kruisbes
kruuloorns ........................ kruisbessen
kruus ............................. kruis
kruusde ........................... kruiste
kruuspunt ......................... kruispunt
kruusraem ......................... kruisraam
kruusridders ...................... kruisridders
kruzen ............................ kruizen
ku'j .............................. kun je
kuierd ............................ gekuierd
kuierde ........................... wandelde
kuierders ......................... wandelaars
kuiere ............................ kuier
kuieren ........................... wandelen
kuierroute ........................ looproute
kuierstok ......................... wandelstok
kuilgrös .......................... kuilgras
kuiteld ........................... tuimelen
kuitelend ......................... tuimelend
kuj' .............................. kun je
kuj'm ............................. kunnen jullie
kuj't ............................. kun je het
kujje ............................. kun je
kulinair .......................... culinair
kulinaire ......................... culinaire
kultureel ......................... cultureel
kulturele ......................... culturele
kultuur ........................... cultuur
kultuurbeleving ................... cultuurbeleving
kultuurgoed ....................... cultuurgoed
kultuurhistorisch ................. cultuurhistorisch
kultuurtael ....................... cultuurtaal
kultuurtoerisme ................... cultuurtoerisme
kun ............................... kunnen
kun ............................... kunt
kund .............................. gekund
kund .............................. kunnen
kunde ............................. bekende
kundighied ........................ kundigheid
kunnen ............................ beheersen
kunnen ............................ kunt
kuper ............................. kuiper
kupers ............................ kuipers
kupien ............................ kuipje
kupies ............................ kuipjes
kuratele .......................... curatele
kursief ........................... cursief
kursist ........................... cursist
kursisten ......................... cursisten
kursus ............................ cursus
kursusaovend ...................... cursusavond
kursusaovens ...................... cursusavonden
kursusgroep ....................... cursusgroep
kursuskosten ...................... cursuskosten
kursusleidersoverleg .............. cursusleidersoverleg
kursusleiding ..................... cursusleiding
kursusleidster .................... cursusleidster
kursussen ......................... cursussen
kursuswark ........................ cursuswerk
kus ............................... zoen
kussen ............................ zoenen
kussentien ........................ kussentje
kuststreke ........................ kuststreek
kuten ............................. kuiten
kuunder ........................... kuinder
kuunder ........................... tjonger
kuunderbrogge ..................... kuinderbrug
kuunderlopen ...................... kuinderlopen
kuunderse ......................... kuinderse
kuunderse ......................... tjongerse
kuunderse doeve ................... dwergmeeuw
kuunderse doeve ................... meeuw
kuunderse doeven .................. meeuwen
kuundersen ........................ kuindersen
kuunderwal ........................ kuinderswal
kuutschieten ...................... kuitschieten
kuutspieren ....................... kuitspieren
kuwwe ............................. kunnen we
kwaans ............................ terloops
kwaanskwies ....................... langs de neus weg
kwaekte ........................... kwaakte
kwaj' ............................. kwam je
kwaj'm ............................ kwamen jullie
kwalifikaosie ..................... kwalificatie
kwalifikaosie ..................... qualificatie
kwammen ........................... kwamen
kwaod ............................. kwaad
kwaod-volk ........................ boosdoeners
kwaodaordig ....................... kwaadaardig
kwaodaordige ...................... kwaadaardige
kwaodaorig ........................ kwaadaardig
kwaodaorighied .................... kwaadaardigheid
kwaodwillig ....................... kwaadwillig
kwaoie ............................ kwade
kwaoien ........................... kwaden
kwaojonge ......................... kwajongen
kwaojongen ........................ kwajongen
kwaojongesachtigs ................. kwajongensachtigs
kwaol ............................. kwaal
kwaolen ........................... kwalen
kwaolik ........................... kwalijk
kwaolike .......................... kwalijke
kwaoliker ......................... kwalijker
kwaoltien ......................... kwaaltje
kwaolties ......................... kwaaltjes
kwaste ............................ kwast
kwat .............................. kwart
kwattel ........................... kwartel
kwattien .......................... kwartje
kwatties .......................... kwartjes
kwawwe ............................ kwamen we
kweekschoele ...................... kweekschool
kweekschoeleopleiding ............. kweekschoolopleiding
kweld ............................. gekweld
kwessie ........................... kwestie
kwetsber .......................... kwetsbaar
kwetst ............................ gekwetst
kwetste ........................... gekwetste
kwiebes ........................... kwiebus
kwient ............................ kwijnt
kwies ............................. ?
kwieskwaans ....................... tussen neus en lippen
kwiet ............................. kwijt
kwietraeken ....................... kwijtraken
kwietraekt ........................ kwijtgeraakt
kwietraekte ....................... kwijtraakte
kwisaovend ........................ quizavond
kwitsen ........................... lijsterbessen
körf .............................. korf
körf .............................. mand
körfbal ........................... korfbal
körfbalklub ....................... korfbalclub
körfballen ........................ korfballen
körfbalveld ....................... korfbalveld
körfbojem ......................... korfbodem
körfienbrummels ................... bramen
körps ............................. korps
körven ............................ korven
köst .............................. kiest
la'k .............................. lag ik
laachen ........................... lachen
laacht ............................ lacht
laaks ............................. laks
laampe ............................ lamp
laampebraander .................... lampbrander
laampebraner ...................... lampbrander
laampebroons ...................... lampenbrons
laampefebriek ..................... lampenfabriek
laampeglaezen ..................... lampglazen
laampeglas ........................ lampglas
laampehael ........................ lamphaal
laampehaele ....................... lamphaal
laampehaoke ....................... lamphaak
laampehaol ........................ lamphaal
laampekappe ....................... lampekap
laampekappe ....................... lampenkap
laampeketoen ...................... lampkatoen
laampeketten ...................... lampketting
laampekouse ....................... lampkous
laampekralen ...................... lampkralen
laampelocht ....................... lamplicht
laampen ........................... lampen
laampeopstikker ................... lantaarnopsteker
laampepere ........................ lamppeer
laampepit ......................... lamppit
laampepitte ....................... lamppit
laampepoetsen ..................... lamppoetsen
laampepoetser ..................... lamppoetser
laamperaand ....................... lamprand
laamperaeger ...................... lampenrager
laamperoet ........................ lamproet
laampestander ..................... lampenstandaard
laampeulie ........................ lampolie
laampewalm ........................ lampwalm
laampewinkel ...................... lampenwinkel
laampeëulie ....................... lampolie
laampien .......................... lampje
laampies .......................... lampjes
laand ............................. land
laandanmaeken ..................... landaanmaken
laandanmaeker ..................... landaanmaker
laandanwinning .................... landaanwinning
laandaodel ........................ landadel
laandarbeider ..................... landarbeider
laandarbeiders .................... landarbeiders
laandbezit ........................ landbezit
laandbouw ......................... landbouw
laandbouwakte ..................... landbouwakte
laandbouwbaank .................... landbouwbank
laandbouwbedrief .................. landbouwbedrijf
laandbouwbeleid ................... landbouwbeleid
laandbouwblad ..................... landbouwblad
laandbouwer ....................... landbouwer
laandbouwgrond .................... landbouwgrond
laandbouwinstituut ................ landbouwinstituut
laandbouwschoele .................. landbouwschool
laandbouwvergif ................... landbouwvergif
laandbouwverieninge ............... landbouwvereniging
laanded ........................... geland
laandeigener ...................... landeigenaar
laandeigeners ..................... landeigenaars
laandelike ........................ landelijke
laanden ........................... landen
laandengte ........................ landengte
laanderi'jen ...................... landerijen
laanderi'jen ...................... weiden
laanderig ......................... sloom
laandet ........................... landt
laandgoed ......................... landgoed
laandhekke ........................ landhek
laandhuzen ........................ landhuizen
laandies .......................... landijs
laanding .......................... landing
laandingsstraand .................. landingsstrand
laandkaorte ....................... landkaart
laandkaorten ...................... landkaarten
laandloper ........................ landloper
laandmienen ....................... landmijnen
laandontginning ................... landontginning
laandraand ........................ landrand
laandrogge ........................ landrug
laandrolle ........................ landrol
laandrotte ........................ landrot
laandrotten ....................... landrotten
laandrovers ....................... landrovers
laandscheidinge ................... landscheiding
laandscheidings ................... landscheidingen
laandschop ........................ landschap
laandschoppen ..................... landschappen
laandverdediging .................. landverdediging
laandverhuzeri'je ................. landverhuizerij
laandwaacht ....................... landwacht
laandwaachter ..................... landwachter
laandwaachters .................... landwachters
laandweer ......................... landweer
laandweg .......................... landweg
laandweggien ...................... landweggetje
laandweggies ...................... landweggetjes
laandweren ........................ landweren
laandwien ......................... landwijn
laank ............................. lang
laankdissel ....................... langdissel
laankman .......................... middelvinger
laankman .......................... middenvinger
laankuut .......................... languit
laankvervleugen ................... langvervlogen
laankwielig ....................... langdraderig
laans ............................. lans
laansdouwe ........................ landstreek
laansgreens ....................... landsgrens
laansheer ......................... landsheer
laanterig ......................... landerig
laanterig ......................... moe
laanterig ......................... vermoeid
laantien .......................... landje
labberetorium ..................... laboratorium
labret ............................ gevang
labret ............................ petoet
lachbujje ......................... lachbui
lachdoeve ......................... lachduif
lache ............................. lach
lachen ............................ gelachen
lachertien ........................ lachertje
lachien ........................... lachje
lachies ........................... lachjes
lachstoepen ....................... lachstuipen
lachstoepies ...................... lachstuipjes
ladderig .......................... slapjes
lae ............................... lade
laedbak ........................... laadbak
laedboom .......................... laadboom
laedbrogge ........................ laadbrug
laedde ............................ laadde
laedden ........................... laadden
laede ............................. laad
laede ............................. lade
laedebak .......................... laadbak
laeded ............................ geladen
laedekaaste ....................... ladenkast
laeden ............................ geladen
laeden ............................ laden
laeder ............................ lader
laedet ............................ laadt
laedewaegen ....................... opraapwagen
laeding ........................... lading
laedkleppe ........................ laadklep
laedplak .......................... laadplek
laedruumte ........................ laadruimte
laedstok .......................... laadstok
laegien ........................... laatje
laegies ........................... laatjes
laek .............................. beek
laeken ............................ laken
laekenloden ....................... lakenloden
laekens ........................... lakens
laekentien ........................ lakentje
laekien ........................... beekje
laene ............................. laan
laentien .......................... laantje
laenties .......................... laantjes
laep .............................. flauwtjes
laest ............................. laatst
laestdaegs ........................ jongstleden
laeste ............................ laatste
laeste ni'js ...................... laatste nieuws
laesten ........................... laatsten
laestnuumd ........................ laatstgenoemd
laestnuumden ...................... laatstgenoemden
laetbluuier ....................... laatbloeier
laete ............................. laat
laete ............................. late
laeter ............................ later
laetere ........................... latere
laetertien ........................ latertje
laeven ............................ laven
lafbek ............................ lafaard
lafferd ........................... lafaard
laffighied ........................ lafheid
lafhattig ......................... lafhartig
laggen ............................ lagen
laj' .............................. lag je
laj'm ............................. lagen jullie
laks .............................. traag
lakvarve .......................... lakverf
lamhied ........................... verlamdheid
lammeling ......................... luiaard
lammenaodig ....................... lamlendig
lammeteert ........................ lamenteert
lampiesbrood ...................... koekoeksbrood
lampions .......................... lampionnen
lamslaon .......................... lamslaan
lamstraol ......................... lamlendeling
lamsvleis ......................... lamsvlees
landeweer ......................... landweer
landscheidinge .................... landscheiding
landweer .......................... grensafweer
landwere .......................... landweer
lane .............................. recht
lanelik ........................... landelijk
lanelike .......................... landelijke
lanen ............................. landen
langbien .......................... ooievaar
langboom .......................... dissel
langde ............................ verlangde
langdraoderig ..................... langdraderig
langdraodig ....................... langdradig
lange ............................. lang
langebaene ........................ langebaan
langebaenerieder .................. langebaanrijder
langebaenewedstried ............... langebaanwedstrijd
langedieke ........................ langedijke
langediekemer ..................... langedijkemer
langelaeste ....................... tenslotte
langelest ......................... langelaatst
langeleste ........................ langelaatste
langeofstaansloper ................ langeafstandsloper
langeofstaansreket ................ langeafstandsraket
langeren .......................... verlangen
langes ............................ langs
langesgaon ........................ langsgaan
langeskommen ...................... langsgekomen
langhaorig ........................ langharig
langrekte ......................... langgerekte
langspeulplaete ................... langspeelplaat
langspeulplaeten .................. langspeelplaten
languut ........................... languit
langzem ........................... langzaam
langzeman ......................... langzaamaan
langzemer ......................... langzamer
lanteern .......................... lantaarn
lanteerne ......................... lantaarn
lanteernpaol ...................... lantaarnpaal
lanteerntien ...................... lantaarntje
lanteernties ...................... lantaarntjes
lanteren .......................... lantaren
lao'k ............................. laat ik
lao'n ............................. laten
lao'we ............................ laten wij
laoban ............................ lomperik
laoban ............................ sul
laobig ............................ sullig
laoge ............................. laag
laogen ............................ lagen
laogien ........................... laagje
laoj' ............................. laat je
laoj'm ............................ laten jullie
laoj'ok ........................... laat je ook
laom .............................. lam
laomer ............................ lammeren
laomer ............................ lammetjes
laomerstat ........................ lammetjesstaart
laomervleis ....................... lamsvlees
laot .............................. laat
laote ............................. laat
laoten ............................ gelaten
laoten ............................ laten
laowe ............................. laten we
laowwe ............................ laten we
laplaand .......................... lapland
lappe ............................. lap
lappebak .......................... bed
lappebak .......................... lappenmand
lappeballe ........................ lappenbal
lappedeken ........................ lappendeken
lappekoopman ...................... lappenkoopman
lappekorf ......................... lappenkorf
lappemaand ........................ lappenmand
lappemaande ....................... lappenmand
lapperi'je ........................ lapperij
lappestaele ....................... lappenstaal
lappeverkoper ..................... lappenverkoper
lappien ........................... lapje
lappies ........................... lapjes
lappiesballe ...................... lapjesbal
lappiesdeken ...................... lapjesdeken
lappieskoopman .................... lapjeskoopman
lapt .............................. presteert
last .............................. hinder
lastigvalen ....................... lastiggevallen
lat ............................... laat
lattespieker ...................... latspijker
lattespiekers ..................... latspijkers
lattewark ......................... latwerk
lauwerkraans ...................... lauwerkrans
lazuurstien ....................... lazuursteen
lazzen ............................ lazen
leasekatte ........................ lease-kat
ledder ............................ ladder
leddertien ........................ laddertje
ledeadministraosie ................ ledenadministratie
ledeaktiviteiten .................. ledenactiviteiten
ledekaant ......................... ledikant
leden ............................. geleden
ledenaktiviteiten ................. ledenactiviteiten
lederaod .......................... ledenraad
ledetal ........................... ledental
ledevergedering ................... ledenvergaardering
ledevergeerdering ................. ledenvergaardering
ledewinaktie ...................... ledenwinactie
ledewinakties ..................... ledenwinacties
leefd ............................. geleefd
leeftied .......................... leeftijd
leeftieden ........................ leeftijden
leeftiedgenoten ................... leeftijdgenoten
leeftiedsdiskriminaosie ........... leeftijdsdiscriminatie
leeftiedsgroep .................... leeftijdsgroep
leeftiedsgroepen .................. leeftijdsgroepen
leeftocht ......................... levensmiddelen
leegd ............................. geleegd
leegdronken ....................... leeggedronken
leegliggende ...................... laagliggende
leegmaeken ........................ leegmaken
leegraekt ......................... leeggeraakt
leegredded ........................ leeggemaakt
leegroofd ......................... leeggeroofd
leegscheuven ...................... leeggeschoven
leegschoeven ...................... leegschuiven
leegschrabbed ..................... leeggeschraapt
leegslurpen ....................... leegslorpen
leegsmieten ....................... leegsgooien
leegspanning ...................... laagspanning
leegspi'jen ....................... leegspugen
leegstaand ........................ leegstand
leegstaon ......................... leegstaan
leegstaond ........................ leegstaand
leegste ........................... laagste
leegten ........................... laagten
leegterekord ...................... laagterecord
leegtrokken ....................... leeggetrokken
leegveen .......................... laagveen
leegveengebieden .................. laagveengebieden
leegvene .......................... laagveen
leepvol ........................... lepel vol
leerd ............................. geleerd
leerschoele ....................... leerschool
leertien .......................... leertje
leerzen ........................... laarzen
leerzens .......................... laarzen
leesber ........................... leesbaar
leesbrille ........................ leesbril
leesd ............................. gelezen
leesde ............................ las
leesden ........................... lazen
leeskemmissie ..................... leescommissie
leeskemmissies .................... leescommissies
leeuwekoppen ...................... leeuwenkoppen
leeuwetanen ....................... leeuwentanden
leeuwinne ......................... leeuwin
leewieken ......................... kortwieken
legd .............................. gelegd
lege .............................. laag
lege .............................. lage
legen ............................. gelegen
legendaorische .................... legendarische
leger ............................. lager
leger ............................. strijdmacht
legeranvoerder .................... legeraanvoerder
legeranvoerders ................... legeraanvoerders
legere ............................ lagere
legerkoekies ...................... legerkoekjes
legestaond ........................ leegstaand
legge ............................. leg
leggen ............................ legt
leide ............................. leidsel
leided ............................ geleid
leided ............................ leidt
leidet ............................ leidt
leidingbuize ...................... leidingbuis
leit .............................. ligt
lej' .............................. leg je
lej'm ............................. leggen jullie
lekaal ............................ lokaal
lekalen ........................... lokalen
lekaol ............................ lokaal
lekaole ........................... lokale
lekaolen .......................... lokalen
lekaosies ......................... lokaties
lekelerer ......................... lekenleraar
leken ............................. geleken
leket ............................. loket
lekker ............................ heerlijk
lekkeri'je ........................ lekkage
lekkerni'j ........................ lekkernij
lekkers ........................... lekkernijen
lekstikken ........................ leksteken
lelk .............................. boos
lelk .............................. kwaad
lelkachtig ........................ kwaadachtig
lelke ............................. boze
lelkens ........................... kwaadheid
lelker ............................ kwader
lellekens ......................... kwaadheid
lemsterlaand ...................... lemsterland
lende ............................. linde
lende ............................. onderrug
lendelaand ........................ lindeland
lendepattien ...................... lindepaadje
lendeschölken ..................... lendenschorten
lendevallei ....................... lindevallei
lendewaeter ....................... lindewater
lene .............................. leen
lenigd ............................ gelenigd
lepeltien ......................... lepeltje
lerer ............................. leraar
lereres ........................... lerares
lerers ............................ leraren
lererskaemer ...................... lerarenkamer
les ............................... onderricht
lesaovens ......................... lesavonden
lesboekien ........................ lesboekje
lesgeven .......................... onderricht
lesmateriaol ...................... lesmateriaal
lesse ............................. les
lessend ........................... laatst
lessendaegs ....................... laatst
lessener .......................... lessenaar
lessien ........................... lesje
lest .............................. gelest
lest .............................. leest
lestdaegs ......................... onlangs
leste ............................. laatste
lesten ............................ laatsten
lestend ........................... laatst
letei ............................. latei
lette ............................. let
letterlappe ....................... letterlap
letterlik ......................... letterlijk
letterlike ........................ letterlijke
leu'k ............................. liet ik
leug .............................. loog
leugen ............................ gelogen
leugen ............................ logen
leune ............................. leun
leup .............................. liep
leupen ............................ liepen
leut .............................. liet
leuten ............................ lieten
levendige ......................... levende
levenlaank ........................ levenslang
levensaende ....................... levenseinde
levensaosem ....................... levensadem
levensdaegen ...................... levensdagen
levensgeveerlik ................... levensgevaarlijk
levensgeveerlike .................. levensgevaarlijke
levenskuier ....................... levensloop
levensonderhoold .................. levensonderhoud
levenstiel ........................ levensstijl
levensverhael ..................... levensverhaal
levenswaeter ...................... levenswater
levenswark ........................ levenswerk
levenswille ....................... levenspret
leventien ......................... leventje
leverandoening .................... leveraandoening
leverd ............................ geleverd
levere ............................ lever ((in)leveren)
lewaai ............................ lawaai
leze .............................. lees
lezerspebliek ..................... lezerspubliek
lezings ........................... lezingen
li'j .............................. lauw
li'j' ............................. lig je
li'j'm ............................ liggen jullie
li'jden ........................... leiden
li'jte ............................ luwte
li'k .............................. lig ik
liberaole ......................... liberale
lichamelik ........................ lichaamlijk
lichamelike ....................... lichaamlijke
lichaomelik ....................... lichamelijk
lichem ............................ lichaam
lichems ........................... lichamen
lichemsdiel ....................... lichaamsdeel
lichemstael ....................... lichaamstaal
lichtelik ......................... lichtelijk
lichtkaans ........................ allicht
lichtkaans ........................ waarschijnlijk
lichtpuntien ...................... lichtpuntjes
lidmaotschappen ................... lidmaatschappen
lidmaotschop ...................... lidmaatschap
lidt .............................. lijdt
liede ............................. lijd
lieden ............................ lijden
liederlike ........................ liederlijke
liederlikhied ..................... liederlijkheid
liedt ............................. leidt
lief .............................. lijf
liefhad ........................... liefgehad
liefhebberi'je .................... liefhebberij
liefhet ........................... liefhebben
liefhet ........................... liefheeft
lieflik ........................... lieflijk
liefwaacht ........................ lijfwacht
liegebulen ........................ leugenaars
liegebuul ......................... leugenaar
liegepoede ........................ leugenaar
liegpoede ......................... leugenaar
liek .............................. gedwee
liek .............................. lijk
liek .............................. recht
liekdoorns ........................ likdoornen
lieke ............................. even
lieke ............................. lijk
lieke laank ....................... even lang
liekegoed ......................... evengoed
liekegoed ......................... zowel
liekem ............................ moederziel
liekemin .......................... evenmin
lieken ............................ lijken
liekese ........................... gelijke
liekevule ......................... evenveel
liekewel .......................... evenwel
liekhusien ........................ lijkhuisje
liekien ........................... lijkje
liekkoetse ........................ lijkkoets
liekt ............................. lijkt
liekwaegen ........................ lijkwagen
liekwicht ......................... evenwicht
liem .............................. lijm
liemde ............................ lijmde
liemen ............................ lijmen
liemgrond ......................... leemgrond
liemgronden ....................... leemgronden
liend ............................. geleend
liende ............................ lijn
liende ............................ waslijn
liendeblossem ..................... lindebloesem
liendebomen ....................... lindebomen
liendeboom ........................ lindeboom
lienen ............................ lenen
lieneulie ......................... lijnolie
lienige ........................... lenige
lienmael .......................... lijnmeel
lienvergoeding .................... leenvergoeding
lienvergoedings ................... leenvergoedingen
lienwoorden ....................... leenwoorden
lienzaodmael ...................... lijnzaadmeel
liep .............................. leep
liepe ............................. slim
liepen ............................ lepen
lieper ............................ slimmer
lieperd ........................... slimmerik
lieperds .......................... slimmerikken
liere ............................. lier
liesbreukien ...................... liesbreukje
liesien ........................... lijstje
liesies ........................... lijstjes
liest ............................. lijst
lieste ............................ lijst
liesten ........................... lijsten
liester ........................... lijster
liesterbeien ...................... lijsterbessenbomen
liesttrekkers ..................... lijsttrekkers
liet .............................. vers
lietboek .......................... liedboek
lietien ........................... liedje
lieties ........................... liedjes
lietiesschrievers ................. liedjesschrijvers
lietieszanger ..................... liedjeszanger
lievelingsomke .................... lievelingsoom
lieverd ........................... liefste
liflaffien ........................ liflafje
ligboxe ........................... ligbox
ligge ............................. lig
lijn .............................. streep
likeurtien ........................ likeurtje
likstien .......................... liksteen
likwideerd ........................ geliquideerd
likwideert ........................ liquideert
lilleke ........................... lelijke
lillik ............................ lelijk
lillikerds ........................ lelijkerds
lillikste ......................... lelijkste
limenade .......................... limonade
linkerbien ........................ linkerbeen
linkerhaand ....................... linkerhand
linkerkaant ....................... linkerkant
linkerkni'je ...................... linkerknie
linkeroge ......................... linkeroog
linkien ........................... linkje
linksaachter ...................... linksachter
linksof ........................... linksaf
linnegoed ......................... linnengoed
linnenkaaste ...................... linnenkast
linnenrak ......................... linnenrek
linter ............................ slungel
lintiesregen ...................... lintjesregen
linzesop .......................... linzensoep
lippe ............................. lip
lipperood ......................... lippenrood
lippestift ........................ lippenstift
lissien ........................... lijstje
lissies ........................... lijstjes
list .............................. lijst
liste ............................. lijst
listen ............................ lijsten
listtrekker ....................... lijsttrekker
lit ............................... deksel
literetuur ........................ literatuur
literetuuronderzuuk ............... literatuuronderzoek
litten ............................ deksels
liwwadden ......................... leeuwarden
liwwadder ......................... leeuwarder
lntergemientelike ................. intergemeentelijke
lochien ........................... lichtje
lochies ........................... lichtjes
locht ............................. licht
locht ............................. lucht
lochtbelonnen ..................... luchtballonnen
lochtbundels ...................... lichtbundels
lochte ............................ lichte
lochten ........................... lichten
lochten ........................... luchten
lochteupening ..................... lichtopening
lochtfietse ....................... luchtfiets
lochtfietser ...................... luchtfietser
lochtfoto ......................... luchtfoto
lochtfoto's ....................... luchtfoto's
lochthappen ....................... luchthappen
lochtig ........................... luchtig
lochtigbrune ...................... lichtbruine
lochtige .......................... luchtige
lochtiger ......................... lichter
lochtiger ......................... luchtiger
lochtigpaorse ..................... ligtpaars
lochtinval ........................ lichtinval
lochtkestelen ..................... luchtkastelen
lochtledige ....................... luchtledige
lochtmetrassen .................... luchtmatrassen
lochtofweer ....................... luchtafweer
lochtpuntien ...................... lichtpuntje
lochtpunties ...................... lichtpuntjes
lochtveertmaotschoppi'je .......... luchtvaartmaatschappij
lochtverontreiniging .............. luchtverontreiniging
loegen ............................ stapelen
loek .............................. luik
loeken ............................ luiken
loekerd ........................... slimmerik
loeklam ........................... vermoeid
loerder ........................... gluurder
loerderd .......................... gluurder
loeren ............................ gluren
lofpriezinge ...................... lofprijzing
lofstemme ......................... lofstem
logika ............................ logica
lokaole ........................... lokale
lokke ............................. lok
lokken ............................ lukken
lokkien ........................... lokje
lokt .............................. gelukt
lokt .............................. lukt
lolbroekeri'je .................... lolbroekerij
lollegien ......................... lolletje
lompstarke ........................ lompsterke
longe ............................. long
longerde .......................... hunkerde
longerende ........................ verlangende
longert ........................... hunkert
loodgietersbedrief ................ loodgietersbedrijf
loodgrieze ........................ loodgrijze
loodzwaor ......................... loodzwaar
loodzwaore ........................ loodzware
loonbriefien ...................... loonbriefje
loonstrokien ...................... loonstrookje
loopbaene ......................... loopbaan
looppattien ....................... looppaadje
loos .............................. mis
lope .............................. loop
lopen ............................. gelopen
lopende ........................... lopend
lopien ............................ loopje
lopt .............................. loopt
losbaste .......................... losbarstte
losbraant ......................... losbrandt
losdaon ........................... losgedaan
losdee ............................ losdeed
loskneupten ....................... losknoopten
loskocht .......................... losgekocht
loskommen ......................... loskomen
loskriegen ........................ loskrijgen
loslaoten ......................... losgelaten
loslaoten ......................... loslaten
losmaeken ......................... losmaken
losmaekt .......................... losgemaakt
losmaekt .......................... losmaakt
losmaekte ......................... losgemaakte
losrokt ........................... losgerukt
losscheurd ........................ losgescheurd
losserschop ....................... losserschap
lossies ........................... losjes
losstaonde ........................ vrijstaande
losstaot .......................... losstaat
losstonnen ........................ vrijstonden
lostrokken ........................ losgetrokken
loswiekt .......................... losgeweekt
lotnommers ........................ lotnummers
lotte ............................. kwak
lottien ........................... kwakje
louterd ........................... gelouterd
lu ................................ lieden
lubben ............................ castreren
lucifes ........................... lucifers
lude .............................. luid
lude .............................. luide
luded ............................. geluid
ludede ............................ luidde
luden ............................. lieden
luden ............................. luiden
luden ............................. mensen
luder ............................. luider
ludere ............................ luidere
ludet ............................. geluid
luibuis ........................... luiwammes
luien ............................. luiaards
luihied ........................... luiheid
lukratieve ........................ lucratieve
lulle ............................. lul
lullepiepe ........................ lulpijp
lullezak .......................... lulzak
lurke ............................. veldleeuwerik
lurkien ........................... leeuwerik
lurkien ........................... veldleeuwerik
lusse ............................. lus
lusse ............................. lust
lussen ............................ lusten
lussien ........................... lusje
lustelooshied ..................... lusteloosheid
lustgevulens ...................... lustgevoelens
luud .............................. luid
luudde ............................ luidde
luudden ........................... luidden
luudkeels ......................... luidkeels
luudruchtig ....................... luidruchtig
luudsprekers ...................... luidsprekers
luunjeberd ........................ luinjeberd
luus .............................. luis
luuster ........................... luister
luusterd .......................... geluisterd
luusterde ......................... luisterde
luusterden ........................ luisterden
luusterders ....................... luisteraars
luustere .......................... luister
luusteren ......................... luisteren
luusterend ........................ luisterend
luusterende ....................... luisterende
luusterlieties .................... luisterliedjes
luustert .......................... luistert
luustren .......................... luisteren
luzige ............................ luizige
lödt .............................. luidt
ma'k .............................. mag ik
maagdelik ......................... maagdelijk
maaiem ............................ water
maanden ........................... manden
maank ............................. mank
maans ............................. mans
maanshoge ......................... manshoge
maantel ........................... mantel
maantelbusien ..................... mantelzakje
maantelpakkien .................... mantelpakje
maantien .......................... mandje
maark ............................. merk
maassluus ......................... maassluis
machthebberties ................... machthebbertjes
machtig ........................... mooi
machtigingskaorte ................. machtigingkaart
machtspesisie ..................... machtspositie
maegd ............................. maagd
maegd ............................. meid
maegdelik ......................... maagdelijk
maegdepalm ........................ maagdenpalm
maege ............................. maag
maeger ............................ mager
maegere ........................... magere
maegerties ........................ magertjes
maegien ........................... meisje
maegies ........................... meisjes
maegiesachtigs .................... meisjesachtigs
maegiesnaeme ...................... meisjesnaam
maegiesstemme ..................... meisjesstem
maek .............................. maak
maeke ............................. maak
maeke ............................. make
maeken ............................ herstellen
maeken ............................ maken
maekende .......................... makende
maeker ............................ maker
maeker ............................ schepper
maekeri'je ........................ makerij
maekers ........................... makers
maeksel ........................... maaksel
maeksels .......................... maaksels
maekt ............................. gemaakt
maekt ............................. geschapen
maekt ............................. maakt
maekte ............................ maakte
maekte ............................ schiep
maekten ........................... maakten
mael .............................. meel
maeld ............................. gemaald
maelen ............................ malen
maelhaandel ....................... meelhandel
maelpoede ......................... meelzak
maelsters ......................... maalsters
maelt ............................. maalt
maeltonne ......................... meelvat
maeltonnen ........................ meeltonnen
maendag ........................... maandag
maendagaovend ..................... maandagavond
maendagmiddag ..................... maandagmiddag
maendagmorgen ..................... maandagmorgen
maendags .......................... maandags
maendagsmiddags ................... 's maandagsmiddags
mag ............................... moge
magezienen ........................ magazijnen
maggen ............................ mogen
maild ............................. gemaild
mailings .......................... mailingen
mailtien .......................... mailtje
mailties .......................... mailtjes
maiskolfies ....................... maiskolfjes
maj' .............................. mag je
maj'm ............................. mogen jullie
makkelik .......................... gemakkelijk
makkelik .......................... makkelijk
makkelike ......................... gemakkelijke
makkeliker ........................ gemakkelijker
makkeliker ........................ makkelijker
makkelikst ........................ gemakkelijkst
makkelikste ....................... gemakkelijkste
makkeroni ......................... macaroni
makkien ........................... makje
makkinge .......................... makkinga
makkingester ...................... makkingaster
maksimaol ......................... maximaal
mal ............................... raar
malder ............................ maller
maldere ........................... mallere
malheur ........................... ongemak
malle ............................. mal
maltaepelig ....................... aanhalig
mamme ............................. mamma
mandeline ......................... mandoline
manifestaosie ..................... manifestatie
manipulaosie ...................... manipulatie
manlik ............................ manlijk
manlik ............................ mannelijk
manlike ........................... manlijke
manlike ........................... mannelijke
manluden .......................... mannen
manmachtig ........................ met velen
mannegien ......................... mannetje
mannegies ......................... mannetjes
mannegroep ........................ mannengroep
mannekoor ......................... mannenkoor
mannelike ......................... mannelijke
maodelaand ........................ laag (gelegen) land
maoden ............................ laagland
maodlaand ......................... laagland
maol .............................. keer
maol .............................. maal
maoltied .......................... maaltijd
maoltiedsop ....................... maaltijdsoep
maoltien .......................... maaltje
maond ............................. maand
maondeliks ........................ maandelijks
maondelikse ....................... maandelijkse
maonden ........................... maanden
maondenlaank ...................... maandenlang
maondverbaand ..................... maandverband
maone ............................. maan
maonelaandschop ................... maanlandschap
maontien .......................... maantje
maonties .......................... maantjes
maot .............................. kameraad
maote ............................. maat
maoten ............................ kameraden
maoten ............................ maten
maoties ........................... maatjes
maotige ........................... matige
maotregel ......................... maatregel
maotregels ........................ maatregels
maotriegels ....................... maatregelen
maotriegels ....................... maatregels
maotschappelike ................... maatschappelijke
maotschappi'je .................... maatschappij
maotschappi'jen ................... maatschappijen
maotschoppelik .................... maatschappelijk
maotschoppelike ................... maatschappelijke
maotschoppi'je .................... maatschappij
maotschoppi'jeleer ................ maatschappijleer
mappien ........................... mapje
mappies ........................... mapjes
mar ............................... echter
mar ............................... maar
mark .............................. markt
mark .............................. merk
markaante ......................... markante
markber ........................... merkbaar
marke ............................. merk
markehelsters ..................... markthalsters
marken ............................ merken
markeweg .......................... marktweg
markkefé .......................... marktcafé
markkleding ....................... merkkleding
markkoopman ....................... marktkoopman
marklood .......................... merklood
markloper ......................... vlaamse gaai
markplein ......................... marktplein
markstraote ....................... marktstraat
markt ............................. merkt
markte ............................ merkte
markteken ......................... merkteken
marren ............................ maren
martinikarke ...................... martiniekerk
massaol ........................... massaal
masselig .......................... gelukkig
massere ........................... masseer
massiesee ......................... marechaussee
materiaol ......................... materiaal
materiaolen ....................... materialen
matte ............................. mat
matten ............................ maten
mauwkt ............................ mauwt
mavoschoele ....................... mavoschool
mawwe ............................. mogen we
maximaol .......................... maximaal
maximaole ......................... maximale
mayonaiseemmertien ................ mayonaiseemmertje
medalies .......................... medailles
medallie .......................... medaille
medallies ......................... medailles
medel ............................. model
medelieden ........................ medelijden
medeliedzeme ...................... medelijdzame
medellen .......................... modellen
medemeenske ....................... medemens
medemeensken ...................... medemensen
meden ............................. gemeden
medern ............................ modern
mederne ........................... moderne
mederniseerde ..................... gemoderniseerde
medesien .......................... medicien
medesienekassien .................. medicijnenkastje
medesienen ........................ medicijnen
medicien .......................... medicijn
meditaosie ........................ meditatie
meeg .............................. zeikte
meegereisd ........................ mitreisd
meens ............................. mens
meensdom .......................... mensdom
meensdom .......................... mensheid
meenselik ......................... mensenlijk
meenselike ........................ menselijke
meenseliks ........................ mensenlijks
meenshoge ......................... menshoge
meensien .......................... mensje
meensk ............................ mens
meenskdom ......................... mensdom
meenske ........................... mens
meenske ........................... persoon
meenskefemilie .................... mensenfamilie
meenskehaor ....................... mensenhaar
meenskehat ........................ mensenhart
meenskekennis ..................... mensenkennis
meenskeleven ...................... mensenleven
meenskelevens ..................... mensenlevens
meenskelike ....................... menselijke
meenskemaote ...................... mensenmaat
meensken .......................... mensen
meensken .......................... personen
meenskenmassa ..................... mensenmassa
meenskenmassa's ................... mensenmassa's
meenskenzeune ..................... mensenzoon
meenskeonterende .................. mensonterdende
meenskerechten .................... mensenrechten
meensketael ....................... mensentaal
meenskeweer ....................... goed weer
meenskien ......................... mensje
meenskies ......................... mensjes
meenst ............................ minste
meenste ........................... minste
meenstens ......................... minstens
meerdaegse ........................ meerdaagse
meerjaorige ....................... meerjarige
meerpaol .......................... meerpaal
meerst ............................ meest
meerstal .......................... meestal
meerstal .......................... veelal
meerste ........................... meeste
meersten .......................... meesten
meerstentieds ..................... meestal
meert ............................. maart
meertaelig ........................ meertalig
meertaelige ....................... meertalige
meertaelighied .................... meertaligheid
meertien .......................... meertje
meerties .......................... meertjes
meertmaond ........................ maart (de) maand
meervoold ......................... meervoud
meestentieds ...................... meestal
meesterwark ....................... meesterwerk
meesterwarken ..................... meesterwerken
meetber ........................... meetbaar
meette ............................ mat
megen ............................. gezeken
megen ............................. zeikten
meid .............................. vrijster
meidaegen ......................... meidagen
meidegroep ........................ meidengroep
meie .............................. mei
meiekoncert ....................... meiconcert
meimaond .......................... meimaand
meitied ........................... lente
meitiedsweer ...................... voorjaarsweer
mejoor ............................ majoor
mekaander ......................... elkaar
mekeer ............................ elkaar
mekeerde .......................... mankeerde
mekeert ........................... mankeert
mekere ............................ elkaar
mekerige .......................... ontbreking
mekering .......................... ontbreking
meld .............................. gemeld
melded ............................ gemeld
meleur ............................ pech
melkbusse ......................... melkbus
melke ............................. melk
melkenbri'j ....................... melkpap
melkeri'je ........................ melkerij
melkerstied ....................... melktijd
melkertbaenen ..................... melkertbanen
melkfebriek ....................... melkfabriek
melkkanne ......................... melkkan
melkkoegien ....................... melkkoetje
melkkoenen ........................ melkkoeien
melkrieder ........................ melkrijder
melodienen ........................ melodieën
mem ............................... moeder
mement ............................ moment
mementen .......................... momenten
mementopnaome ..................... momentopname
memmen ............................ borsten
memmen ............................ moeders
memmenkaante ...................... moeders kant
memmetael ......................... moedertaal
menazie ........................... eten
menazieklep ....................... mond
mend .............................. gemend
mendeure .......................... mendeur
meneer ............................ mijnheer
meneuvels ......................... bewegingen (vreemde)
menier ............................ manier
meniere ........................... manier
menieren .......................... manieren
meniste ........................... doopsgezinde
menisten .......................... doopsgezinden
menister .......................... minister
menisterie ........................ ministerie
menisters ......................... ministers
mennig ............................ menig
mennige ........................... zandweg
mennigiene ........................ menigeen
mennigmaol ........................ menigmaal
mennigte .......................... hoeveelheid
mennigte .......................... menigte
menninge .......................... karrespoor
mentaole .......................... mentale
menukaorten ....................... menukaarten
menuten ........................... minuten
menutenlang ....................... minutenlang
menutien .......................... menuutje
menutien .......................... minuutje
menuut ............................ minuut
meraokel .......................... mirakel
meraokels ......................... streken
meraokelse ........................ miraculeus
mere .............................. merrie
merendiel ......................... merendeel
merendiels ........................ merendeels
mesiene ........................... machine
mesienegien ....................... machientje
mesienen .......................... machines
mesine ............................ machine
mesinegien ........................ machientje
mesinen ........................... machines
mesineonderdielen ................. machineonderdelen
mesjeren .......................... marcheren
mesjester ......................... manchester
mesjesteren ....................... manchesteren
messegooier ....................... messengooier
messelae .......................... messenlade
mesthaoke ......................... mesthaak
met ............................... meet
metaol ............................ metaal
metaolachtige ..................... metaalachtige
metaoldetektor .................... metaaldetector
metaoldetektors ................... metaaldetectors
metaolen .......................... metalen
mete .............................. meet
meten ............................. gemeten
meterie ........................... materie
metings ........................... metingen
metras ............................ matras
metrassen ......................... matrassen
metseld ........................... gemetseld
metselwark ........................ metselwerk
metwost ........................... metworst
meu'we ............................ mogen we
meugelik .......................... mogelijk
meugelike ......................... mogelijke
meugelikheden ..................... mogelijkheden
meugelikhied ...................... mogelijkheid
meugen ............................ mag
meugen ............................ mogen
meuglik ........................... mogelijk
meuj' ............................. mag je
meuj'm ............................ mogen jullie
meule ............................. molen
meulehoeve ........................ molenhoeve
meulen ............................ molen
meulespul ......................... molenspel
meulestien ........................ molensteen
mevrouwgien ....................... mevrouwtje
mezels ............................ mezelf
mezels ............................ mijzelf
meziek ............................ muziek
meziekbeeld ....................... muziekbeeld
meziekgroep ....................... muziekgroep
meziekien ......................... muziekje
meziekkarrière .................... muziekcarière
meziekles ......................... muziekles
mezieklessen ...................... muzieklessen
meziekloopbaene ................... muziekloopbaan
meziekmaeken ...................... muziekmaken
meziekmaeker ...................... muziekmaker
meziekmaekers ..................... muziekmakers
meziekofdieling ................... muziekafdeling
meziekschoele ..................... muziekschool
meziektente ....................... muziektent
meziektheater ..................... muziektheater
meziekuutgeveri'je ................ muziekuitgeverij
mi'j .............................. me
mi'j .............................. mij
mi'jd ............................. gemaaid
mi'jen ............................ maaien
mi'jer ............................ maaier
mi'jeri'je ........................ maaierij
mi'jers ........................... maaiers
mi'jmesiene ....................... maaimachiene
mi'jmesienen ...................... maaimachienes
mi'jzels .......................... mijzelf
middaegen ......................... middagen
middageten ........................ middagmaal
middageten ........................ noenmaal
middaggien ........................ middagje
middagmaol ........................ middagmaal
middags ........................... 's middags
middagschoft ...................... 's middags
middagschoft ...................... middagschaft
middagure ......................... middaguur
middelbaor ........................ middelbaar
middelbaore ....................... middelbare
middelber ......................... middelbaar
middelbere ........................ middelbare
middelblad ........................ middenblad
middelieuws ....................... middeleeuws
middelieuwse ...................... middeleeuwse
middeliewen ....................... middeleeuwen
middellaanse ...................... middenlandse
middelmure ........................ middenmuur
middelnederlaans .................. midden-nederlands
middelpad ......................... middenpad
middels ........................... middelen
middelste ......................... middenste
middeltien ........................ middeltje
middelvinger ...................... middenvinger
middendeur ........................ middendoor
middenstaand ...................... middenstand
middenstaander .................... middenstander
middenstaanders ................... middenstanders
middenstok ........................ middenstuk
middernaacht ...................... middernacht
midt .............................. mijdt
mied .............................. mijd
miedde ............................ meed
miedden ........................... meden
miede ............................. mijd
mieden ............................ mijden
miedet ............................ mijdt
miegen ............................ urineren
miegen ............................ zeiken
mieghimmel ........................ mier
mieghummel ........................ plaspop
miemerde .......................... mijmerde
miemeren .......................... mijmeren
miemerende ........................ mijmerende
mien .............................. meen
mien .............................. mijn
miend ............................. gemeend
miende ............................ meende
mienden ........................... meenden
miene ............................. meen
mieneed ........................... meineed
mienen ............................ menen
mienend ........................... menend
mienend ........................... van mij
mienens ........................... menens
mienes ............................ de mijne
miening ........................... mening
mienstaeking ...................... mijnstaking
mienstaekings ..................... mijnstakingen
mient ............................. meent
miente ............................ meent
mientes ........................... mijne
mienwarker ........................ mijnwerker
mier .............................. hekel
miere ............................. muur (plant uit de anjerfamilie)
mierken ........................... zeuren
mierkende ......................... zeurende
mierkerds ......................... zeurders
mierkerig ......................... zeurderig
mierkt ............................ zeurt
mieter ............................ val
mieterd ........................... gemieterd
mieterden ......................... vielen
mietert ........................... valt
mige .............................. zeik
migraosie ......................... migratie
migt .............................. zeikt
mikrefoon ......................... microfoon
mikrefoons ........................ microfonen
mikrefoontien ..................... microfoontje
mikrofoon ......................... microfoon
mikrofoons ........................ microfonen
milieupries ....................... milieuprijs
milieuvrundelike .................. milieuvriendelijke
min ............................... slecht
min ............................... weinig
minaacht .......................... verafschuwt
minaachten ........................ verafschuwen
minaachtend ....................... minachtend
minacht ........................... geminacht
minderhied ........................ minderheid
minderhiedstaelgebieden ........... minderheidstaalgebieden
ming .............................. meng
mingd ............................. gemengd
mingd ............................. vermengd
mingde ............................ mengde
minge ............................. meng
mingel ............................ liter
mingeling ......................... mengeling
mingelmoesien ..................... mengelmoesje
mingen ............................ mengen
mingvoer .......................... mengvoer
minne ............................. slechte
minne ............................. slechte ondeugdzame
minnig ............................ slaperig
minnig ............................ weinig
minste ............................ minimale
minzem ............................ minzaam
mirtestruken ...................... mirtestruiken
misbakseltien ..................... misbakseltje
misbaor ........................... misbaar
misbaor ........................... ongenoegen
misbruuk .......................... misbruik
misbruukt ......................... misbruikt
misdaod ........................... misdaad
misdaoden ......................... misdaden
misdaodig ......................... misdadig
misdaodige ........................ misdadige
misdaodiger ....................... misdadiger
misdaodseries ..................... misdaadseries
misdaon ........................... misdaan
misdreugen ........................ misdragen
misdrieven ........................ misdrijven
misdrok ........................... misdruk
misgaon ........................... misgaan
mishaandeld ....................... mishandeld
mishaandelde ...................... mishandelde
mishaandelen ...................... mishandelen
miskommen ......................... last
miskommunikaosie .................. miscommunicatie
miskraom .......................... miskraam
misleided ......................... misleid
misleided ......................... misleidt
mislokking ........................ mislukking
mislokt ........................... mislukt
mislokte .......................... mislukte
misplaetst ........................ misplaatst
mispuntien ........................ mispuntje
misse ............................. mis
misselik .......................... misselijk
misselike ......................... misselijke
misselikhied ...................... misselijkheid
misselikmaekende .................. misselijkmakende
misstanen ......................... misstanden
misstaon .......................... misstaan
misverstanen ...................... misverstanden
mit ............................... mede
mit ............................... mee
mit ............................... met
mitbetaeld ........................ meebetaald
mitbrengt ......................... meebrengt
mitbrocht ......................... meegebracht
mitbroezen ........................ meedoen
mitbrullen ........................ meebrullen
mitdaon ........................... meegedaan
mitdeden .......................... meededen
mitdee ............................ meedeed
mitdielen ......................... meedelen
mitdieling ........................ meedeling
mitdocht .......................... meegedacht
mitdoen ........................... meedoen
mitdot ............................ meedoet
mitdri'jd ......................... meegedraaid
mitdri'jen ........................ meedraaien
mitdrokken ........................ meedrukken
miteten ........................... medeëten
mitgaon ........................... meegaan
mitgaon ........................... meegegaan
mitgaot ........................... meegaat
mitgeft ........................... meegeeft
mitgenieten ....................... meegenieten
mitgeven .......................... meegegeven
mitgeven .......................... meegeven
mitgezellen ....................... metgezellen
mitglidt .......................... meeglijdt
mithelpen ......................... meehelpen
mithulpen ......................... meegeholpen
mithulpen ......................... meeholpen
mitien ............................ meteen
mitkommen ......................... meegekomen
mitkommen ......................... meekomen
mitkomt ........................... meekomt
mitkreeg .......................... meekreeg
mitkregen ......................... meegekregen
mitkriegen ........................ meekrijgen
mitlachen ......................... meelachen
mitlacht .......................... meegelachen
mitleup ........................... meeliep
mitlevende ........................ meelevende
mitleze ........................... medelees
mitlezen .......................... meelezen
mitlopen .......................... meelopen
mitmaeke .......................... meemaak
mitmaeken ......................... meemaken
mitmaekt .......................... meegemaakt
mitmekaander ...................... met elkaar
mitmekeer ......................... metelkaar
mitmekere ......................... metelkaar
mitmekeren ........................ met elkaar
mitnam ............................ meenam
mitnemen .......................... meebrengen
mitnemen .......................... meenemen
mitneumen ......................... meegenomen
mitnimt ........................... meeneemt
mitpraoten ........................ meepraten
mitreizen ......................... meereizen
mitrekend ......................... meegerekend
mitrieden ......................... meerijden
mitsleept ......................... meegesleept
mitslepen ......................... meeslepen
mitstoeven ........................ mee-snellen
mitstudent ........................ medestudent
mitsturen ......................... meesturen
mitstuurde ........................ meestuurde
mitsutelen ........................ medeventen
mitteld ........................... meegeteld
mittellen ......................... meetellen
mitterdaod ........................ metterdaad
mittertied ........................ mettertijd
mittogen .......................... meeslepen
mittoogd .......................... meegesleept
mittrekken ........................ meetrekken
mittrokken ........................ meetrokken
mitvaalt .......................... meevalt
mitvalen .......................... meevallen
mitvalers ......................... meevallers
mitverhuzen ....................... meeverhuizen
mitvieren ......................... medevieren
mitvoerd .......................... meegevoerd
mitvul ............................ meeviel
mitwarken ......................... meewerken
mitwarker ......................... medewerker
mitwarkers ........................ medewerkers
mitwarking ........................ medewerking
mitwarkster ....................... medewerkster
mitwarksters ...................... medewerksters
mitwarkt .......................... meegewerkt
mitwarkten ........................ meewerkten
mitweert .......................... meezit
mitweugen ......................... meegewogen
mitzeugen ......................... meegezogen
mitzingen ......................... meezingen
mitzit ............................ meezit
mo'k .............................. moet ik
mobieltien ........................ mobieltje
mobilisaosietied .................. mobilisatietijd
moch .............................. mocht
mocht ............................. gemogen
modaol ............................ modaal
modder ............................ slijk
modderkluten ...................... modderklonten
modderpoele ....................... modderpoel
modderprakke ...................... modderbende
moderniseerd ...................... gemoderniseerd
moe'j ............................. moet je
moe'k ............................. moet ik
moe'n ............................. moet
moe'n ............................. moeten
moe'we ............................ moeten we
moederdaggevuul ................... moederdaggevoel
moederlaand ....................... moederland
moederlike ........................ moederlijke
moedermedel ....................... moedermodel
moedertael ........................ moedertaal
moej' ............................. moet je
moej'dan .......................... moet je dan
moej'je ........................... moet je
moej'm ............................ moeten jullie
moej't ............................ moet je het
moeke ............................. moeder
moeke's ........................... moeders
moekes ............................ moeders
moekeschoot ....................... moederschoot
moekeschop ........................ moederschap
moen .............................. moet
moere ............................. moer
moertien .......................... moertje
moes .............................. muis
moesaarm .......................... muisarm
moesien ........................... moesje
moesien ........................... muisje
moesies ........................... muisjes
moesstille ........................ muisstil
moestuun .......................... moestuin
moete ............................. moet
moeten ............................ gemoeten
moewwe ............................ moeten we
moezelochien ...................... muizengeurtje
moezelochien ...................... muizenlichtje
moezen ............................ muizen
mof ............................... handschoen
moffeknechten ..................... moffenknechten
moffeknechten ..................... nsb-ers
moffen ............................ duitsers
moffen ............................ handschoenen
mogge ............................. mug
moggebieten ....................... muggenbeten
moggeeulie ........................ muggenolie
moggen ............................ muggen
moggevangen ....................... muggenvangen
moggies ........................... mugjes
moj' .............................. moest je
moksen in de pots ................. mooi_in_de_kleren
molle ............................. mol
mollebulte ........................ molshoop
mollehond ......................... molshond
mollevangen ....................... mollenvangen
mollevanger ....................... mollenvanger
mollevleis ........................ mollenvlees
mondhoeke ......................... mondhoek
mondveurraod ...................... mondvoorraad
monement .......................... monument
monementaol ....................... monumentaal
monementeliesien .................. monumentenlijstje
monementelieste ................... monumentenlijst
monementen ........................ monumenten
monementezorg ..................... monumentenzorg
mongen ............................ gemongen
monnikenwark ...................... monnikenwerk
monteerd .......................... gemonteerd
montien ........................... mondje
monumentenlieste .................. monumentenlijst
mooi .............................. aantrekkelijk
mooier ............................ fraaier
mooisten .......................... mooist
mooisten .......................... mooist op 'n
moonsternemen ..................... monsternemen
moonsternemer ..................... monsternemer
moordanslag ....................... moordaanslag
moordener ......................... moordenaar
moordfebrieken .................... moordfabrieken
moordwaopen ....................... moordwapen
moordwief ......................... moordwijf
morfinespuitien ................... morfinespuitje
morgen ............................ ochtend
morgenaovend ...................... morgenavond
morgenbroggien .................... ochtendboterham
morgenlocht ....................... morgenlicht
morgenlocht ....................... ochtendgloren
morgenlochten ..................... dageraad
morgenlochten ..................... ochtendschemering
morgens ........................... 's morgens
morgensteern ...................... morgenster
morgensvroeg ...................... 's morgens vroeg
morgenvroeg ....................... morgenochtend
mos ............................... moest
mosie ............................. motie
moskeuning ........................ winterkoning
mosselliem ........................ byssus
mossen ............................ moesten
mosterdhunningsaus ................ mosterdhoningsaus
mot ............................... moet
moter ............................. motor
moterrieden ....................... motorrijden
moterrieders ...................... motorrijders
moters ............................ motoren
motertien ......................... motortje
moterzaeke ........................ motorzaak
motivaosie ........................ motivatie
motte ............................. mot
motten ............................ morsen
motteren .......................... motregenen
motterig .......................... knoeierig
motterige ......................... knoeierige
mottert ........................... motregent
mouwe ............................. mouw
mowwe ............................. moesten we
mozayk ............................ mozaïk
mu ................................ moe
mudde ............................. mud
muddehond ......................... bunzinghond
muddejaegen ....................... bunzingjagen
muddejaeger ....................... bunzingjager
muddeklem ......................... bunzingklem
mudden ............................ bunzings
muddevangers ...................... bunzingvangers
muhied ............................ moeheid
muike ............................. tante
muj' .............................. mag je
mulder ............................ molenaar
mulders ........................... molenaars
mulk .............................. melkte
mulk .............................. molkt
mulken ............................ gemolken
mulken ............................ melkten
mulken ............................ molken
multifunktioneel .................. multifunctioneel
multikulturele .................... multiculturele
munnikeburen ...................... munnekeburen
muntien ........................... muntje
muntienhied ....................... munteenheid
munties ........................... muntjes
munties ........................... pepermuntjes
muntschattien ..................... muntschatje
mure .............................. muur
murg .............................. merg
murk .............................. merkte
murken ............................ gemerkt
murken ............................ merkten
museumlaand ....................... museumland
musicallieties .................... musicalliedjes
muske ............................. heggenmus
musken ............................ mussen
musse ............................. muts
mussen ............................ mutsen
mussien ........................... mutsje
mussies ........................... mutsjes
muttien ........................... mutje
muui .............................. moe
muuiighied ........................ vermoeidheid
muuilik ........................... moeilijk
muuilike .......................... moeilijke
muuiliker ......................... moeilijker
muuilikheden ...................... moeilijkheden
muuilikst ......................... moeilijkst
muuilikste ........................ moeilijkste
muuite ............................ moeite
muuizem ........................... moeizaam
muuizeme .......................... moeizame
muuiïghied ........................ moeheid
muurschilderi'je .................. muurschilderij
muurstienen ....................... muurstenen
muurtien .......................... muurtje
muurties .......................... muurtjes
muurvaaste ........................ muurvast
muzikaant ......................... muzikant
muzikaanten ....................... muziekanten
muzikaanten ....................... muzikanten
muzikaol .......................... muzikaal
muzikaole ......................... muzikale
naachs ............................ 's nachts
naachs ............................ nachts
naacht ............................ nacht
naachtdienst ...................... nachtdienst
naachte ........................... nacht
naachten .......................... nachten
naachthemd ........................ nachthemd
naachtkassien ..................... nachtkastje
naachtkleren ...................... nachtkleding
naachtmerrie ...................... nachtmerrie
naachtmerries ..................... nachtmerries
naachtpon ......................... nachtjapon
naachttuut ........................ nachtzoen
naachtverblief .................... nachtverblijf
naachtzuster ...................... nachtzuster
naalde ............................ naald
naaltien .......................... naaldje
nachien ........................... nachtje
naegeld ........................... genageld
naegelni'je ....................... nagelnieuwe
naegels ........................... nagels
naekend ........................... bloot
naekend ........................... naakt
naekende .......................... nakende
naekendhied ....................... naaktheid
naekte ............................ blote
naekte ............................ naakte
naektloper ........................ naaktloper
naektslakken ...................... naaktslakken
naeme ............................. naam
naemelik .......................... namelijk
naemeloos ......................... naamloos
naemen ............................ namen
naemens ........................... namens
naemeprojekt ...................... naamproject
naemgever ......................... naamgever
naemgeving ........................ naamgeving
naemgevings ....................... naamgevingen
naemkunde ......................... naamkunde
naemkundige ....................... naamkundige
naemkundigen ...................... naamkundigen
naemloze .......................... naamloze
naempien .......................... naampje
naemwoord ......................... naamwoord
naerighied ........................ narigheid
naevel ............................ navel
naeveltruigien .................... naveltruitje
nammen ............................ namen
nao ............................... na
naobeld ........................... nagebeld
naober ............................ buurman
naoberschap ....................... nabuurschap
naobestaonden ..................... nabestaanden
naobi'jhied ....................... nabijheid
naoblieven ........................ nablijven
naobouwd .......................... nagebouwd
naoda'k ........................... nadat ik
naodaenke ......................... nadenk
naodaenken ........................ nadenken
naodat ............................ nadat
naodawwe .......................... nadat we
naodeden .......................... nadeden
naodelig .......................... nadelig
naoder ............................ nader
naoderde .......................... naderde
naoderden ......................... naderen
naodere ........................... nadere
naoderen .......................... naderen
naoderende ........................ naderende
naoderhaand ....................... naderhand
naodert ........................... nadert
naodiel ........................... nadeel
naodiele .......................... nadele
naodielen ......................... nadelen
naodocht .......................... nagedacht
naodot ............................ nadoet
naodrok ........................... nadruk
naodrokkelik ...................... nadrukkelijk
naodrokkeliker .................... nadrukkelijker
naofietsen ........................ nafietsen
naogaon ........................... nagaan
naogedaachtenis ................... nagedachtenis
naogenoeg ......................... nagenoeg
naogerecht ........................ nagerecht
naogeslaacht ...................... nageslacht
naogrös ........................... nagras
naojaegen ......................... najagen
naojaor ........................... najaar
naokeek ........................... nakeek
naokeken .......................... nagekeken
naokieken ......................... nakijken
naokommeling ...................... nakomeling
naokommelingen .................... nakomelingen
naokommen ......................... nakomen
naokompetisie ..................... nakompetitie
naokomt ........................... navolgt
naokwam ........................... nakwam
naolaotenschop .................... nalatenschap
naolopen .......................... nalopen
naomaek ........................... namaak
naomaekt .......................... nagemaakt
naomaekte ......................... nagemaakte
naomiddag ......................... namiddag
naonemend ......................... lichtgeraakt
naooorlogse ....................... naoorlogse
naopluzen ......................... napluizen
naopraot .......................... nagepraat
naor .............................. naar
naormaote ......................... naarmate
naortoe ........................... naartoe
naosie ............................ natie
naosies ........................... naties
naosleep .......................... nasleep
naosleugen ........................ nageslagen
naospeuld ......................... nagespeeld
naospeulen ........................ naspelen
naost ............................. naast
naoste ............................ naaste
naosten ........................... naasten
naostenliefde ..................... naastenliefde
naostlegen ........................ naastgelegen
naostliggende ..................... naastliggende
naostreefd ........................ nagestreefd
naostreven ........................ nastreven
naotied ........................... later
naovertellen ...................... navertellen
naovolging ........................ navolging
naovraog .......................... navraag
naovraoge ......................... navraag
naowark ........................... nawerk
naoweerdigen ...................... naluchten
naoweeën .......................... naweeën
naoweide .......................... naweide
naoweided ......................... nageweid
naoweiden ......................... naweiden
naoweren .......................... naluchten
naowerigd ......................... nagelucht
naowerigen ........................ naluchten
naowiezen ......................... nawijzen
naowinter ......................... nawinter
naowoord .......................... nawoord
naowreven ......................... nagewreven
naowrieven ........................ nawrijven
naowuiven ......................... nawuiven
naozaot ........................... nazaat
naozaoten ......................... nazaten
naozatten ......................... achtervolgden
naozeggen ......................... nazeggen
naozet ............................ nazet
naozeten .......................... nagezeten
naozetten ......................... nazetten
naozien ........................... nakijken
naozien ........................... nazien
naozitten ......................... nazitten
naozocht .......................... nazucht
naozoemer ......................... nazomer
naozoemerdag ...................... nazomerdag
naozoemerweer ..................... nazomerweer
naozommer ......................... nazomer
naozommeraovend ................... nazomeravond
naozommerdag ...................... nazomerdag
naozorg ........................... nazorg
naozuken .......................... nazoeken
naozwaaien ........................ nazwaaien
naozwaarm ......................... nazwerm
naozwaarmen ....................... nazwermen
naozwemmen ........................ nazwemmen
naozweven ......................... nazweven
naozwielen ........................ nazwelen
naozwieren ........................ nazwieren
nappe ............................. bak
nappien ........................... napje
nargens ........................... nergens
narren ............................ sarren
nationaol ......................... nationaal
nationaole ........................ nationale
nattien ........................... natje
nattighied ........................ nattigheid
natuurlik ......................... natuurlijk
natuurlike ........................ natuurlijke
nauw te hikken .................... moeilijk aan te pakken
nauweliks ......................... nauwlijks
naziduutslaand .................... naziduitsland
nederklits ........................ ratsmoerdee
nederlaand ........................ nederland
nederlaander ...................... nederlander
nederlaanders ..................... nederlanders
nederlaans ........................ nederlands
nederlaanse ....................... nederlandse
nederlaanser ...................... nederlandser
nederlaanstaelig .................. nederlandstalig
nederlaanstaelige ................. nederlandstalige
nederlaoge ........................ nederlaag
nederzettings ..................... nederzettingen
neerlandikus ...................... neerlandicus
neffens ........................... volgens
nefien ............................ neefje
nefies ............................ neefjes
negenendattig ..................... negenendertig
negenhonderdvuuftig ............... negenhonderdvijftig
negenstikken ...................... molenspel
negosie ........................... koopwaar
neigd ............................. geneigd
neigings .......................... neigingen
nekke ............................. nek
neme .............................. neem
nemt .............................. neemt
neringdoenden ..................... winkeliers
nerinkien ......................... nerinkje
netaobel .......................... notabel
netaoris .......................... notaris
neteerd ........................... genoteerd
neteerde .......................... noteerde
neteren ........................... noteren
netisie ........................... notitie
netisieboekien .................... notitieboekje
netisies .......................... notities
netties ........................... netjes
netuleboeken ...................... notulenboeken
netulen ........................... notulen
neture ............................ nature
netuur ............................ natuur
netuurbehoold ..................... natuurbehoud
netuurdeskundige .................. natuurdeskundige
netuurgebied ...................... natuurgebied
netuurgetrouw ..................... natuurgetrouw
netuurkenner ...................... natuurkenner
netuurkundig ...................... natuurkundig
netuurlik ......................... natuurlijk
netuurlike ........................ natuurlijke
netuurterrein ..................... natuurterrein
netuurverhaelen ................... natuurverhalen
netwark ........................... netwerk
neudig ............................ nodig
neudigde .......................... nodigde
neudige ........................... nodige
neudigt ........................... nodigt
neuke ............................. neuk
neumen ............................ genomen
neumen ............................ namen
neusgatten ........................ neusgaten
neusien ........................... neusje
neute ............................. noot
neuteboom ......................... notenboom
neutegoorn ........................ notenwal
neutemuskaot ...................... nootmuskaat
neuten ............................ noten
neutepollen ....................... notenstruiken
neuties ........................... nootjes
neutraole ......................... neutrale
neutraoler ........................ neutraler
neuze ............................. neus
neuzering ......................... neusring
neve .............................. neef
ni'j .............................. nieuw
ni'jberkoop ....................... nijeberkoop
ni'jbouw .......................... nieuwbouw
ni'jbouwstorm ..................... nieuwbouwstorm
ni'jbouwwiek ...................... nieuwbouwwijk
ni'jbrogge ........................ nieuwebrug
ni'jdoen .......................... benieuwen
ni'je ............................. nieuwe
ni'je weke ........................ volgende week
ni'jehaske ........................ nijehaske
ni'jehooltwoolde .................. nieuweholtwolde
ni'jehoorn ........................ nijehorne
ni'jelaemer ....................... nijelamer
ni'jelamer ........................ nijelamer
ni'jemaone ........................ nieuwemaan
ni'jen ............................ naaien
ni'jen ............................ nieuwen
ni'jere ........................... nieuwere
ni'jeri'je ........................ naaiwerk
ni'jerwets ........................ nieuwerwets
ni'jeschaans ...................... nieuweschans
ni'jgerei ......................... naaigerei
ni'jgien .......................... nieuwtje
ni'jgies .......................... nieuwtjes
ni'jhooltpae ...................... nijeholtpade
ni'jhooltpaeinger ................. nijeholtpade (inwoner van)
ni'jhooltwoolde ................... nijeholtwolde
ni'jjaor .......................... nieuwjaar
ni'jjaors ......................... nieuwjaars
ni'jjaorsbi'jienkomst ............. nieuwjaarsbijeenkomst
ni'jjaorsconcert .................. nieuwjaarsconcert
ni'jjaorsdag ...................... nieuwjaarsdag
ni'jjaorskaorten .................. nieuwjaarskaarten
ni'jjaorsreceptie ................. nieuwjaarsreceptie
ni'jjaorsrecepties ................ nieuwjaarsrecepties
ni'jjaorsrevue .................... nieuwjaarsrevue
ni'jjaorsvesite ................... nieuwjaarsvisite
ni'jkommer ........................ nieuwkomer
ni'jkommers ....................... nieuwkomers
ni'jlaemer ........................ nijelamer
ni'jmesiene ....................... naaimachine
ni'jmoodse ........................ nieuwerwets
ni'jringen ........................ naairingen
ni'js ............................. actualiteit
ni'js ............................. nieuws
ni'jsbrief ........................ nieuwsbrief
ni'jschilden ...................... naaischilden
ni'jsend .......................... daarnet
ni'jsgierig ....................... nieuwsgierig
ni'jsgierige ...................... nieuwsgierige
ni'jsgieriger ..................... nieuwsgieriger
ni'jsgierighied ................... nieuwsgierigheid
ni'jsgierigste .................... nieuwsgierigste
ni'jsies .......................... kortgeleden
ni'jsschriever .................... journalist
ni'jsschrieveri'je ................ journalistiek
ni'jste ........................... nieuwste
ni'jsters ......................... naaisters
ni'jsveurzieners .................. nieuwsvoorzieners
nichien ........................... nichtje
nichte ............................ nicht
nicolaaskarke ..................... nicolaaskerk
niemendallegien ................... niemendalletje
niet verdund ...................... onverdund
nietglaanzende .................... nietglanzende
nietiesapperaot ................... nietjesapperaat
nietkanaliseerde .................. nietgekanaliseerde
nietstellingwarfstaelige .......... niet-stellingwerfstalige
nietstellingwarvers ............... niet-stellingwervers
nietwaor .......................... nietwaar
nijlgaanze ........................ nijlgans
nijlpeerden ....................... nijlpaarden
niketine .......................... nicotine
nikke ............................. nik
nikken ............................ knikken
niks .............................. niets
nikserig .......................... nietig
niksnut ........................... nietsnut
niksziende ........................ blinde
niksziende ........................ nietsziende
nikte ............................. knikte
nikten ............................ knikten
nimmer ............................ nooit
nippertien ........................ nippertje
nobelpries ........................ nobelprijs
nocht ............................. plezier
nocht ............................. zin
nochter ........................... nuchter
nochtere .......................... nuchtere
nochteren ......................... nuchter
nochteren ......................... nuchteren
noffelik .......................... plezierig
noflik ............................ genoeglijk
noflike ........................... genoeglijke
nokke ............................. nok
nomadebestaon ..................... nomadenleven
nominaosie ........................ nominatie
nomineerden ....................... genomineerden
nommer ............................ nummer
nommerd ........................... genummerd
nommerherkenning .................. nummerherkenning
nommers ........................... nummers
nommertien ........................ nummertje
nommerties ........................ nummertjes
nonnegies ......................... nonnetjes
nonnekoor ......................... nonnenkoor
noodzaeke ......................... noodzaak
noodzaekelik ...................... noodzakelijk
noodzaekelike ..................... noodzakelijke
noordaende ........................ noordeinde
noordafrike ....................... noord-afrika
noordduutse ....................... noordduitse
noordduutslaand ................... noordduitsland
noordelik ......................... noordelijk
noordelike ........................ noordelijke
noordeliker ....................... noordelijker
noorderlaand ...................... noorderland
noorderlocht ...................... noorderlicht
noordhollaand ..................... noordholland
noordkaante ....................... noordkant
noordnederlaand ................... noordnederland
noordoostelik ..................... noordoostelijk
noordoostkaante ................... noordoostkant
noordoostpoolder .................. noordoostpolder
noordraand ........................ noordrand
noordwestelik ..................... noordwestelijk
noordwestoveriessel ............... noordwestoverijsel
noordwestoveriesselders ........... noordwestoverijsels
noordwestoveriesselse ............. noordwestoverijselse
noordwoolde ....................... noordwolde
noordwooldiger .................... noordwolder
norms ............................. normen
nosie ............................. benul
nosie ............................. notie
note .............................. noot
noteleerd ......................... genotuleerd
nottelig .......................... nors
now ............................... nou
now ............................... nu
nowdaegse ......................... huidige
nowdaegse ......................... tegenwoordige
nugen ............................. nodigen
nugen ............................. uitnodigen
nume .............................. noem
numen ............................. noemen
nummerd ........................... genummerd
nummertien ........................ nummertje
nusselden ......................... nestelden
nusselen .......................... nestelen
nusselt ........................... nestelt
nussieszuken ...................... vitten
nussieszuker ...................... nestjeszoeker
nussieszuker ...................... onruststoker
nussieszukers ..................... nestjeszoekers
nust .............................. nest
nusteri'jen ....................... nesterijen
nustkassien ....................... nestkastje
nuugd ............................. uitgenodigd
nuugt ............................. nodigt
nuum .............................. genoemd
nuumd ............................. genoemd
nuumde ............................ genoemde
nuumde ............................ noemde
nuumden ........................... noemden
nuumt ............................. noemt
nuunders .......................... schelpen
nuunderties ....................... schelpjes
nuver ............................. vreemd
nuvere ............................ rare
oarighied ......................... aardigheid
obertien .......................... obertje
objektief ......................... obectief
objektieve ........................ objectieve
observaosie ....................... observatie
odder ............................. gereedheid
odder ............................. orde
odderde ........................... ordelijke
odderen ........................... ordenen
oddering .......................... ordening
odders ............................ orden
oe ................................ o
oe ................................ oei
oefenings ......................... oefeningen
oele .............................. pret
oeleroep .......................... uilroep
oeniaanse ......................... oene zijn
oenisme ........................... aforisme
oergevuul ......................... oergevoel
oerklaank ......................... oerklank
oerklaankmeditaosie ............... oerklankmeditatie
oerlillik ......................... oerlelijk
oeroolde .......................... oeroude
oevergrös ......................... oevergras
of ................................ af
of ................................ tenzij
ofbaokend ......................... afgebakend
ofbeeld ........................... afgebeeld
ofbeelding ........................ afbeelding
ofbeeldings ....................... afbeeldingen
ofbeinseld ........................ afgepeigerd
ofbelinge ......................... afbeelding
ofbeuld ........................... afgebeuld
ofbieldings ....................... afbeeldingen
ofblaozen ......................... afblazen
ofbraand .......................... afgebrand
ofbraande ......................... afgebrande
ofbraoke .......................... afbraak
ofbreken .......................... afbreken
ofbrekeri'je ...................... afbrekerij
ofbreuk ........................... afbreuk
ofbreuken ......................... afgebroken
ofbrocht .......................... afgebracht
ofbuisd ........................... afgeranseld
ofbujjen .......................... wegtrekken (van regen)
ofdaankt .......................... afgedankt
ofdaeld ........................... afgedaald
ofdaele ........................... afdaal
ofdaelen .......................... afdalen
ofdaeling ......................... afdaling
ofdaelings ........................ afdalingen
ofdaelt ........................... afdaalt
ofdak ............................. afdak
ofdakkien ......................... afdakje
ofdaon ............................ afgedaan
ofdee ............................. afdeed
ofdekt ............................ afgedekt
ofdieling ......................... afdeling
ofdielings ........................ afdelingen
ofdoend ........................... afdoend
ofdregen .......................... afdragen
ofdreugde ......................... afdroogde
ofdreugen ......................... afgedragen
ofdri'jen ......................... afdraaien
ofdrok ............................ afdruk
ofdrokkwaliteit ................... afdrukkwaliteit
ofdrokraem ........................ afdrukraam
ofdrokt ........................... afgedrukt
ofdrokte .......................... afdrukte
ofdrokten ......................... afdrukten
ofdwaelde ......................... afgedwaalde
offerd ............................ geofferd
offerlaom ......................... offerlam
offerschaole ...................... offerschaal
offerschaolen ..................... offerschalen
offiekt ........................... afgesneden
offietse .......................... affiets
offloddert ........................ afwast
ofgaon ............................ afgaan
ofgaonde .......................... afgaande
ofgeft ............................ afgeeft
ofgelegen ......................... afgelegen
ofgeunst .......................... afgunst
ofgeunstig ........................ afgunstig
ofgeuten .......................... afgegoten
ofgeven ........................... afgegeven
ofgeven ........................... afgeven
ofgode-offer ...................... afgodenoffer
ofgode-offers ..................... afgodenoffers
ofgodedienst ...................... afgodendienst
ofgoden ........................... afgoden
ofgodsbielden ..................... afgodsbeelden
ofgooien .......................... afgooien
ofgreven .......................... afgraven
ofgrieselike ...................... afgrijselijke
ofgriezen ......................... afgrijzen
ofgrond ........................... afgrond
ofgrond ........................... ravijn
ofgronden ......................... ravijnen
ofhaandelen ....................... afhandelen
ofhaandig ......................... afhandig
ofhaankelik ....................... afhankelijk
ofhaankelikhied ................... afhankelijkheid
ofhaeld ........................... afgehaald
ofhaelen .......................... afhalen
ofhakt ............................ afgehakt
ofhakte ........................... afhakte
ofhankelik ........................ afhankelijk
ofhaoken .......................... afhaken
ofhelpen .......................... afhelpen
ofholen ........................... afhouden
ofkapt ............................ afgekapt
ofkeer ............................ afkeer
ofkeerd ........................... afgewenteld
ofkeren ........................... afwenden
ofkeurd ........................... afgekeurd
ofkeurde .......................... afgekeurde
ofkeuren .......................... afkeuren
ofkeuring ......................... afkeuring
ofkickcentrum ..................... afkickcentrum
ofkluuft .......................... afkluift
ofkluven .......................... afkluiven
ofknapt ........................... afgeknapt
ofkniepen ......................... afknijpen
ofknipt ........................... afgeknipt
ofkocht ........................... afgekocht
ofkoeld ........................... afgekoeld
ofkoelde .......................... afgekoelde
ofkoelen .......................... afkoelen
ofkoerst .......................... afgekoerst
ofkommen .......................... afkomen
ofkomst ........................... afkomst
ofkomstig ......................... afkomstig
ofkomstige ........................ afkomstige
ofkomt ............................ afkomt
ofkort ............................ afgekort
ofkot ............................. afgekort
ofkotting ......................... afkorting
ofkregen .......................... afgekregen
ofkwammen ......................... afkwamen
oflacht ........................... afgelachen
oflaeden .......................... afgeladen
oflast ............................ afgelast
oflegd ............................ afgelegd
ofleggen .......................... afleggen
oflegt ............................ aflegt
ofleided .......................... afgeleid
ofleiden .......................... afleiden
ofleiding ......................... afleiding
ofleugen .......................... gelogen
ofleup ............................ afliep
ofleverd .......................... afgeleverd
ofleverde ......................... afleverde
oflevering ........................ aflevering
ofleverings ....................... afleveringen
oflezen ........................... aflezen
ofloop ............................ afloop
oflopen ........................... afgelopen
oflopende ......................... aflopende
oflopt ............................ afloopt
ofmacheren ........................ afmarcheren
ofmaeken .......................... afmaken
ofmaeken .......................... doden
ofmaeken .......................... doodmaken
ofmaekt ........................... afgemaakt
ofmeerd ........................... afgemeerd
ofmeten ........................... afmeten
ofmetings ......................... afmetingen
ofnam ............................. afnam
ofnemen ........................... afnemen
ofnemers .......................... afnemers
ofnemt ............................ afneemt
ofneumen .......................... afgenomen
ofpakken .......................... afpakken
ofpakt ............................ afgepakt
ofpeigerd ......................... doodmoe
ofplagd ........................... afgeplagd
ofpraot ........................... afgesproken
ofpraoten ......................... afpraten
ofpraoten ......................... afspreken
ofraanselings ..................... afranselingen
ofraekt ........................... afraakt
ofreisd ........................... afgereisd
ofrekend .......................... afgerekend
ofrekenen ......................... afrekenen
ofrekening ........................ afrekening
ofrekeningsnota ................... afrekeningsnota
ofremd ............................ afgeremd
ofriede ........................... afrij
ofroep ............................ afroep
ofroepen .......................... afgeroepen
ofroetsen ......................... afglijden
ofronding ......................... afronding
ofropt ............................ afroept
ofruuld ........................... afgerold
ofschaffen ........................ afschaffen
ofschaft .......................... afgeschaft
ofschafte ......................... afgeschafte
ofscheid .......................... afscheid
ofscheiding ....................... afscheiding
ofscheidsrede ..................... afscheidsrede
ofscheidsverhael .................. afscheidsverhaal
ofschelde ......................... afgeschilde
ofscheurd ......................... afgescheurd
ofscheuten ........................ afgeschoten
ofschilderd ....................... afgeschilderd
ofschilferen ...................... afschilferen
ofschreven ........................ afgeschreven
ofschrieven ....................... afschrijven
ofschrieving ...................... afschrijving
ofschrift ......................... afschrift
ofschriften ....................... afschriften
ofschudded ........................ afgeschud
ofslaachten ....................... afslachten
ofslag ............................ afslag
ofslaon ........................... afslaan
ofsleten .......................... afgesleten
ofsleuten ......................... afgesloten
ofsluten .......................... afsluiten
ofsluting ......................... afsluiting
ofsluutbere ....................... afsluitbare
ofsnieden ......................... afsnijden
ofsopt ............................ afgesopt
ofspeuld .......................... afgespeeld
ofspeulen ......................... afspelen
ofspeult .......................... afspeelt
ofspiegeling ...................... afspiegeling
ofspraoke ......................... afspraak
ofspraoken ........................ afspraken
ofspraokien ....................... afspraakje
ofspreuken ........................ afgesproken
ofstaand .......................... afstand
ofstaandelik ...................... afstandelijk
ofstaanden ........................ afstanden
ofstaandhoolders .................. afstandhouders
ofstaant .......................... afstand
ofstamden ......................... afstamden
ofstammeling ...................... afstammeling
ofstammelingen .................... afstammelingen
ofstand ........................... afstand
ofstaon ........................... afstaan
ofstaot ........................... afstaat
ofstappen ......................... afstappen
ofstapt ........................... afgestapt
ofsteld ........................... afgesteld
ofstemd ........................... afgestemd
ofstoft ........................... afgestoft
ofstraft .......................... afgestraft
ofstudeerd ........................ afgestudeerd
ofstuurde ......................... afstuurde
oftaaid ........................... weggelopen
oftaanse .......................... aftandse
oftaekeld ......................... afgetakeld
oftaekeling ....................... aftakeling
oftakte ........................... afgetakte
oftekend .......................... afgetekend
oftoffeld ......................... afgelopen
oftrappers ........................ aftrappers
oftrapt ........................... afgetrapt
oftredend ......................... aftredend
oftredende ........................ aftredende
oftrek ............................ aftrek
oftrekke .......................... aftrek
oftrekken ......................... aftrekken
oftuugd ........................... afgetuigd
ofvaald ........................... afgevallen
ofval ............................. afval
ofvalbak .......................... afvalbak
ofvalbakkien ...................... afvalbakje
ofvalbarg ......................... afvalberg
ofvalen ........................... afvallen
ofvalmateriaol .................... afvalmateriaal
ofvalproducenten .................. afvalproducenten
ofveegd ........................... afgeveegd
ofveerdegden ...................... afgevaardigden
ofveerdigd ........................ afgevaardigd
ofveerdigden ...................... afgevaardigden
ofvoerd ........................... afgevoerd
ofvoeren .......................... wegvoeren
ofvragt ........................... afgevraagd
ofvraogd .......................... afgevraagd
ofvraoge .......................... afvraag
ofvraogen ......................... afvragen
ofvreten .......................... afgevreten
ofvreug ........................... afvroeg
ofvul ............................. afviel
ofvuurd ........................... afgevuurd
ofwaacht .......................... afgewacht
ofwaachten ........................ afwachten
ofwaachting ....................... afwachting
ofwaeterd ......................... afgewaterd
ofwaeteren ........................ afwateren
ofwaeteringssloot ................. afwateringssloot
ofwarkt ........................... afgewerkt
ofwarkte .......................... afgewerkte
ofwas ............................. afwas
ofwasber .......................... afwasbaar
ofwasblikkien ..................... afwasteiltje
ofwasken .......................... afwassen
ofweer ............................ afweer
ofwended .......................... afgewend
ofwenteld ......................... afgewenteld
ofweren ........................... afweren
ofwering .......................... afwering
ofwet ............................. afweet
ofweten ........................... afweten
ofweugen .......................... afgewogen
ofwezen ........................... afgewezen
ofwezig ........................... afwezig
ofwezighied ....................... afwezigheid
ofwi'jd ........................... afgewaaid
ofwikkelen ........................ afwikkelen
ofwisseld ......................... afgewisseld
ofwisselend ....................... afwisselend
ofwisselende ...................... afwisselende
ofwus ............................. afwist
ofwussen .......................... afwisten
ofzadeld .......................... afgezadeld
ofzegd ............................ afgezegd
ofzeggen .......................... afzeggen
ofzenders ......................... afzenders
ofzet ............................. afzet
ofzette ........................... afzet
ofzetten .......................... afzetten
ofzetting ......................... afzetting
ofzeumd ........................... afgerammeld
ofzien ............................ afzien
ofzuken ........................... afzoeken
ofzundering ....................... afzondering
ofzunderlik ....................... afzonderlijk
oge ............................... oog
ogenblikkelik ..................... ogenblikkelijk
ogenschienlik .....................